Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1221 Is mijn depressie een onderdeel van het draaiboek?

Soms ben ik depressief en ik weet niet goed hoe ik daar naar moet kijken. Het lijkt alsof iedere richting verkeerd is en als ik dan lees in Een cursus in wonderen heb ik het gevoel dat ik niet aan de verwachtingen van de Cursus kan voldoen. Dan verstijf ik nog meer en denk: ‘Omdat ik verantwoordelijkheid moet nemen voor mijn keuze voor afscheiding, moet het wel zo zijn dat ik depressief wil zijn’. Dus heb ik twee vragen: (1) Kunnen depressieve buien een onderdeel van iemands draaiboek zijn, zoals ook andere ‘gebeurtenissen’ dat kunnen zijn? Als dat zo is, is het dan een kwestie van accepteren en er niet tegen vechten? Of ben ik mezelf aan het misleiden en kijk ik niet diep genoeg? (2) Gaat het er altijd om te blijven vertrouwen en vol te houden tijdens moeilijke periodes? Hoe weet ik of dit de lagen van angst zijn waarvan Jezus zegt dat we er doorheen moeten - de wolken waar we doorheen moeten gaan?

Antwoord: Als we Jezus op zijn woord mogen geloven lopen we eigenlijk allemaal, of we ons daar nu wel of niet van bewust zijn, de meeste tijd rond met gevoelens van woede of depressiviteit, of van woede en depressiviteit (T12.III.6:1-3; T29.IV.3:3). Tenslotte komt alles binnen het egodenksysteem vanuit schuld: als we de schuld binnenin ons plaatsen en verinnerlijken is het depressie en als we deze buiten ons plaatsen of projecteren is het woede. Jezus zegt dat we die gevoelens zoveel mogelijk bedekken met dunne sluiers van ogenschijnlijk plezier, maar je hoeft nooit erg diep te graven om de woede of depressie te vinden (T29.IV.3:4).

Dus ja, je zou kunnen zeggen dat depressie een onderdeel is van ons draaiboek wanneer we eenmaal hebben gekozen voor het ego, net zoals het hebben van een lichaam dat is. In feite verklaart Jezus: “Wanneer jij jezelf aan een lichaam gelijkstelt, zul jij je altijd depressief voelen. Wanneer een kind van God zo over zichzelf denkt, kleineert hij zichzelf…” (T8.VII.1:6,7). Het lijkt aannemelijk dat we, tot we het einde van onze reis naderen, onszelf de meeste tijd blijven kleineren door onszelf als een lichaam te zien. Jezus beschrijft deze identificatie, waarvoor al het andere moet wijken, als volgt: “Je stelt nog steeds te veel vertrouwen in het lichaam als een bron van kracht. Welke plannen maak je niet die op de een of andere manier om zijn welbehagen, bescherming of genot draaien? Dit maakt het lichaam in jouw interpretatie tot doel en niet tot middel, en dat betekent altijd dat je zonde nog steeds aantrekkelijk vindt… Er is één ding dat je nog nooit hebt gedaan: je hebt het lichaam niet volkomen vergeten. Het heeft zich misschien af en toe aan je gezicht onttrokken, maar het is nog niet volledig verdwenen” (T18.VII.1:1-3; 2:1,2).

Als we ons depressief voelen kan dat inderdaad alleen omdat we depressief willen zijn. Maar dat komt omdat we tegelijkertijd zeggen dat we een individueel, kwetsbaar en hulpeloos lichaam willen zijn en we onszelf niet toestaan om het verband te zien tussen die keuze en de depressie (T12.III.6:5-7; T21.V.2:3-7). Het is echter een vergissing om te denken dat de Cursus of Jezus verwachtingen hebben waar wij niet aan voldoen. Alleen het ego heeft verwachtingen, om ons aan af te meten en voor te veroordelen. Jezus beschrijft in ondubbelzinnige termen hoe onze keuzes van invloed zijn op ons, maar hij oordeelt of veroordeelt ons niet voor onze dwaze beslissingen. Deze beslissingen zijn haast onvermijdelijk zolang we ons blijven identificeren met het ego en zijn ogenschijnlijke gevolgen, want een leersituatie met de verkeerde leraar moet wel hopeloos en deprimerend zijn (T8.VII.8; 13:1-3).

Het leerproces van de Cursus is niet om te ontkennen dat we een lichaam zijn, maar in plaats daarvan Hulp te zoeken bij het ongedaan maken van de schuld in de denkgeest. Want die schuld lijkt de noodzaak voor een verdediging als het lichaam nodig te maken. Het is het beste om je niet al te druk te maken om je depressie door te gaan uitvinden hoe je ermee om kunt gaan of ervan afkomen. Het ego schept hier veel genoegen in, alsof de depressie op zichzelf het probleem is. Wanneer wij proberen om iets te doen aan welke ego-staat dan ook, zelfs door te zoeken naar een zogenaamde spirituele oplossing zoals je tot de Cursus wenden, versterken we alleen maar onze gevoelens van leegte en ontoereikendheid. Want dan maken we het probleem tot werkelijkheid en nemen nog steeds zelf de leiding bij het vinden van de oplossing. En niets wat je probeert zal helpen, zoals je hebt gemerkt. In plaats van proberen de depressie te veranderen, te verzachten of ertegen te vechten, is het behulpzamer om het eenvoudig te herkennen als alleen maar een symptoom van een verkeerde keuze in de denkgeest - de keuze voor de verkeerde leraar. En het doel wordt dan niet meer om te ontsnappen aan de depressie, maar om een andere keuze in de denkgeest te maken.

De keuze voor een andere leraar wordt weerspiegeld in de heilige ogenblikken, waarvoor we onszelf openen wanneer we eenvoudigweg ‘nee’ zeggen tegen het ego en ‘ja’ tegen de Heilige Geest. In die ogenblikken wijkt in onze waarneming het lichaam terug in belangrijkheid, tenminste voor een ogenblik. “Er wordt je niet gevraagd dit meer dan een ogenblik te laten gebeuren, maar juist in dat ogenblik vindt het wonder van de Verzoening plaats. Daarna zul je het lichaam opnieuw zien, maar nooit helemaal op dezelfde manier. En ieder ogenblik dat je doorbrengt zonder het bewust te zijn, geeft jou er een andere kijk op wanneer je terugkeert. In geen enkel ogenblik bestaat het lichaam überhaupt” (T18.VII.2:3-5; 3:1).

Het is dus eenvoudig een kwestie van onszelf niet veroordelen omdat we kiezen voor het ego en al zijn gevolgen, inclusief de depressie. En vervolgens erop vertrouwen dat na verloop van tijd - in het proces van vergeving – onze investering in het ego zal wijken doordat we rechtstreeks naar het ego kijken en er uiteindelijk doorheen kijken. De wolken van schuld en de lagen van angst waar we doorheen moeten gaan bestaan uit onze eigen weerstand. Van ons uit gezien, vanuit het perspectief van het ego, lijkt dat allemaal even duister, onheilspellend en ondoordringbaar. Maar als we met Jezus kijken is het allemaal niet-substantieel, net zoals een wolk (T18.IX.8). Daarom kunnen we het ego en al zijn gevolgen waaronder depressie, niet op eigen kracht loslaten, We hebben we de hulp van een Gids nodig zoals de Heilige Geest of Jezus, want Zij laten zich niet misleiden door de illusie. En geleidelijk zal onze depressie verdwijnen, als mist in de ochtendzon, en opstijgen tot in het licht van ware vergeving en genezen waarneming.

Het kan overigens verstandig zijn - omdat we gedurende onze terugreis lange tijd geïdentificeerd blijven met het lichaam - om onderweg open te staan voor ogenschijnlijk uiterlijke interventies. Die kunnen je mogelijk helpen pijnlijke symptomen, zoals een depressie, te verzachten. Als je het gevoel hebt dat jouw depressieve buien je verhinderen om normaal te functioneren, kun je overwegen om een vorm van behandeling te zoeken, waaronder therapie of medicatie als antidepressiva. En misschien vind je de antwoorden op eerdere vragen over depressie ook behulpzaam, bijv: V#352, V#257 en V#128.