Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1337 Wat is het doel van de ruimte en van ruimteonderzoek?

Wat is de betekenis van dit driedimensionale universum gezien vanuit het perspectief van Een cursus in wonderen? Waarom bevinden we ons hier, op deze planeet? We kunnen de buitenaardse ruimte wel verkennen, maar wat is de zin van ruimteonderzoek als we niet weten waarom we hier zijn?

Antwoord: Om je vragen te beantwoorden in de volgorde waarin ze zijn gesteld: gezien vanuit het perspectief van de Cursus heeft de buitenaardse ruimte geen betekenis, want ze is niet werkelijk – het is alleen een overtuiging (zie bijv. T1VI.3:4-6; T26.VIII.1:3-5; WdI.184.2:1-3). Daarom zijn we niet werkelijk hier, op deze planeet, ook al lijkt onze ervaring ons - opzettelijk leugenachtig – te vertellen dat we hier wél zijn (T31.VII.9). Hieruit volgt dus dat er ook geen buitenaardse ruimte bestaat om te verkennen; zo’n onderzoek heeft evenmin betekenis. Maar de Cursus laat ons niet in het ongewisse, ons afvragend waarom wat ons zo werkelijk toeschijnt, niet werkelijk is. Hij vertelt niet waarom we hier zijn, maar waarom we denken dat we hier zijn.

Dit universum van tijd en ruimte dat we lijken te ervaren dient een doel. In feite dient het twee totaal verschillende doelen, afhankelijk van de leraar naar wie we luisteren. Als het ego onze leraar is, dan is het ruimtelijke universum voor ons het bewijs dat de afscheiding werkelijk is en dat we los zijn van God (T26.VII.8:7-10). In deze wereld die we, evenals ons ego, als een droom verzonnen hebben, voelen we ons afgezonderd en alleen, afgescheiden van ieder ander en een mogelijk slachtoffer van alles en iedereen buiten onszelf. De oorzaak van de angst en pijn die we ervaren lijkt echt in gebeurtenissen en omstandigheden in tijd en ruimte te liggen, waar we weinig of geen controle over hebben. De waarneming van de wereld als oorzaak verhindert al gauw dat we ooit een andere bron voor onze pijn en angst in aanmerking nemen: namelijk de beslissing in onze denkgeest om onszelf als afgescheiden van Liefde te zien. De wereld bedekt zowel die keuze als de gevolgen ervan, maar alleen omdat wij dat zo willen. Op zichzelf is de wereld letterlijk niets.

Je kunt jezelf afvragen hoe uitgestrekt het ruimtelijk universum ’s nachts in je dromen is, en welke betekenis die schijnbaar driedimensionale wereld heeft. Waarom ben je waar je je ook maar meent te bevinden in je dromen? En wat valt er te winnen met het verkennen van het verste bereik van die droomruimte zolang je denkt dat je een van de droomfiguren bent? Vanuit het perspectief van de Cursus zijn de antwoorden op deze vragen eveneens van toepassing op de wereld van onze waakdroom, waarvan we onszelf hebben overtuigd dat het ons werkelijke leven is (T18.11.5).

Hiertegenover staat dat – met de Heilige Geest als Leraar – deze wereld het klaslokaal wordt waarin we onze vergevingslessen leren. Beetje bij beetje beginnen we te begrijpen dat de wereld van tijd en ruimte niet meer is dan de projectie van ons eigen innerlijke conflict, naar buiten geprojecteerd zodat we de werkelijke bron van dit conflict in onze denkgeest niet zien. Maar met de Heilige Geest als onze Interpreet van de wereld, kunnen we beginnen in te zien dat deze ons een bruikbare routekaart verschaft vol symbolen, die ons terugleiden naar de onbewuste schuld en strijd in onze denkgeest. En zo leren we langzamerhand dat het echt niet nodig is de droomfiguren in ons leven te vergeven – dat wil zeggen onze relaties in de wereld. We hoeven alleen maar te leren onszelf te vergeven omdat we ons nogmaals hebben afgekeerd van liefde en we voor het ego hebben gekozen met zijn vaste metgezellen: schuld en conflict. De weerstand tegen deze omslag kan enorm zijn. Maar als Jezus’ visie op tijd en ruimte - een perspectief dat afkomstig is van buiten tijd en ruimte - op z’n minst wat helderder voor ons wordt, dan kunnen we beginnen onze wereld een beetje minder serieus te nemen.