Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1278 Welke rol heeft God gespeeld in de schepping van de natuur?

Ik ben onlangs met de studie van Een cursus in wonderen begonnen en ik ben er helemaal weg van! Maar ik ben ook recent afgestudeerd in de evolutiebiologie en ik vraag me af hoe de Cursus over het bewijs voor de evolutie denkt. Heeft de God van Een cursus in wonderen ook niet-menselijke dieren geschapen en speelt Hij een rol in de natuurlijke selectie? Heeft Hij de aarde drie miljard jaar geleden geschapen? Ik weet dat tijd in de Cursus niet bestaat, maar hoe verklaren we de talrijke onderzoeken met koolstofdatering die allemaal aantonen dat de aardkorst al miljarden jaren bestaat? Als God ons als volmaakte wezens heeft geschapen, waarom heeft de natuur dan met zoveel andere vormen van leven en leefomgevingen ‘geëxperimenteerd’ voordat de mensen de planeet kwam bewonen? Hoe ziet de Cursus andere wetenschappelijke fenomenen, zoals de wetten van de zwaartekracht en de beweging?

Antwoord: Al wat er in Een cursus in wonderen wordt onderwezen, is gebaseerd op het uitgangspunt van een non-dualistische werkelijkheid. Niets wat eindig of kwantitatief is, is werkelijk, wat betekent dat niet alleen tijd niet werkelijk is, maar het heelal ook niet. Alleen het rijk van God, dat volmaakte Eenheid is, en de niet-ruimtelijke uitbreiding van Zijn wezen als geest, is werkelijk. In de Cursus is er dan ook geen verband tussen God en de wereld, wat wel het geval is bij het traditionele bijbelse gezichtspunt dat God het fysieke universum geschapen heeft en in stand houdt. Voor ons lijkt het alsof er een wereld is met miljarden vormen van leven en niet-levende dingen, en dus spreekt Jezus tegen ons als denkgeesten die geloven in wat in essentie illusoir is. Op dat gespreksniveau spreekt hij over de oorsprong van de wereld als een gedachte in onze denkgeest – de gedachte dat we een bestaan leiden los van totaliteit en heelheid. Jezus verwijst hiernaar als een “nietig dwaas idee […] waarom de Zoon van God vergat te lachen” (T27.VIII.6:2). Omdat het dwaas idee ernstig werd genomen, ontstond de wereld dan als aanval op God (WdII.3.2:1).

Belangrijk is echter dat het nooit meer is dan een idee dat de denkgeest die het gedacht heeft, nooit verlaat – ondanks de verschijningsvormen en onze ervaringen dat we aan fysieke wetten gebonden zijn (zie Les 76 “Ik sta onder geen andere wetten dan die van God [WdI.76]). Het beoefenen van Een cursus in wonderen concentreert zich dan ook op het leren hoe onze dagelijkse interacties moeten zijn zodat we onze ervaringen niet ontkennen, maar ze gebruiken om een gezonde waarneming aan onze denkgeest terug te geven. Die kunnen we dan terugbrengen tot zijn oorspronkelijke, onveranderde staat van eenheid binnen Gods Wezen. Dit weerspiegelt het principe dat de wereld “getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5).

Dit gezichtspunt brengt onmiskenbaar heel wat uitdagingen voor je mee omdat je geïnteresseerd bent in de evolutiebiologie. Maar dat geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar beroep of interesse: “Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij eropna houdt in twijfel te trekken” (T24.In.2:1). De Cursus is echter een zachtaardig pad en concentreert zich in eerste instantie op het transformeren van onze waarneming van onszelf, van elkaar, en de wereld, zodat we geleidelijk in staat zullen zijn die verschrikkelijke last van schuld, angst en conflict die we de hele tijd met ons meedragen, los te laten. Dit komt tot stand door het oefenen in vergeving, waardoor onze aandacht gericht wordt op de inhoud in onze denkgeest die ons motiveert om op een behulpzame manier of een kwetsende manier met anderen om te gaan.

Als je hier nog verder op in wil gaan, raden we je aan onze antwoorden te lezen op de vragen V#111, V#121, V#157, V#316, en V#616.