Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1316 Hoe kijkt de Cursus naar zelfmoord, en doet de vorm van de dood ertoe?

Zou je de kwestie ‘dood’ binnen de droom willen verhelderen, met name ‘zich het leven benemen’? Sommige antwoorden in deze vraag- en antwoordservice lijken zelfmoord te beschouwen als een bijzonder onacceptabele methode om de droom werkelijk te maken. Ik heb ook gelezen dat de ‘vorm’ van de dood er eigenlijk niet toe doet; wat er wel toe doet is of men vanuit het juiste of onjuiste denken naar iets kijkt. Hypothetisch gezien zou iemand zich van het leven kunnen beroven met een glimlach die zegt: “Deze gedachten hebben geen effect op wie ik ben.”

In zekere zin zou dat beter zijn dan een dood door bijvoorbeeld een auto-ongeluk of een hartstilstand. Ik heb vaak gedacht dat Jezus uit de Bijbel wist dat zijn dood aanstaande was toen hij Jeruzalem voor de laatste keer binnenging; dat hij dus eigenlijk zich het leven benam, of op zijn minst zich het leven liet benemen, want hij kende de implicaties van zijn handelwijze heel goed (ervan uitgaande dat de Bijbelse weergave enigszins klopt).

Antwoord: Het hele idee van ‘zich het leven benemen’ is gebaseerd op het ego, zoals we in V#274 bespreken, want het gaat ervan uit dat er leven in het lichaam is dat ‘benomen’ kan worden. Vanuit dat standpunt kunnen we vanzelfsprekend concluderen dat sommige vormen van dood minder traumatisch zijn dan andere. Maar dat standpunt is onjuist. In feite leert Jezus ons door de hele Cursus heen dat ons standpunt dat wij een lichaam zijn, nauwelijks van enige waarde is om begrip te krijgen van wat waar en werkelijk is. Onze preoccupatie met zelfmoord en andere vormen van dood is eenvoudigweg deel van de strategie van het ego om het lichaam en dus de afscheiding werkelijk te houden in ons bewustzijn. Jezus wijst hierop wanneer hij zegt dat we niet echt bang zijn voor de dood, maar dat we ons erdoor aangetrokken voelen (T19.IV.C), omdat dit het ego in staat stelt zijn doel te bereiken: voorkomen dat we onszelf ooit zullen ervaren als keuzemakende denkgeesten, die niet gebonden zijn aan tijd en ruimte.

In V#274 praten we over de voorwaarden voor de ‘rustige keuze voor de dood’: als de ‘keuze’ de erkenning vertegenwoordigt dat het doel van het lichaam in de wereld van vorm ten einde is gekomen, dan lijkt het lichaam eenvoudigweg niet langer vol van ‘leven’ te zijn. Een heleboel zogenaamde natuurlijke of toevallige oorzaken zouden dan, vanuit het standpunt van de wereld, gezien kunnen worden als de oorzaak van de dood.’ Dit is in scherpe tegenstelling tot de keuze iets te doen met als enig doel het teweegbrengen van de dood van het lichaam.

Met betrekking tot Jezus’ bewustzijn van zijn aanstaande dood in Jeruzalem... Niemand weet zeker wat er gebeurd is en hoe het gebeurd is; maar hij zal er beslist niet over hebben gedacht in termen van ‘zich het leven laten benemen’. Hij wist immers dat hij onkwetsbaar was, en niet zijn lichaam. Hij kende beslist de verborgen bedoeling van het ego in ieders denkgeest om schuldeloosheid te vernietigen, waar hij het maar kan vinden (T13.II.4,5). Maar hij wist dat hij, als de weerspiegeling van de eeuwige liefde van de Hemel, nooit gedood kon worden, behalve in de misleide denkgeesten van hen die vereenzelvigd zijn met de waanzin van het ego. Daarom vraagt hij van ons, wanneer we ons afvragen wat de betekenis van zijn dood is: ‘Onderwijs niet dat ik tevergeefs gestorven ben. Onderwijs liever dat ik niet gestorven ben door te demonstreren dat ik leef in jou.’ (T11.VI.7:3-4). Als we aan niets anders vasthouden dan aan Jezus’ alomvattende liefde en compassie, die in ons leeft en nooit vernietigd kan worden, dan hebben we het doel vervuld dat hij voor ons beoogt met het bestuderen van Een cursus in wonderen.