Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1342 Ik verlies mijn interesse in de wereld

Ik ben een aantal jaren bezig met de studie van Een cursus in wonderen. Sinds kort echter voel ik mij verdrietig en ongerust. Activiteiten die er vroeger voor zorgden dat ik het leven opwindend vond en dingen die me betrokken hielden, lijken nu nietszeggend en leeg. Mijn vrienden en collega’s pakken hun leven aan en ontwikkelen zichzelf. Ze volgen een opleiding om een hogere universitaire graad te halen of plannen reizen naar interessante plaatsen. Maar ik kan helemaal geen enthousiasme meer opbrengen voor dat soort dingen. Vandaag realiseerde ik me dat ik me buitengesloten voel, alsof ik het leven vanaf de zijlijn bekijk. Een paar keer heb ik geprobeerd om mee te doen, maar ik kan er niet echt inkomen zoals vroeger. Meestal voel ik me rustig van binnen en blij voor de anderen. Maar op andere momenten merk ik dat ik, zelfs een beetje wanhopig, op zoek ben naar iets waar ik me helemaal in kan storten. Is wat ik ervaar een voorbeeld van wat het Handboek voor leraren beschrijft als de “periode van loslaten” (H4.A.5)? Is het normaal om zo heen en weer te gaan tussen vrede en onrust?

Antwoord: Wat je beschrijft is heel gewoon bij studenten die de Cursus al een tijdje bestuderen en toepassen. Je kunt parellellen vinden bij de vragen V#599, V#971 en V#1115; wellicht zijn de antwoorden op die vragen een steun voor je nu je door deze fase van je spirituele reis heen gaat. Het is heel waarschijnlijk dat je de gevolgen ervaart van jouw bereidheid om je ego ongedaan te maken. Wanneer je je gedreven voelt om iets in de wereld te zoeken waar je je in kunt storten, dan geef je waarschijnlijk gehoor aan een gevoel van gebrek en leegte, dat voortkomt uit je beslissing om het ego los te laten. Wanneer je je afkeert van datgene waarmee je je een leven lang hebt geïdentificeerd en waaraan je waarde hebt gehecht (WdI.133), dan is het begrijpelijk dat dit angst en paniek tot gevolg heeft. Maar ook vrede en opluchting zijn het gevolg, omdat je niet langer vecht tegen wie je in werkelijkheid bent. Dus is het heel normaal dat je je soms wanhopig voelt en dan probeert je onrust te onderdrukken door in de vertrouwde wereld steun te zoeken. Bovendien, wanneer je je aandacht verschuift van de buitenwereld naar je binnenwereld, dan is het onontkomelijk dat je je anders voelt over bezigheden die je vroeger plezier of voldoening gaven, waar je je op verheugde, enzovoort. Je bent niet meer stevig in de buitenwereld geworteld – en dat is juist goed! – maar je bent ook nog niet stevig geworteld in de binnenwereld, en zo komt het dat je het gevoel hebt tussen die twee in te zweven.

Naarmate je meer gewend raakt aan je nieuwe rol van gelukkige leerling (T14.II), zul je ontdekken dat er een manier is om deel te nemen aan activiteiten zonder de ups en downs die daar vroeger bij hoorden. Wanneer je je dag alleen nog maar beschouwt als een klaslokaal, met als enige doel om de lessen te leren die jou helpen te ontwaken uit de droom, dan zul je merken dat je gewoon de dingen doet die gedaan moeten worden, maar minder gespannen en meer in vrede. Je kunt nog altijd genieten van televisie en films, reizen, sport of iets anders dat deel uitmaakte van je leven, maar je zult er nu een ander gevoel bij hebben. Er is nog steeds van alles te doen: je moet nog steeds eten, nog steeds voor je lichaam zorgen, nog steeds contacten onderhouden en mensen zien, enzovoort. Maar je doet dit alles nu op een andere manier, in die zin dat je het allemaal niet meer zo serieus neemt als eerst. Je probeert daarbij om al je contacten met anderen te beschouwen als een middel om te leren dat we allemaal hetzelfde belang delen. In feite maakt dat je contacten zinvoller – zelfs opwindend, in de wetenschap dat ze je helpen op je weg terug naar God. Op deze manier zal de vorm van je activiteiten uitdrukking geven aan de inhoud in je denkgeest. Je vrienden zullen wellicht geen enkel verschil merken, behalve dat je meer in vrede bent en luchtiger (WdI.155.1). Maar jij zult alles in je leven ervaren vanuit een nieuw gezichtspunt, omdat je een nieuwe leraar hebt gekozen die je helpt om alles door zijn ogen te zien en te beoordelen.

Tenslotte, wanneer je doorgaat met dit vergevingsproces, dan zul je het heen en weer schieten tussen de juiste en onjuiste gerichtheid-van-denken minder als een verstoring gaan ervaren. Want dan zie je in dat je ego loslaten ook betekent dat je niet vergeet om te lachen om het “nietige dwaze idee”(T27.VIII.6:2). Je angst en weerstand zullen je vertrouwd worden als niet méér dan kleine omwegen, vanwaar je rustig je weg terugvindt naar het door jou gekozen pad en de door jou gekozen leraar.