Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1351 Het loslaten van gewoonten

Mijn vraag gaat over het autoriteitsprobleem. Toen ik klein was had ik een bepaalde gewoonte. Mijn vader zei me ermee op te houden omdat grote jongens zoiets niet doen. Maar mijn moeder vond het schattig. Ze zei dat ik er vanzelf wel overheen zou groeien. Hoe dan ook, inmiddels is het een deel van mijn persoonlijkheid en mijn relaties. Kan ik op deze manier blijven, ook al is het een autoriteitsprobleem? Of verlangt Jezus van ons dat we elke zelfbevestiging opgeven, ook als het ons angstig maakt?

Antwoord: Jezus verlangt nooit van ons dat we iets opofferen omwille van spirituele vooruitgang. Alleen de ‘God’ en de ‘Jezus’ van het ego eisen offers. Wat Jezus van ons vraagt is dat we er een gewoonte van maken onszelf bij alles waar we waarde aan hechten – ook bij ons gedrag – af te vragen: “Waarvoor is het?” “Welk doel dient het?” Hij wil dat we meer en meer gaan beseffen dat we keuzemakende denkgeesten zijn die altijd één van de twee keuzes maken: ofwel doorgaan met afgescheiden zijn van God en anderen, ofwel ons geloof in afscheiding ongedaan maken en leren dat we allemaal hetzelfde belang delen en uiteindelijk dezelfde Identiteit. Dat is de enige relevante betekenis van wat we doen en denken. Wanneer je het gedrag waar je op doelt in deze context bekijkt - in termen van wat het doel ervan is - krijg je misschien meer inzicht in wat er aan de hand is. Je verschuift je aandacht dan van je gedrag naar je denkgeest, en hierdoor kun je je gaan realiseren dat verlossing niet berust op veranderingen in gedrag.

Zelfbevestiging is een ideaal van het ego, al is het niet per se verkeerd wanneer je door een stadium van zelfbevestiging heengaat als correctie van jarenlang tegenovergesteld gedrag. Als je voor Jezus of de Heilige Geest kiest als je innerlijke Leraar, in plaats van voor het ego, dan ben je verankerd in de liefde die op alles en iedereen alleen met liefde en vriendelijkheid reageert. Deze inhoud van je denkgeest komt dan op passende wijze tot uitdrukking in de omstandigheden. Dat kan gebeuren door middel van assertiviteit, maar niet de versie van het ego, die verschillen accentueert en leidt tot relaties vol tegenstellingen. Zolang je focust op duidelijkheid omtrent het doel dat je kiest in je denkgeest, zal je gedrag daar vanzelf uit voortvloeien en dan kun je niet in conflict zijn. Dan zijn je gedachten consistent met je gedrag. Jezus noemt dat ‘eerlijkheid’, de tweede eigenschap van Gods leraren (zie H4.II). Een cursus in wonderen zegt overigens niets over hoe ons gedrag moet zijn.

Tot slot: uit de informatie die je geeft is het moeilijk vast te stellen of jouw probleem alleen maar een autoriteitskwestie is. We zijn allemaal geneigd met autoriteiten overhoop te liggen, omdat we geloven dat we ons bestaan hebben verkregen ten koste van God. We denken bovendien dat Hij ons achtervolgt om ons te straffen, om terug te krijgen wat we van Hem hebben afgenomen. De vragen V#304 en V#379 behandelen de verschillende dimensies van dit alles doordringende aspect van onze identificatie met het ego.