Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1005 Begin ik uit de droom te ontwaken?

Ik heb Een cursus in wonderen in de jaren 80 bestudeerd, maar ben pas vorig jaar begonnen met de werkboeklessen toe te passen. Toch waren er momenten de laatste jaren dat ik Gods aanwezigheid gewaar was. Ik weet dat liefde de enige waarheid in deze illusie is. Onlangs besefte ik dat ik iedereen heb vergeven van wie ik dacht dat ze me onrecht hadden aangedaan, alleen al door het besef dat dit onrecht in de eerste plaats nooit is geschied. Wanneer ik de dagelijkse les lees, krijg ik een gevoel van vrede dat de hele dag bij me blijft. Toen ik vanavond een bad nam, verloor ik een paar seconden lang elke verbinding met mijn lichaam. Ik voelde me alsof ik mentaal op een wildvreemde neerkeek en had een totaal neutraal gevoel over dat lichaam – geen afkeer, maar ook geen fascinatie. Begint de illusoire wereld voor mij te verdwijnen? Begin ik uit de droom te ontwaken?

Antwoord: Misschien begin je te ontwaken, maar omdat we je niet kennen, kunnen we daar echt geen sluitend antwoord op geven. Mensen ervaren het loslaten van de vereenzelviging met het lichaam en de wereld op verschillende manieren. Jezus bespreekt deze ervaring in het Tekstboek, in een aantal prachtige alinea’s in de paragraaf “Aan het lichaam voorbij” (T18.VI). Hij spreekt erover in de context van de Identiteit die we delen en die alle speciaalheid en de beperkingen van het lichaam overstijgt. Zo zegt hij over de ervaring: “Wat er in werkelijkheid gebeurt, is dat je de illusie van een beperkt bewustzijn hebt opgegeven, en de angst voor eenheid bent kwijtgeraakt. … Er schuilt in deze ontsnapping niet het minste geweld. Het lichaam wordt niet aangevallen, maar simpelweg correct waargenomen. Het beperkt jou niet, gewoon omdat jij dat niet wilt. Je wordt er niet echt uit ‘opgeheven’; het kán jou niet bevatten. Je gaat daar waar jij wilt zijn, waarbij je een besef van het Zelf verwerft, en niet kwijtraakt” (T18.VI.11:7, 13:1-5).

In het Werkboek zegt Jezus ons: “Zonder lichaam zijn betekent in onze natuurlijke staat zijn” (WdI.72.9:3). Dus het is niet iets speciaals, het is gewoon natuurlijk. Naarmate het ontwakingsproces vordert door het oefenen van vergeving, nemen we het lichaam en alles van het lichaam dus steeds minder serieus, tot we het punt bereiken waarop we weten dat we niet ons lichaam zijn, zelfs al is het lichaam nog altijd onze verschijningsvorm. Dit heeft niets met de dood te maken, zoals sommige studenten per vergissing denken. Het is een omslag in onze denkgeest van de onjuiste waarneming naar de ware waarneming, en die kan al of niet gepaard gaan met een fysieke samenhang – maar meestal is die er niet. Maar wat van het hoogste belang is, is de omslag die we in onze denkgeest maken over het doel waarvoor we ons lichaam nu willen gebruiken: leren dat we allemaal hetzelfde egodenksysteem delen, de correctie daarvan door de Heilige Geest, en het vermogen om tussen de twee te kiezen. We delen allemaal de pijn van de afscheiding, en we roepen allemaal om de liefde die we denken te hebben ontkend.