Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1274 Is het technisch gesproken niet ‘absurd’ om de Cursus te bestuderen?

Dit is een hele vreemde vraag, maar vind je niet dat het absurd is om Een cursus in wonderen te doen? In Les 99 – ‘Verlossing is mijn enige functie hier’ – bijvoorbeeld, wordt er in de eerste alinea in principe gezegd dat we geen verlossing en/of vergeving nodig hebben, aangezien er ons nooit iets is overkomen. Tegelijkertijd wordt er in de Cursus grote nadruk gelegd op het feit dat we verlost moeten worden van onze vreemde en ‘dwaze’ ideeën over onszelf en ‘de wereld’. Houdt de Cursus zich dan niet uitdrukkelijk bezig met wat totaal onwerkelijk en zelfs ‘ongezond’ is, als we er toch mee verder gaan? Maken we dan niet ‘werkelijk’ wat ziek en ‘afgescheiden’ in ons is, in plaats van een stap terug te doen van al deze vreemde ideeën en ‘niets te doen’, en ook te stoppen met het ‘doen van de Cursus’?

Hoe weet je dat een argument voor of tegen het doen van de Cursus deel uitmaakt van onze weerstand of deel is van onze gezonde ‘genezen’ Zelf? Er lijkt in mij een stem te zijn die graag een les uit de Cursus doet, maar tegelijkertijd lijken ze me eerder ziek dan gezond te maken. Is dat een deel van mijn ‘onjuiste’ waarneming, of al een deel van het gezonde aspect van mijn zelf dat zegt dat Een cursus in wonderen een omweg maakt via ziekte in plaats van gezondheid? Is er een punt in het beoefenen van de Cursus waarop we die moeten loslaten om tot een volledig begrip ervan te komen of is dan nog een truc van het ego om mij een reden te geven om me te verzetten tegen wat de Cursus onderwijst?

Antwoord: Vanuit een bepaald gezichtspunt: ja, het is absurd om je bezig te houden met iets ongedaan te maken dat nooit heeft plaatsgevonden. Dat klinkt waanzinnig. En dat is het ook! Jezus gebruikt in de Cursus wel 150 keer een of andere vorm van het woord waanzin. Hij zegt meer dan eens dat we dingen zien en horen die er niet zijn, en dat we het ongeloofwaardige geloven. Zo’n denkgeest heeft zeker genezing nodig! Maar deze waanzin is niet werkelijk en daarom zegt hij: ‘Jij hebt geen genezing nodig om genezen te zijn. Zie in stilte in het wonder een les die jou leert de Oorzaak Haar eigen Gevolgen te vergunnen, en niets te doen wat dit doorkruist’ (T28.I.10:8-9). En de hele Cursus door, en in het bijzonder met de werkboeklessen helpt Jezus ons ons bewust te worden van de manier waarop we in de weg staan en wat we daaraan kunnen doen zodat niets anders dan de liefde waarin we werden geschapen zich in ons gewaarzijn bevindt.

Jezus sprak eens met Helen (die de Cursus optekende) over haar relatie met Bill en hij zei dat ze zich niet ten volle bewust was van de intensiteit van haar haat jegens Bill – een wederzijdse ‘wens om van elkaar af te komen’ – maar dat ze dat moest aanpakken: ‘Jullie haat is niet werkelijk, maar voor jullie is hij werkelijk. Het verbergt wat jullie werkelijk willen’ (Een leven geen geluk, blz.328-329). Dat geldt ook voor ons. Ons lichaam en onze wereld zijn voor ons werkelijk; onze fysieke en emotionele pijn zijn voor ons werkelijk; en ons verlangen naar vrede is voor ons werkelijk. Dat volstaat om onze beslissing te rechtvaardigen om deze cursus te beoefenen, omdat hij onderwijst hoe we wat we gemaakt hebben om de ware vrede en liefde voor onszelf te verbergen, kunnen herkennen en vervolgens loslaten. Het is niet nodig dat we dat begrijpen – wel dat we vertrouwen hebben (Zie T19.IV.7,8); WdI.In.8). Jezus wil dat we nederig genoeg zijn om toe te geven dat we te veel met van alles bezig zijn om in staat te zijn onszelf te helpen, maar hij garandeert ons dat als wij ons in zijn handen leggen, onze denkgeest de eeuwige vrede terug zal krijgen waarin hij geschapen werd, en waarin hij altijd verblijft.

Maar één ding moeten we zeker inzien: het ego-deel van onze denkgeest zal zich hevig verzetten tegen de overgang van een onbewuste naar een bewuste denkgeest die zeker tot stand komt doordat we de lessen beoefenen. In dat deel van onze denkgeest wordt onze keuze bewaard voor de waanzin van de afscheiding in plaats van de innerlijke gezondheid van onze eenheid als Gods Zoon, en dus zullen we onvermijdelijk hevige weerstand ondervinden als we deze cursus blijven beoefenen. Die weerstand en de intense angst die deze motiveert, wordt uitgedrukt in de vorm van emotioneel of fysiek ongemak, problemen, conflicten in de relatie, ‘ongelukken’ – om het even wat dat onze aandacht opnieuw op het lichaam en de wereld vestigt. Die angst en die weerstand moeten gerespecteerd en met mededogen, geduld en zachtheid behandeld worden. Maar het is niet nodig om door het proces heen te jagen – elke soort dwang komt altijd van het ego, niet van Jezus die weet dat tijd niet werkelijk is, en dat de waarheid over ons onaangetast blijft als wij die ogenschijnlijk aanvallen.