Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1313 Verlichte mensen

Waar gaan mensen die nog niet verlicht zijn, na hun dood precies naartoe? Ervaren zij een ander soort hemel dan de non-dualistische eenheid met God, onze natuurlijke staat?

Antwoord: Op veel vragen die bij studenten van Een cursus in wonderen opkomen, kunnen we geen werkelijk bevredigend antwoord geven, waaronder de vraag wat er gebeurt wanneer we doodgaan. Dat komt omdat de vraag vóóronderstelt dat er echt iets gebeurt wanneer we sterven, wat op zijn beurt vóóronderstelt dat we echt hier zijn. Vanuit ons perspectief, binnen deze droom van tijd en ruimte, is dit een heel logische veronderstelling. Maar Jezus’ boodschap in de Cursus is dat we hier niet zijn. We zijn nog steeds thuis in de Hemel, één met God. We dromen alleen maar dat we een fysieke ervaring beleven in een fysieke wereld.

Vanuit Jezus’ genezen perspectief gebeurt er dan ook niets wanneer we geboren worden; er gebeurt evenmin iets tijdens ons leven en er gebeurt niets wanneer we sterven. Je kunt het vergelijken met dromen ’s nachts in je slaap. Ongeacht de gebeurtenissen die plaats lijken te vinden in je droom, ontdek je als je ’s morgens wakker wordt dat je nog altijd in je bed ligt en dat niets met je gebeurd is terwijl je sliep.

Als ons hele bestaan een droom is, volgt daaruit dat de fysieke dood niet meer is dan een deel van die droom. De dood kan dan wel grote invloed lijken te hebben op de figuur die jij in je droom lijkt te zijn, maar het heeft geen enkele invloed op jou als de dromer van de droom. Als dromer van de droom heeft jouw ontwaken niets te maken met de fysieke dood. Je kunt in feite elk ogenblik ontwaken tot het weten dat het fysieke bestaan slechts een verzinsel is. De Cursus noemt de staat van denken waarin je weet dat je hier niet bent de werkelijke wereld. Als we deze staat van denken eenmaal bereikt hebben, is het niet meer belangrijk wanneer of hoe onze dood lijkt plaats te vinden.

Omdat het enige dat je meeneemt wanneer je sterft je staat van denken is, kunnen we aannemen dat degenen die dood gaan voordat ze ontwaakt zijn, doorgaan met dromen. Of dat eruitziet als een ander leven hier in deze wereld of als iets totaal anders, kunnen we niet weten. Gelukkig hoeft dat ook niet. Wel kunnen we er zeker van zijn dat we alleen maar doorgaan met dromen zolang een deel van onze denkgeest in slaap wenst te blijven. Een gelukkig ontwaken is, wát we ook lijken door te maken, uiteindelijk het einde van onze gefantaseerde reis. En zoals de Cursus vraagt: “Wie kan wanhopen wanneer een dergelijke hoop de zijne is?” (VvT.nw.1:6).