Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1147 Hoe raak ik dat stemmetje kwijt dat me altijd zegt dat het mij aan iets ontbreekt?

Vandaag had een vriend van mij het over ‘de wilde haren kwijtraken’ en het bracht van binnen wat conflict teweeg. Ik herinner me dat ik, toen ik op mijn 22ste trouwde, gekweld werd door het idee dat ik met andere vrouwen naar bed moest gaan om mijn innerlijke vrede terug te vinden, omdat ik het gevoel had dat ik niet wist wat dat inhield. Het was net als dat fluisterstemmetje dat zegt dat je het niet weet als je het niet probeert. Ik denk eigenlijk dat iemand een relatie kan hebben en tevreden is, en zich toch afvraagt of een andere relatie niet meer compleetheid brengt. Het commentaar van mijn vriend bracht een aantal van mijn oude angstgevoelens naar boven en zelfs nu nog vraag ik me af of er niet iets ontbreekt in mijn levenservaring. Ik ben ook bang dat ik niet volledig man ben omdat ik nooit met een andere man heb gevochten en dus heb ik het gevoel dat ik daarnaar op zoek moet gaan om heel te zijn. Ik denk dat ik het gevoel heb dat ik anders dan andere mannen ben. Verder staat er in V#202: ‘Kinderen moeten eerst leren sterke, gezonde ego’s te worden om doeltreffend te kunnen functioneren en om te gaan met de vele uitdagingen in de wereld’. Hoe weet ik dat mijn ego voldoende ontwikkeld is zodat ik verder kan gaan en het onderricht van Een cursus in wonderen kan volgen?

Antwoord: Dat ‘fluisterstemmetje’ dat ons vertelt dat we meer moeten doen, dat we niet volstaan, dat we niet compleet zijn, dat er iets moet veranderen – in onze relaties of persoonlijkheid, in ons lichaam of ons leven – is altijd de stem van het ego (T29.VIII.8). Altijd! Nu we dit weten, kunnen we nog altijd kiezen om ernaar te luisteren, en dat doen de meesten van ons ook, de meeste of zelfs de hele tijd. En dat is geen zonde. Wat we nastreven maakt ons niet echt gelukkig, maar als we geloven dat het spiritueler is dat zeurende, innerlijke stemmetje te negeren of zijn aansporingen te weerstaan, krijgen we bijna zeker het gevoel dat we iets belangrijks opofferen, en dan heeft het ego ons nog altijd in zijn greep. Want die wereldse ervaringen die we ons ontzegd hebben, zullen nog altijd heel werkelijk lijken en dus hebben we ons eens te meer bij de religie van het ego aangesloten. Zijn principes houden in dat God en de liefde van ons eisen dat we wat we denken te willen, opofferen ten gunste van het een of andere hogere doel (T15.X.7:1-2).

Als je je dus niet heel of compleet voelt, of niet de man die je denkt te moeten zijn, en je gelooft dat er iets is dat ervoor kan zorgen dat je je beter in je vel voelt zitten, zul je dat zeker willen uitzoeken. Je wilt je gevecht misschien zorgvuldig uitkiezen, en misschien een rondje boksen; met handschoenen aan heb je wellicht minder kans om je knokels en je kaken te breken, of hersenschade op te lopen! De meesten van ons zijn alleen maar bereid ons spirituele pad verder te volgen door onszelf toe te staan dát te ervaren waarvan we geloven dat het ons een beter gevoel over onszelf geeft. Na de ervaring kunnen we dan constateren dat de leegheid en het gevoel van onbekwaamheid er nog altijd zijn, want die gevoelens zijn niet afkomstig van wat we al of niet doen, maar van wat we in de kern van ons wezen over onszelf geloven. Ja, misschien hebben we na de een of andere triomf tijdelijk een beter gevoel over onszelf, maar het is nooit een blijvende oplossing. Want de oorsprong van de leegheid en de weerzin tegen jezelf is niet aangepakt. Die is afkomstig van een beslissing die diep in ons onbewuste begraven ligt: om anders dan God te zijn, en die ene Relatie te verwerpen die het gevoel van compleetheid brengt dat we tevergeefs buiten onszelf zoeken (T30.III.3).

In zekere mate zijn de opmerkingen die je in je vraag over kinderen maakt, op ons allemaal van toepassing. We zijn niet bereid onze investering in het ego los te laten zolang we niet volledig tot het besef gekomen zijn dat het ons niets te bieden heeft (T4.IV.6:1-2; T9.I.10:2-3), omdat het niets is (T7.VI.11.4-7; T7.X.3:8-9; T11.II.7:6). En voor de meesten van ons is de enige manier om dit in te zien, ons tot het ego te blijven wenden om leiding en dan heel eerlijk naar het resultaat te kijken. Dat lijkt misschien hetzelfde als met ons hoofd tegen een stenen muur bonzen en ons afvragen waarom we hoofdpijn hebben en waar dat bloed vandaan komt, maar zolang we het verband niet zien, blijven we aan de verkeerde leraar vragen hoe we ons beter in ons vel kunnen voelen. Uiteindelijk komen we allemaal tot het besef wat de werkelijke inhoud achter het denksysteem van het ego is, en dan is het maar een kwestie van hoe lang we ons nog onnodig willen blijven kwellen. Maar ongeacht hoe koppig en kinderachtig we ook zijn, Jezus verzekert ons van een gelukkige uitkomst (T4.II.5; WdI.71.6).

Dit betekent niet dat wij als volwassenen niet geconfronteerd worden met een ‘of-of’-keuze tussen het ontwikkelen van ons ego en het beoefenen van de Cursus. Als Cursusstudent kunnen we leren zachtmoedig met onszelf om te gaan wat de op het ego gebaseerde beslissingen betreft, zodat we ze niet gebruiken om onze schuldgevoelens te versterken. Als we onszelf zonder schuldgevoelens kunnen gadeslaan wanneer we voor ons ego kiezen, zijn we meer bereid naar het resultaat te kijken van onze vereenzelviging met het ego en komen we sneller tot het inzicht dat we, telkens als we ons onderdompelen in de ego-bron van ervaringen, met lege handen boven komen.
V#614 over mannelijkheid en spiritualiteit kan van toepassing zijn op wat je bezighoudt.