Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1088 Waarom zijn we hier? Hoe zijn we hier terechtgekomen? Is er niets in de wereld dat ertoe doet?

Onlangs heb ik eindelijk begrepen dat we onze plaats bij God nooit verlaten hebben. Nu zou ik nog graag twee dingen begrijpen. Ten eerste: waarom zijn we hier? Wat is er gebeurd waardoor we deze afscheiding in de eerste plaats hebben bedacht? Ten tweede: als dit alles alleen maar een levendige droom is die wij hebben geschapen, dan lijkt het of niets er werkelijk toe doet. Hoe zit het dan met de wereldse dingen? Wat doet er werkelijk toe?

Antwoord: Jouw vragen zijn een echo van de universele kreet van het Zoonschap: ‘waarom zijn we hier? Hoe zijn we hier gekomen? Wat doen we hier?’ Een cursus in wonderen komt als antwoord op deze vragen, maar niet vanuit hetzelfde denksysteem dat ze tot stand heeft gebracht. Het deel van de denkgeest dat ervoor kiest te geloven dat de afscheiding werkelijk is (het ego) stelt de vragen vanuit de illusie van de afscheiding. Het deel van de denkgeest dat weet dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden (de Heilige Geest) beantwoordt de vragen van boven het slagveld van de afscheiding. Jezus erkent dus wel dat we deze droom ervaren, maar hij doet dat alleen om ons te zeggen dat we niet hier zijn, maar “… thuis in God en van ballingschap [dromen]” (T10.I.2:1).

De uitleg die we in de Cursus krijgen over ons ogenschijnlijk bestaan in de wereld is dat Gods Zoon ervoor gekozen heeft een afzonderlijke identiteit te verzinnen als vervanging van die welke God hem heeft gegeven, een lichaam als verblijfplaats daarvan en een wereld om in te ‘wonen’. We hoeven maar naar de talloze manieren te kijken waarop we onze individualiteit en speciaalheid bevestigen om de aanwijzing te vinden naar hoe we de wereld ervaren. Deze bevestigingen volgen de ego-wet van de waarneming die stelt dat ‘we hier zijn’ omdat we hier willen zijn: ”Je ziet wat je gelooft dat er is, en je gelooft dat het er is omdat je wilt dat het er is” (T25.III.1:3). Aangezien de denkgeest de herinnering van onze eenheid met God niet kan uitwissen, moet hij veel moeite doen om zichzelf te bewijzen dat de afscheiding heeft plaatsgevonden. Het geloof in de werkelijkheid van het lichaam en de wereld, de sterke gehechtheid aan speciaalheid, en alle manieren waarop we onze individualiteit verdedigen zijn overvloedige bewijzen hiervan. Aangezien God niet gereageerd heeft (niet kan reageren) op het verzoek van de Zoon om een speciale gunst, neemt de Zoon het zelf op zich om zijn speciaalheid te maken en te verdedigen, onafhankelijk van zijn Schepper. Schuldgevoelens over deze beslissing drijven de Zoon zijn denkgeest uit en de wereld in om zich voor de ingebeelde wraak van God te verbergen. Deze probeert volgens het ego Zijn Zoon te straffen voor die verschrikkelijke zonde van de afscheiding. De kern van de droom is dus de waanzinnige overtuiging dat de afscheiding zich inderdaad voltrokken heeft.

Alle dingen van deze wereld zijn dus middelen waarmee de denkgeest zijn keuze voor de afscheiding koortsachtig verdedigt. Ook al zijn ze illusoir, de overtuiging dat ze werkelijk zijn maakt ze werkelijk in onze ervaring, en dus moeten we ze aanpakken. Terwijl het ego ze heeft voortgebracht om zijn afscheidingsdroom werkelijk te maken, gebruikt de Heilige Geest ze als klaslokaal om ons te onderwijzen dat dit niet zo is. Het is dus heel belangrijk dat we aan alles in ons leven aandacht schenken. Achtzaam worden is in feite een van de belangrijkste doelen van de Cursus en het uitdrukkelijke doel van het Werkboek. Het is dan ook van belang dat we elke specifieke manier leren onderscheiden waarop de keuze van de denkgeest voor de afscheiding in de gebeurtenissen en relaties van elke dag kenbaar wordt gemaakt. De grootste verdediging van het denksysteem van het ego is de beslissing van de denkgeest om te vergeten dat hij een denkgeest is en zich in plaats daarvan met het lichaam te vereenzelvigen. Een correctie voor deze verkeerde overtuiging is de meest herhaalde zin in de Cursus: “Ik ben niet een lichaam. Ik ben vrij” (WdI.199). Het is niet de bedoeling dat die zin als bevestiging gebruikt wordt om het geloof in het lichaam te onderdrukken, maar om ons te herinneren aan onze identiteit als denkgeest met het vermogen een andere manier te kiezen om naar alles te kijken. Als we bereid zijn toe te geven dat we niet weten wat die andere manier is, en toelaten dat de Heilige Geest alles voor ons een nieuwe interpretatie geeft, wordt wat gekozen werd als verdediging van het ego-denksysteem door Hem gebruikt om dat ongedaan te maken.

Uiteindelijk beantwoordt de Cursus je vragen met deze enkelvoudige en uiterst belangrijke uitspraak: “…dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden” (T6.II.10:7). Niets anders dan de keuze van de denkgeest om zich met het ego-denksysteem van de afscheiding te vereenzelvigen heeft ons hier gebracht, en niets anders dan de keuze om ons eens en voor altijd met de Heilige Geest te vereenzelvigen zal een einde maken aan de nachtmerrie dat we geloven dat we hier zijn. Jezus maakt dit op een andere manier heel duidelijk in Les 32 van het Werkboek: “Jij bent niet het slachtoffer van de wereld die je ziet, omdat jij die bedacht hebt. Je kunt haar even makkelijk opgeven als je haar gemaakt hebt. Je zult haar zien of niet zien, al naar je wenst. Zolang je haar wilt, zul je haar zien; wanneer je haar niet meer wilt, zal ze niet langer voor jou te zien zijn” (WdI.32.1:2-5).

Zie in dit verband ook V#10, V#27, V#88, V#100, V#148 en V#171.