Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1025 Waarom heb ik meer haatgevoelens tegenover anderen sinds ik met de studie van de Cursus begonnen ben?

Ik werk nu al 10 jaar met Een cursus in wonderen. Waarom heb ik het gevoel dat ik meer haat koester jegens meer mensen waarvan ik me voordien nooit bewust was? Ik begrijp helemaal dat al mijn broeders en ik één zijn maar niet op het niveau van het lichaam. Hoe meer ik dit idee begrijp, hoe meer ik op anderen vit, en de mensen lijken me over het algemeen op een stuitende manier heel zielig. Het was veel gemakkelijker toen ik nog dacht dat ik aardig en liefdevol tegenover anderen was. Ik geef het aan de Heilige Geest om getransformeerd te worden en ik vraag om dit te zien zoals Jezus dat doet. Maar er zijn van die dagen dat ik dat heel vaak moet doen en het lijkt niet beter te gaan naarmate de tijd verstrijkt.

Antwoord: Zo te horen heb je twee van de belangrijkste doelen van het Werkboek bereikt: aandacht besteden aan de denkgeest, en je bewust zijn van de aanvalgedachten die bedekt worden met lagen ‘vriendelijkheid’. Hoe verwarrend het ook lijkt, je hebt heel wat bereikt. Je studie van de Cursus heeft resultaat, aangezien je niet langer misleid wordt door de ‘lieflijkheid’ van de vermomming van het ego. Het denksysteem van de Heilige Geest, zoals dat in de Cursus uiteen wordt gezet, heeft het ego binnenste buiten gekeerd. Het is niet gemakkelijk je bewust te worden van de gevoelens van haat die schuilgaan achter het sociaal aanvaardbare en politiek correcte gedrag dat de wereld vereist. Wat in het verleden vriendelijk en liefdevol leek, is ontmaskerd als een aanval. Zo is het, gewoon omdat het gebaseerd is op de waarneming van verschil die voortkomt uit de overtuiging dat de afscheiding werkelijk is. En dat is een aanval op het Zoonschap want de eenheid die God heeft geschapen wordt uit het gewaarzijn gewist. Je van deze aanval bewust worden is een heel belangrijke stap op de terugweg naar de denkgeest die tegen afscheiding kan kiezen, net zoals hij ervóór heeft gekozen. Zo vinden we onze weg uit de waanzin van het ego, om terug te keren naar ons thuis bij God.

Dus je gaat de goede kant uit. Als je zonder oordelen je moeilijke situatie in dit licht ziet zal de schuld die uitgelokt wordt door negatieve oordelen over anderen verminderen. Wat dus een afdaling lijkt in de duisternis van negatieve gevoelens, is eigenlijk het opklimmen uit de modderpoel van het ego. Belangrijk is dat je jezelf niet veroordeelt, maar erkent dat wat de Cursus over het ego onthult, waar is. Evenzo is wat hij ons zegt over de herinnering van liefde in onze juist-gerichte denkgeest waar. Hierin is onze hoop gelegen.

Hoewel de haatdragendheid van het ego heel krachtig lijkt, is ze niet werkelijk. Ze is gemaakt als een verdediging tegen de liefde die eronder begraven ligt. Het is dus de angst voor liefde die je bewust heeft gemaakt van je haatgevoelens tegenover anderen. Dat kan alleen maar betekenen dat je op een bepaald niveau de liefde hebt erkend, anders zou je je er niet tegen verdedigen. Jezus legt de ware angst van het ego bloot, als hij ons zegt: “Je vindt het niet prettig, maar het is niet jouw verlangen om aan te vallen dat jou werkelijk angst inboezemt. Je bent niet in ernstige mate verontrust door je vijandigheid. Je houdt die verborgen omdat je banger bent voor wat ze bedekt [liefde]” (T13.III.1:6-8). Als de kwaadaardigheid van de verdedigingsstrategie van het ego verborgen wordt gehouden achter de ‘vriendelijkheid’ van zijn misleidende trucjes, zal die nooit naar het genezende licht van vergeving worden gebracht. De waarheid wordt zoveel dichterbij gebracht als je jezelf toestaat de hatelijke oordelen te zien. Ernaar kijken zonder te oordelen is feitelijk hoe je ze aan de Heilige Geest geeft. Die ziet ze als de projectie van schuld omdat je de afscheidingsgedachte ten onrechte serieus hebt genomen. Het ego ziet ze daarentegen als zondig en ziet met genoegen schuld en haat als bewijs dat Gods Zoon niet langer één met Hem is en dat de wereld werkelijk is. Zo legt de Cursus de gevoelens uit die jij beschrijft. De volgende stap is bereid zijn te aanvaarden dat dit speelt, en dat de gevoelens van afkeer niets te maken hebben met die ‘zielige’ mensen.

Dus telkens wanneer je je ervan bewust wordt dat je oordeelt over anderen, wordt er alleen maar van je gevraagd dat je erkent dat je ervoor gekozen hebt om je schuldig te voelen over vijandige gevoelens omdat je bang voor liefde bent. Als je jezelf niet veroordeelt, nemen de gevoelens in intensiteit af. Stukje bij beetje zal de lucht uit de opgeblazen schuldballon van het ego worden gelaten, en hij zal uiteindelijk leeg raken. Je kunt het dan zien als “een angstig muisje dat een aanval op het universum wil doen” (T22.V.4:3), niet als een brullende leeuw waar je bang voor moet zijn. Je voelt dus niet meer haat sinds je de Cursus bestudeert, maar je bent gewoon in die brullende muis veranderd. Als je leert dat je die niet serieus moet nemen, zal hij het beu worden en ophouden met brullen. Daardoor zal de schuld afnemen, en die zal op zijn beurt de haatgevoelens doen verminderen omdat die uit schuld ontstaan. Een van de meest liefdevolle dingen die we voor iemand anders kunnen doen is erkennen dat de ware bron van onze oordelen onze denkgeest is, en niet de vermeende ‘zieligheid’ van anderen. Aangezien die iedereen omvat, zal niemand worden uitgesloten van de ware vriendelijkheid van het niet-oordelen dat erop volgt. Dit, meer dan wat ook van de valse beminnelijkheid van het ego, is wat we allemaal werkelijk nodig hebben en waar we naar verlangen.