Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1277 Hoe kunnen we Gods scheppingen waarnemen als Hij de wereld niet heeft gemaakt?

De Cursus zegt: “Iedere keer dat je niet een en al vreugde bent, komt dit doordat je met een gebrek aan liefde op een van Gods scheppingen hebt gereageerd” (T5.VII.5:1). Mijn vraag is: Hoe kunnen we Gods scheppingen waarnemen als Hij de wereld niet heeft gemaakt? Het lijkt onmogelijk om tegelijkertijd naar binnen en naar de buitenwereld te kijken, om het licht en de ‘duisternis’ te zien, de Christus-Denkgeest en de wereld zoals we die kennen. Moet ik voortdurend mediteren zoals de Indische goeroes die de hele dag zitten ‘nietsdoen’? Hoe kan ik in deze wereld leven én liefdevol reageren op een van Gods scheppingen? Hoe kan ik een van Gods scheppingen herkennen, vooral omdat ik alleen woon?

Antwoord: Er is in Een cursus in wonderen waarschijnlijk niets dat meer verwarring bij de studenten teweegbrengt dan het gebruik van de uitdrukking Gods scheppingen. Jezus definieert deze uitdrukking nooit helemaal, want vanuit ons standpunt als afgescheiden wezens in de fysieke wereld, kunnen wij op geen enkele manier ten volle begrijpen wat hij bedoelt. Maar we beginnen wel te begrijpen waar hij over spreekt en wat hij van ons vraagt, als we verschillende uitspraken van hem samenbrengen.

“Scheppen is liefhebben. [Liefde] schept eeuwig, maar niet in de tijd. Gods scheppingen zijn er altijd geweest, omdat Hij er altijd was. … In de visie van Christus ontmoeten de wereld en Gods schepping elkaar en als zij samenkomen, verdwijnt alle waarneming. … Er wordt jou niets anders gevraagd dan God de denkgeest terug te geven zoals Hij die geschapen heeft … je denken terug te brengen naar het punt waarop de vergissing werd begaan, en die in vrede aan de Verzoening toe te vertrouwen” (T7.I.3:3,6-7; WdII.271.1:3; T5.VII.2:6; T5.VII.6:5).

Met andere woorden: wanneer de Cursus over schepping spreekt, spreekt hij niet over iets fysiek. Het betekent wel de uitbreiding van Gods alomvattende Liefde. Omdat ze alomvattend is, kan ze niet anders dan zich uitbreiden. Op die manier schept ze eeuwigdurend omdat ze doorgaat zonder te eindigen. Dit is in tegenstelling tot de schuld van het ego, die als een gedachte van verschil en afscheiding, alleen illusie kan projecteren en produceren, of wat de Cursus miscreatie noemt.

Gods scheppingen zijn dus gewoon Zijn uitbreidingen van Liefde. In werkelijkheid breidt God Liefde natuurlijk niet uit, Hij is de Liefde waar wij deel van uitmaken. Maar als Cursusstudenten zouden we in gedachten moeten houden dat Jezus niet fanatiek bezig is met precies taalgebruik. Hoewel hij in een dualistische terminologie tot ons spreekt omdat wij dàt kunnen begrijpen, wil hij uiteindelijk dat we aan zijn woorden voorbij gaan naar zijn onderliggende, niet-dualistische boodschap.

Met dit in gedachten, kunnen we eens nagaan wat hij bedoelt wanneer hij ons vraagt “God de denkgeest terug te geven zoals Hij die geschapen heeft”. Hij bedoelt niet letterlijk dat God als dualistisch wezen de denkgeest heeft geschapen. Hij bedoelt wel dat de natuurlijke staat van onze denkgeest – vervuld te zijn van liefde – van God afkomstig is. Het is dus onze taak ons denken terug te brengen naar het punt waarop we de schuld van het ego hebben gekozen boven de herinnering van Gods Liefde. We doen dit door de Heilige Geest in onze denkgeest te vragen ons te helpen bij het corrigeren van deze vergissing – een correctie waardoor we volkomen van liefde en vreugde vervuld zullen zijn.

Dit is een innerlijk correctieproces en heeft uitsluitend plaats in de denkgeest. Of we nu alleen wonen of mediteren doet niet terzake. Wat wel belang heeft, is dat we onze reacties op wat we in de wereld waarnemen gebruiken om ons te vertellen of we het ego of de Heilige Geest als onze innerlijke Leraar hebben gekozen. Het pad dat de Cursus voorlegt, gaat niet over het overwinnen of het blokkeren van de duisternis in de wereld om het innerlijke licht te vinden. Het is eerder tot het besef komen dat de duisternis buiten geen hindernis vormt om innerlijke vrede te vinden, tenzij wij dat willen.