Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1081 Als alles Gods wens is, waarom krijgt God dan niet de schuld voor het kwaad?

Er wordt gezegd dat niets kan bewegen zonder Gods wens. Alles is Gods wens. Uw wil geschiede. Waarom schrijven we Hem dan het goede toe en geven we het ego de schuld van het kwaad? Staat God niet boven die dualiteit?

Antwoord: Ja, God staat boven de dualiteit van goed en kwaad. Er bestaan geen woorden die God waarlijk kunnen definiëren of omschrijven. Alles wat we over Hem zeggen, is afkomstig van het dualistische gezichtspunt van de gespleten denkgeest. Jezus zegt ons: “Alles wat jij ziet vereenzelvig je met uiterlijkheden, met iets buiten zichzelf. Je kunt niet eens denken aan God zonder een lichaam, of in een of andere vorm die je denkt te herkennen” (T18.VIII.1:6-7). Het ego gebruikt dus zijn eigen omschrijvingen voor zijn versie van God, maar ze hebben niets met God te maken. Een groot filosoof zei ooit: ‘God heeft de mens naar zijn evenbeeld gemaakt, en de mens deed op zijn beurt hetzelfde met God.’ Dit door de mens gemaakte beeld houdt tegengestelde begrippen in, zoals goed en kwaad, die eigen zijn aan het denksysteem van het ego. Aangezien het bestaan zelf van het ego door tegenstellingen en verschillen in stand wordt gehouden, moet de God die het zich als vader toe eigent, deze eigenschappen wel delen. Het belangrijkste voor de God van het ego is de relatie met Zijn afgescheiden Zonen die Hem wordt toebedacht. In deze relatie vinden we de bron van alle ideeën over Gods veronderstelde Wil voor Zijn afgescheiden Zonen. We leren in de Cursus dat God geen afgescheiden Wil voor afgescheiden Zonen kan hebben, aangezien het onmogelijk is afgescheiden van God te zijn (T6.II.10). God brengt dus niets in beweging, en Hij kan evenmin ook maar enig gewaarzijn hebben van de wereld van vorm. Dat zou ook zo zijn, zelfs al zou de wereld niet gemaakt zijn als een aanval op Hem, wat onmogelijk is, want de wereld is juist gemaakt om waargenomen te worden als buiten de Denkgeest van God. Eenheid met Zijn Zoon is al wat Hij kent. Dat is Zijn Wil.

Een cursus in wonderen gebruikt de term ‘wil’ als een eigenschap van de geest, terwijl ‘wens’ een activiteit van het ego is. Gods Wil zoals die wordt gedefinieerd in de ‘Glossary-Index’ van Kenneth Wapnick, is ‘de uitdrukking van Gods wezen’ (Glossary-Index, blz. 222). Met andere woorden: dat is Wie Hij is en dit Wezen/deze Wil deelt Hij met Zijn Zoon. Die Wil wordt weerspiegeld in de droom in dat deel van de denkgeest dat zich God herinnert (de Heilige Geest): “De Heilige Geest is de wijze waarop Gods Wil geschiedt op aarde zoals in de Hemel. Zowel Hemel als aarde zijn in jou, omdat de roep van beide in je denkgeest aanwezig is” (T5.II.8:4-5). In deze passage geeft Jezus een nieuwe betekenis aan de zin uit het Onze Vader: ‘Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel’. Hij verwijst naar de gespleten denkgeest die tussen het ego (aarde) en de Heilige Geest (de herinnering van de Hemel) kiest. Je zou kunnen zeggen dat het ‘kwaad’ in de keuze voor het ego ligt en het goede in de keuze voor de Heilige Geest, maar de Cursus maakt dat onderscheid niet, omdat hij ons zegt dat we kiezen tussen de waarheid en een illusie. Aan een illusie kun je geen werkelijkheid verlenen, of de macht van het ‘kwaad’ om gevolgen te veroorzaken. Ze is gewoon niet waar. Wat het onderricht van de Cursus over Gods Wil van de traditionele christelijke overtuiging onderscheidt, is dat Gods Wil niet op aarde geschiedt. Hij heeft geen weet van aarde, lichamen, afscheiding of dualiteit. Hij heeft zelfs geen weet van het goede omdat het idee van het goede gemaakt werd als tegenstelling tot het kwaad. De Cursus gebruikt de dualistische taal en denkbeelden die we begrijpen alleen maar om ons naar de eenheid te leiden die we vergeten zijn. Maar ook al zijn we die vergeten, ze is op geen enkele manier teniet gedaan of veranderd. Hoezeer we ook de waanzin van het ego geloven, we blijven één met Gods Wil: “Wat ook jouw reacties op de Stem van de Heilige Geest mogen zijn, naar welke stem jij ook besluit te luisteren, welke vreemde gedachten er ook bij jou mogen opkomen, Gods Wil is geschied” (T13.XI.5:4). Hierin schuilt onze hoop en onze troost.