Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1236 Kan iemand die blind is ‘zien’ als iemand die wel ziet?

Ik heb horen zeggen dat we niet met de ogen van het lichaam kijken. Kan het dan zijn dat iemand die het zicht heeft verloren, net als iemand anders ziet?

Antwoord: In één opzicht is dat waar, in een ander opzicht niet. Iemand die niet ziet kan op het niveau van de inhoud (denkgeest), maar niet op het niveau van de vorm (zintuiglijke waarnemingen) ‘zien’ als iemand die ziet. Een cursus in wonderen onderwijst dat waarneming altijd een interpretatie is en geen feit; daarom kunnen zowel ziende als niet-ziende personen gelijkaardige waarnemingen hebben. Beiden kunnen leren ‘zien’ dat we allemaal een gemeenschappelijk belang delen en dat wat ons scheidt illusoir is. Dit staat bekend als waarneming vanuit een juiste gerichtheid-van-denken of visie, wat geen fysiek zien is. In één passage zegt Jezus ons: “Het onwerkelijke of het werkelijke, het onware of het ware is wat je ziet en het enige wat jij ziet. Waarneming is in overeenstemming met jouw keuze, en hel dan wel Hemel komt als één ding op je toe” (WdI.130.10:2-3). Dit geldt zowel voor ziende als voor niet-ziende mensen, aangezien Jezus altijd spreekt over onze innerlijke ervaringen, niet over wat onze fysieke ogen zien. Vergeet niet dat de wereld (de prikkels die onze zintuigen lijken te beïnvloeden) niet is wat ze lijkt: het is “de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5).

Het lichaam doet alleen wat de denkgeest hem opdraagt, want het lichaam is gewoonweg een projectie van de denkgeest, geen autonome entiteit. De lichamelijke zintuigen zijn door het ego gemaakt om bepaalde ‘wetten’ te volgen; iemand die ‘zijn zicht heeft verloren’ zal dus geen visuele informatie krijgen en zal in dat opzicht niet ‘zien’ wat een ziende persoon ziet. De lichamelijke beperkingen die we hebben, maken deel uit van ons eigen scenario, de keuze van onze denkgeest. Onze functie als student van Een cursus in wonderen is dan ook te leren dat de vrede van God die in ons is, op geen enkele manier beïnvloed kan worden door lichamelijke condities. Het is een extreem moeilijke les, maar die beslissingsmacht is ons pad naar verlossing. “Ik zal eeuwig blijven zoals ik was, door de Onveranderlijke geschapen zoals Hij. En ik ben één met Hem, en Hij met mij” (WdI.112.2:2-3).