Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1211 Wat is de betekenis van de passage over “een degelijke fundering” die noodzakelijk is?

Kun je de volgende passage uitleggen: “Een degelijke fundering is noodzakelijk vanwege de vaak voorkomende verwarring van angst met ontzag, waarop ik al gewezen heb. Ik heb gezegd dat ontzag misplaatst is met betrekking tot de Zonen van God, omdat je geen ontzag dient te voelen in aanwezigheid van jouw gelijken. Er werd echter ook beklemtoond dat ontzag wél gepast is in Tegenwoordigheid van jouw Schepper. Ik heb zorgvuldig mijn rol in de Verzoening verduidelijkt, zonder die over of onder te belichten. En ik probeer met die van jou hetzelfde te doen. Ik heb onderstreept dat vanwege onze intrinsieke gelijkheid ontzag geen gepaste reactie op mij is. Enkele latere stappen in deze cursus houden echter een directere nadering tot God Zelf in. Het zou onverstandig zijn om zonder zorgvuldige voorbereiding met die stappen te beginnen, want dan zal ontzag met angst worden verward, en zal de ervaring eerder traumatisch dan gelukzalig zijn” (T1.VII.5:1-8).

Antwoord: Jezus sprak al over ontzag in de tweede paragraaf van hoofdstuk 1, waar hij er de nadruk op legt dat het een misplaatste reactie tegenover hem of tegenover wonderen is: “Jij bent een volmaakte schepping, en hoort alleen ontzag te voelen in Tegenwoordigheid van de Schepper van volmaaktheid. … Gelijken behoren geen ontzag voor elkaar te koesteren, daar ontzag ongelijkheid veronderstelt” (T1.II.3:3,5). Jezus legt zo de basis voor het opbouwen van een relatie met hem, en corrigeert het traditionele bijbelse standpunt dat hij Gods enige geliefde Zoon is, en wij ondergeschikt aan hem zijn. Als we zorgvuldig luisteren naar wat hij zegt, en doen wat hij zegt, leren we hem vertrouwen als een liefdevolle broeder en weten we dat hij er altijd is als bron van troost en leiding. We zullen steeds minder bang van hem en zijn boodschap zijn naarmate we leren dat hij alleen maar naar ons terugspiegelt wat wij over onszelf ontkend hebben.

Wanneer deze relatie stabieler wordt en zijn boodschap ons meer op ons gemak stelt, zijn we klaar voor de stappen die hij later van ons vraagt. We hoeven alleen maar nederig en geduldig te zijn, en moeten niet proberen snel over de top van de spirituele ladder te springen voordat we echt klaar zijn voor dat niveau. Dan zijn we in staat de Godsherinnering met een minimum aan angst in ons gewaarzijn toe te laten. Het zal natuurlijker aanvoelen, niet als iets dat ons is opgelegd. Dan aanvaarden onze liefde voor Hem als onze Bron en Schepper, en Zijn liefde voor ons als de uitbreiding van Zijn Liefde. Dit gewaarzijn inspireert ons nu tot ontzag, zoals het ook hoort; maar ontzag brengt geen angst teweeg tenzij we nog altijd geloven dat we op een of andere manier van God gescheiden zijn.

In het begin van het Tekstboek waarschuwt Jezus ons dus om ons met onze studie en oefeningen niet te haasten, en niet te proberen onszelf op eigen houtje spiritueel te maken. We dienen eerst te leren hoe we met ons ego om moeten gaan, en met alle hindernissen die we tussen onszelf en de Tegenwoordigheid van God opgeworpen hebben. Als we er klaar voor waren met een sprong rechtstreeks de Hemel terug binnen te gaan, zouden we niet hier zijn en denken dat we een lichaam zijn in een werkelijke fysieke wereld. Geduld, zachtmoedigheid, nederigheid en vertrouwen zijn van vitaal belang in deze vroege stadia van ons werk met Een cursus in wonderen.