Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1210 Waarom lijkt het alsof de Heilige Geest niet tussenbeide komt in de wereld?

Een paar jaar geleden maakte ik dingen mee waarin lessen in geloof voor me uitgespeeld leken te worden; veel daarvan hadden te maken met mijn zonen en hun drugsverslaving. Er leken in de wereld onmiddellijke reacties te zijn – een therapeut die me belde om me te zeggen dat het met mijn zoon goed ging, dolfijnen die hoog in de lucht sprongen – als ik alles maar ‘los zou laten’ en aan het mysterie zou overlaten.

In een laatste voorval leefde ik mee met een vriend. We waren in de Universal Studios. Ik zat op een plantenbak in een binnentuin en hield wanhopig mijn hoofd gebogen. Onmiddellijk kwam er een acteur die gekleed was als Groucho Marx op mijn schoot zitten, knipte zijn sigaar en zei: ‘Er is geen hoop voor Ben, hè?’ Ik kan me indenken dat onze monden openhingen van verbazing.

Volgens mijn interpretatie is dit voorval en vele andere een tussenkomst van de Heilige Geest in de wereld, of om het misschien preciezer te zeggen, in verlossing. Maar ik hoor je zeggen dat de Heilige Geest niet tussenbeide komt in de wereld. Kun je me zeggen hoe die uitspraak te rijmen valt met mijn ervaring? Is er verschil tussen wat die acteur deed en wat Helen voor ons gedaan heeft? Is de Cursus zelf niet een tussenkomst in onze wereld?

Antwoord: Wanneer je steeds meer begint te beseffen dat jij de dromer bent van deze droom die we ons leven noemen, en niet een van de figuren uit de droom, zul je begrijpen dat jij, als denkgeest, degene bent die de symbolen kiest die jij wilt ervaren, net zoals je ’s nachts tijdens je slaap in je dromen doet. Zolang we geloven dat we een lichaam zijn, denken we dat er veel buiten ons is, met inbegrip van de Heilige Geest en Jezus, en dat ze tussenpersonen zijn die volgens onze wens of op onze uitnodiging in onze wereld tussenbeide kunnen komen. Maar de symbolen zijn ons eigen maaksel. Het enige betekenisvolle verschil ertussen is of we toelaten dat onze denkgeest volgens onze keuze door de Heilige Geest of door het ego wordt geleid, en vervolgens, en dit is heel belangrijk, de symbolen interpreteert die we ervaren. De interpretatie van het ego zal ons geloof versterken in de werkelijkheid van de afscheiding, terwijl die van de Heilige Geest ons heel zachtjes leidt tot het ontwaken uit de afscheidingsdroom.

Als we dus bereid zijn onze lessen in vergeving te oefenen, kunnen we, zoals jij hebt voorgehad, symbolen ervaren die buiten ons lijken te zijn, terwijl we geloven dat we een lichaam zijn. Die symbolen lijken ons te herinneren aan onze beslissing om te vergeven en die te versterken, zoals we op dezelfde manier symbolen buiten ons kunnen zien die onze beslissing versterken om af te scheiden en te haten, wanneer we ervoor gekozen hebben om te oordelen en te veroordelen. “Projectie maakt waarneming” merkt Jezus immers twee keer in de Cursus op (T13.V.3:5; T21.In.1:1). Maar in beide gevallen is het onze denkgeest die deze symbolen gekozen heeft en ook de leraar die hun betekenis voor ons zal interpreteren. Dit proces heeft niets speciaals of mysterieus, behalve dat we ervoor gekozen hebben de eigen verantwoordelijkheid die we voor onze ervaringen hebben, voor onszelf verborgen te houden.

De Heilige Geest komt niet tussenbeide in de wereld, omdat er geen wereld is – alleen maar een droom in onze denkgeest die, zolang we in slaap blijven, heel werkelijk lijkt te zijn. De Heilige Geest komt ook niet tussenbeide in onze denkgeest, hoewel er plaatsen in de Cursus zijn waar de Heilige Geest beschreven wordt alsof Hij dat wel doet. Dit is gewoon een literair hulpmiddel dat Jezus soms gebruikt om duidelijk te maken dat we niet de leiding hebben over onze eigen verlossing, in die zin dat bij alles waarvan we denken dat we dat zelfstandig kunnen doen, alleen al door de aard daarvan het ego betrokken is, d.w.z. dat deel van de denkgeest dat gelooft dat we zelfstandig en afgescheiden van God kunnen zijn. De Heilige Geest vertegenwoordigt dat deel van onze denkgeest dat weet dat het anders is. En door onze behoefte om controle, om de leiding te hebben, los te laten, laten we dus toe dat een ander deel van onze denkgeest ons aan de waarheid omtrent onszelf herinnert en onze denkgeest openstelt voor symbolen die zachter van aard zijn, en nog belangrijker, naar een zachtaardigere interpretatie van alle symbolen die we in onze denkgeest geprojecteerd hebben.

Veel passages in Een cursus in wonderen gaan dieper in op wat we beschreven hebben, maar laten we naar twee uitspraken kijken die wat duidelijker zijn. In “De verantwoordelijkheid voor het zien” – in hoofdstuk 21 – vinden we de volgende uitdrukkelijke verklaring: “Ik ben verantwoordelijk voor wat ik zie. Ik kies de gevoelens die ik ervaar, en beslis welk doel ik bereiken wil. En ik vraag om alles wat mij lijkt te overkomen, en ontvang zoals ik heb gevraagd. … Het is onbestaanbaar dat de Zoon van God louter gedreven wordt door voorvallen buiten hemzelf. Het is onbestaanbaar dat de gebeurtenissen die hem overkomen niet zijn keuze waren. Zijn beslissingsmacht is de bepalende factor voor iedere situatie waarin hij zich bij toeval of willekeur lijkt te bevinden. … Lijd, en je hebt beslist dat zonde jouw doel was. Wees gelukkig, en je hebt de beslissingsmacht aan Hem gegeven die namens God voor jou beslissen moet”(T21.II.2:3-5; 3:1-3;5-6).

En later in het Tekstboek in “De dromer van de droom”, merkt Jezus op: “Jij bent de dromer van de wereld van dromen. Een andere oorzaak heeft ze niet, en zal ze ook nooit hebben. … Zo beangstigend is de droom, en zo schijnbaar werkelijk, dat hij [De Zoon van God] niet zonder angstzweet en een doodskreet tot de werkelijkheid zou kunnen ontwaken, als niet een vriendelijker droom zijn ontwaken voorafging en ervoor zorgde dat zijn gekalmeerde denkgeest de Stem verwelkomde en niet vreesde, die met liefde roept om hem te doen ontwaken… Aanvaard de droom die Hij gegeven heeft in plaats van de jouwe. Het is niet moeilijk een droom te veranderen als de dromer eenmaal is herkend. Rust in de Heilige Geest, en laat toe dat Zijn vriendelijke dromen de plaats innemen van die welke jij vol schrik en in doodsangst hebt gedroomd” (T27.VII.13:1-2,4; 14:1-3).

Hoewel deze passage lijkt te suggereren dat de Heilige Geest de auteur is van de vriendelijkere droom, zul je opmerken dat dit, zoals we al besproken hebben, alleen maar een manier is om ons eraan te herinneren dat we niet zelfstandig moeten beslissen wat de inhoud van onze dromen zou moeten zijn. Want dan zoeken we naar symbolen die vanuit het perspectief van het ego aan onze behoeften beantwoorden en versterken zo ons geloof in de werkelijkheid van de afscheiding. Als we ons met de Heilige Geest verbinden, d.w.z. dat deel van onze denkgeest dat weet dat de afscheiding niet werkelijk is, zullen we de wereld in een heel ander licht zien, dat niet gekleurd is door het filter van onze persoonlijke behoeften.

Nogmaals, om ten volle te begrijpen wat Jezus in deze passages zegt, is het cruciaal dat we weten dat hij zich tot de denkgeest richt. Het zelf dat we denken te zijn, het lichaam met een speciale, unieke persoonlijkheid, is de droomfiguur – het gevolg – en heeft geen macht om ook maar enigszins voor te schrijven wat onze ervaring zal zijn. Het voert alleen de richtlijnen uit die de denkgeest geeft. Wanneer we dat eenmaal beginnen te aanvaarden, zal het mysterie van ons leven en onze ervaringen beginnen te verdwijnen.

In hoofdstuk 17 van Een leven geen geluk (Absence from Felicity), geschreven door Kenneth Wapnick, wordt er dieper ingegaan op deze en hiermee verband houdende kwesties, en wordt ons ook uitgelegd hoe we, vanuit het gezichtspunt van de non-dualistische metafysica van de Cursus de manier kunnen opvatten waarop Helen de Cursus heeft neergeschreven.