Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1225 Als ik “onder geen andere wet dan die van God sta”, waarom moet ik dan eten?

De les “Ik sta onder geen andere wet dan die van God” (WdI.76) impliceert, naast andere verbazingwekkende vermogens, dat we niet hoeven te eten. Een cursus in wonderen is nu lang genoeg in de wereld en wordt vermoedelijk door miljoenen mensen toegepast, dus lijkt het me dat er hier en daar mensen moeten rondlopen die niet meer hoeven te eten.

Antwoord: Alhoewel demonstraties van voorbij zijn aan fysieke wetten een behulpzame geheugensteun voor ons kunnen zijn, is dat in feite niet waar het in deze les om gaat. Jezus stelt simpelweg de waarheid vast: dat er in werkelijkheid geen lichaam is, en er daarom geen wetten kunnen zijn die het besturen. Dit is waar we naar verwijzen als niveau één, waar Jezus waarheid en illusie tegenover elkaar stelt. Uiteenzettingen op niveau twee gaan alleen over het domein van illusie, waar hij het egodenksysteem van afscheiding (onjuist gericht denken) contrasteert met het denksysteem van de Verzoening van de Heilige Geest (juist gericht denken). Dus door ons eraan te herinneren dat waar we in geloven er in werkelijkheid niet is, helpt hij ons een ander perspectief op ons ogenschijnlijke leven in de wereld te ontwikkelen. Helaas hebben veel te veel studenten het onderscheid tussen niveau één en niveau twee over het hoofd gezien, en zijn daardoor terechtgekomen in ontkenning van hun fysieke en psychische ervaringen, wat schadelijk is voor henzelf, familie, vrienden, enzovoort. Zij vergeten de uitspraak van Jezus in het begin van het Tekstboek, dat het vrijwel onmogelijk is om onze fysieke ervaringen in deze wereld te ontkennen (T2.IV.3:10). Hij moedigt ons nooit aan te komen tot ontkenning van onze lichamelijke ervaringen of ons geloof dat we individuele personen zijn die in een fysieke wereld leven.

In plaats van de draak met ons te steken of ons uit te dagen ons geloof in de noodzaak van medische behandeling, eten, ademen, geld verdienen en relaties op te geven, helpt hij ons te leren hoe dit alles niet al te serieus te nemen. Hij wil ons laten inzien waar de investering in dat geloof vandaan komt: de dynamiek van het ego die het onjuist gerichte gedeelte van onze gespleten denkgeest beheerst. Met andere woorden: het lichaam en zijn ogenschijnlijke wetten zijn het probleem niet. Het probleem is onze onbewuste behoefte om te geloven dat we niet zijn zoals God ons geschapen heeft. En, als een manier om met de schuld daarover om te gaan, te geloven dat we in plaats daarvan lichamen zijn, onderhevig aan wetten die we niet zelf gemaakt hebben.

Om dit te corrigeren moet onze aandacht opnieuw gericht worden: niet meer op het lichaam, maar op het leren ons bewust te worden van onze denkgeest, en van onze voortdurende keuze om dit denksysteem in stand te houden. Daarom ligt de nadruk in Een cursus in wonderen op het veranderen van onze gedachten over het lichaam, wat betekent: ons bewust worden van het doel waarvoor we het lichaam constant gebruiken. Zo zegt Jezus: “Jou wordt gevraagd zo te leven dat je demonstreert dat jij geen ego bent...”(T4.VI.6:3). En dit betekent: kijken naar en tenslotte loslaten van alle manieren waarop wij onszelf gescheiden houden van God en elkaar – door oordelen en speciaalheid. In dezelfde trant, in de context van relaties: “Je vraag moet niet zijn: ‘Hoe kan ik mijn broeder zonder lichaam zien?’ Vraag slechts: ‘Wens ik hem werkelijk zonder zonde te zien?” (T20.VII.9:1,2).

In essentie leert Jezus ons dus in deze werkboekles om door zijn ogen te kijken naar onze afhankelijkheid van alle wetten waarvan we denken dat ze ons binden. Dan kunnen we zien dat de bakermat van deze afhankelijkheid de schuld in onze denkgeest is, en vervolgens kunnen we het doel van vergeving aan al onze interacties in de wereld geven. Zo staan we onszelf toe de Verzoening te aanvaarden: het uiteindelijke doel van ons werk met de Cursus en onze relatie met Jezus.

Kenneth heeft een uitgebreid commentaar op deze les gegeven in deel 2 van zijn Journey through the Workbook of “A Course in Miracles.”