Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1359 (i) Groeit het ego tijdens de studie van de Cursus?

Ik ben pas twee maanden bezig met Een cursus in wonderen. Na de eerste maand was ik in de wolken. Mensen om mij heen maakten opmerkingen over de veranderingen die zij in me opmerkten. Maar toen ik vandaag les 31 gedaan had, was ik in tranen. Ik wist niet dat ik zoveel woede en angst in me had voordat ik met de Cursus begon. Is het normaal dat je de kracht van je ego voelt groeien naarmate je meer leert over liefde en vergeving? Zijn het ego en het kwaad synoniemen? Ik wil vandaag nog ontsnappen uit deze illusoire droomwereld.

Antwoord: Het kan enorm helpen wanneer je jezelf er vaak aan herinnert dat het ego geen entiteit is die macht over jou heeft; het is niets anders dan een onjuiste gedachte waaraan jij (net als ieder ander) vasthoudt. Je bent eenvoudigweg vergeten dat het alleen een verkeerde manier van denken is die je je hebt aangewend, en waarvan je vervolgens vergeten bent dat je dat gedaan hebt. Daarom is het doel van je werken met de Cursus om Jezus te vragen je te helpen kijken naar deze overtuigingen – niet om ze te veranderen – zodat je ze kunt zien voor wat ze zijn. Kijken zonder oordelen betekent dat je je verbindt met Jezus, en hierdoor wordt je angst tot een minimum beperkt. Hij zal je nooit veroordelen wanneer je voor je ego kiest. Hij houdt alleen maar van je en hij nodigt je uit om samen met hem naar de dwaasheid van je ego te kijken.

Een kernpunt in het onderwijs van de Cursus is het feit dat het ego slechts zoveel macht heeft als wij het geven; het heeft geen enkele macht van zichzelf. Daarom kan het ons niet kwetsen en hoeven we er niet bang voor te zijn. In feite is er helemaal geen ‘het’: Jezus spreekt over het ego alsof het een entiteit is omdat hij ons zo op ons eigen niveau kan bereiken. Maar wanneer we telkens weer de duisternis van ons ego naar het licht van zijn liefde brengen, dan zullen we ons geleidelijk realiseren dat er geen reden is voor onze schuldgevoelens en angst, en dan zal hun macht om onze innerlijke vrede te verstoren langzaam afnemen en uiteindelijk verdwijnen. Het is net als het licht aandoen in een donkere kamer: de duisternis verdwijnt gewoon. Maar eerst beginnen de angst en de woede die begraven lagen, aan de oppervlakte te komen en daardoor lijkt het alsof alles erger wordt. Het was altijd al erg – voor ons allemaal! Onze verdedigingen beschermden ons tegen de gekte en de chaos in onze denkgeest, dat is alles. Daarom is dit een proces van ongedaan maken van wat we geloven dat we gedaan hebben. Dus is het belangrijk dat je heel zachtzinnig omgaat met jezelf en dat je niet probeert het proces te forceren of te verhaasten. Als je dat doet, maak je het alleen maar werkelijk en dat helpt niet.

Het is niet nodig om ervoor te zorgen dat het ego weggaat; het is alleen nodig om er zonder oordeel naar te kijken - dan zal zijn schijnbare macht beginnen te verdwijnen. Het leidt tot vooruitgang wanneer je je realiseert dat je iets ongedaan maakt dat helemaal nooit heeft plaatsgevonden (namelijk dat je je van God hebt afgescheiden), dus het heeft geen zin om jezelf te dwingen het ego onmiddellijk te laten gaan. Dat is de wijsheid van Jezus’ zachtaardige benadering: eenvoudigweg, samen met hem, rustig en kalm kijken naar het denksysteem van de afscheiding dat jij in je denkgeest werkelijk hebt gemaakt, maar dat helemaal niet werkelijk is. (T11.V.1)

Tot slot, bedenk dat het ego niet welwillend staat tegenover iemands besluit om Een cursus in wonderen te leren en in praktijk te brengen. Het voelt zich bedreigd en dus vecht het terug in een poging om zijn overwicht te handhaven. Jezus vertelt ons dat het scala van reacties van het ego bestaat uit alle variaties tussen argwaan en kwaadaardigheid (T9.VII.3,4), en dat we soms regelrecht terugsnellen in de duisternis, nadat we een glimp hebben opgevangen van het stralende licht van vergeving. (T18.III.2; T25.VI.2)

Het kan je helpen om ook wat andere uiteenzettingen te bekijken, die over het soort moeilijkheden gaat die jij tegenkomt. Veel studenten lopen hier tegenaan wanneer ze met de Cursus werken aan het ongedaan maken van het denksysteem van het ego. Zie bijvoorbeeld: V#384, V#533, V#812, V#843, V#913, V#943 en V#963.