Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1060 Kan het zijn dat een deel van het Zoonschap nooit heeft deelgenomen aan de droom?

Is het mogelijk dat toen het “nietig dwaas idee” om ons van God af te scheiden eenmaal in de denkgeest van de geest was binnengeslopen, dit een illusoire oerknal heeft veroorzaakt waarvan we denken dat die geleid heeft tot de vorming van het waarneembare universum met tijd en ruimte als coördinaten? Op die manier kan het ego de oorsprong van het universum ‘verklaren’ en zo het begrip afscheiding in stand houden. Is het ook mogelijk dat een deel van het Zoonschap er nooit het afscheidingsidee op na heeft gehouden, nooit deel heeft genomen aan de droom, en in staat is het voortbestaan van de eenheid met God in stand te houden, ondanks het feit dat een ander deel van het Zoonschap aan het dromen is?

Antwoord: Wanneer we beginnen te speculeren moeten we altijd in gedachten houden dat er nooit een afscheiding van God is geweest en dat die er ook nooit kan zijn. Dat is het Verzoeningsprincipe: afscheiding van God is onmogelijk. Maar in de context van de afscheidingsmythe en het ongedaan maken ervan zoals dat in Een cursus in wonderen wordt gepresenteerd, kan de oerknal geassocieerd worden met de beslissing die de Zoon van God nam toen hij eenmaal geloofde dat de afscheiding werkelijk had plaatsgevonden. De Zoon besloot te luisteren naar het advies van het ego hoe met de uit de afscheidingsgedachte voortvloeiende overweldigende schuld en angst in zijn denkgeest om te gaan. Dus verzon de Zoon een ander rijk buiten zijn denkgeest waarin hij een afgescheiden bestaan kon leiden en zo de vrijheidsberoving en straf kon ontwijken door wat nu een woedende, wraakzuchtige God moest zijn. Je kunt het ogenblik waarop de Zoon besloot dat hij geen denkgeest was door zichzelf daarbuiten te projecteren beschouwen als het ogenblik waarop de wereld tot stand kwam – de oerknal. Deze volgde op de eerdere fasen van de ego-dynamiek die de Zoon ervan overtuigden dat zonde, schuld en angst werkelijk zijn. Vanuit deze invalshoek komt het “nietig dwaas idee” niet binnen in de denkgeest van de Zoon op het niveau van de geest, want dat is onmogelijk.

De Cursus onderwijst dat het Zoonschap als een geheel ‘viel’ – niet in werkelijkheid, natuurlijk. De continuïteit tussen God en Zijn Zoon is eeuwig. Ze kan nooit verbroken worden. Er is niets in de Cursus dat zegt dat een deel van het Zoonschap ‘er nooit het afscheidingsidee opna heeft gehouden, nooit deel heeft genomen aan de droom’. Maar in de Verklaring van termen staat dat Jezus “een Verlosser [blijft], omdat hij het onware zag zonder dat als waar te aanvaarden. … Door zijn volledige vereenzelviging met de Christus – de volmaakte Zoon van God, Zijn enige schepping en Zijn gelukzaligheid, voor eeuwig zoals Hij en één met Hem – werd Jezus wat jullie allen zijn (Vvt5.2:5; 3:1). Dit is een manier om te zeggen dat Jezus de Verzoening voor zichzelf aanvaard heeft; er staat echter nergens vermeld wanneer hij dat heeft gedaan. Misschien gebeurde dat op het ogenblik zelf van dat nietig dwaas idee, zodat je in zekere zin kunt zeggen dat Jezus een van de fragmenten was die het idee nooit serieus hebben genomen. Misschien zijn er ook anderen geweest (VvT5.6:1-3). Want voor ons, als student van deze cursus, is Jezus de leraar in onze denkgeest die ons er elk ogenblik aan herinnert dat we dezelfde keuze als hij kunnen maken: niet vergeten te lachen om het nietig dwaas idee zoals zich dat in ons leven manifesteert. Hij herinnert ons er ook aan dat we bij hem waren toen hij opstond (VvT6.5:5). De herinnering van onze ware Identiteit als Christus, voor eeuwig één met Zijn Bron, is dus altijd in onze denkgeest aanwezig en wacht tot wij die aanvaarden.