Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1002 Ik ben in de war en bang dat de Cursus me in de verkeerde richting leidt.

De Cursus is nieuw voor mij en ik ben in de war over hoe ik kan vergeven, hoe ik verder kan werken als masseur, aangezien het lichaam een illusie is, hoe ik een ander geloofssysteem kan beoefenen terwijl ik de Cursus leer. Ik werd hevig uitgescholden door iemand die geloofde dat hun systeem de enige weg was en ik moest tegen mijn eigen aard ingaan om er deel van uit te maken. Ik ben bang dat ik nu ook weer misleid wordt. Zijn er hier dingen die ons bij het leren kunnen helpen, ook al weten we niet welke richting we uitgaan?

Antwoord: Aangezien Een cursus in wonderen een denksysteem is dat het ego-denken volledig omkeert, is het belangrijk om wat hij leert met zachtheid en geduld op ons leven toe te passen. Deze ommekeer betekent dat we de Heilige Geest elk oordeel dat we over alles hebben laten transformeren. Het spreekt vanzelf dat dit een proces is dat tijd vergt, niet omdat tijd werkelijk is, maar omdat wij geloven dat tijd, samen met al het andere in de illusoire wereld, werkelijk is. Als je van de waarneming van het ego naar die van de Heilige Geest verschuift, zie je als eerste dat je leven een klaslokaal is om de lessen van vergeving te leren. Dit vormt de basis voor alle volgende stappen bij de omkering van ons denken. Elke stap vereist dat we geen enkele stap overslaan. Het is behulpzaam in gedachten te houden hoezeer we ons met het lichaam vereenzelvigd hebben, om dan in een mild tempo alles op een andere manier te leren zien. Terwijl we leren hoe we de principes van de Cursus in ons leven kunnen toepassen, leven en werken we verder zoals we gewend zijn. Het helpt niet als we ontkennen dat we onszelf als lichaam ervaren, of als we proberen te geloven dat onze vermeende noden, ervaringen en relaties illusoir zijn, want we geloven nog altijd dat ze werkelijk zijn. De Heilige Geest heeft ze nodig als leermiddelen in Zijn klas om ons te leren vergeven.

We worden niet gedwongen of onder druk gezet om iets te doen dat we niet willen doen. ”… Gods Wil kan jou niet opgelegd worden, omdat het een ervaring van totale bereidwilligheid is” (T8.III.2:3). In feite is er een beveiliging tegen dwang in de Cursus, want hij zegt ons dat we niets leren wat we niet willen leren. Wat we oefenen en leren is dan ook evenredig aan onze bereidwilligheid. Bereidwilligheid is het enige vereiste om de Cursus te beoefenen. Volmaaktheid of volledig begrip zijn niet nodig. Het begint met de bereidwilligheid naar elke grief te kijken als de projectie van de schuld van de denkgeest omdat hij ervoor gekozen heeft te geloven dat de afscheiding werkelijk is. Elke relatie, en feitelijk alles in ons leven, is dus nuttig om vergeving te oefenen. Alles wat geen volmaakte vrede is, van een lichte ergernis tot razende woede (zie WdI.21:2) wordt naar ons teruggekaatst als een afspiegeling van de beslissing van de denkgeest om naar het afscheidingsverhaal van het ego te luisteren in plaats van naar de Heilige Geest die ons de waarheid vertelt over onze eenheid als Gods Zoon. Vergeving betekent inzien dat deze beslissing de ware bron is van alle pijn en conflict in ons leven en in de wereld. Het probleem ligt dus in de denkgeest, niet bij andere mensen of in de wereld, of zelfs niet bij je eigen lichaam. De oplossing is dus eveneens in de denkgeest te vinden. Het doel van de Cursus is ons te trainen om vanuit dit perspectief naar alles in ons leven te kijken (zie W.In), en geleidelijk te leren dat niets buiten de denkgeest er enige invloed op heeft.

De Cursus is niet het enige spirituele pad dat ons naar huis terugleidt. Zo wordt ons in het Handboek gezegd dat hij een van de vele vormen is (zie H1.3,4). Elke denkgeest zal er uiteindelijk voor kiezen de waarheid van onze eenheid met elkaar en met God te aanvaarden. Dat is de inhoud van de kern van wat de Cursus onderwijst. Naarmate je vertrouwder wordt met zijn fundamentele principes, zul je merken dat ze zich onderscheiden van wat andere spirituele paden onderwijzen. In veel gevallen staan ze in scherp contrast met de meeste theologische en spirituele disciplines. Als je een ander geloofssysteem probeert te volgen terwijl je de Cursus leert, zul je uiteindelijk in conflict komen bij het oefenen en zal je voortgang belemmerd worden. En aangezien het ego ons al een uitgebreid assortiment afleidingen en hindernissen voorschotelt, is nog een conflict een overbodige last. Als het onderricht van de Cursus met jou resoneert en jij dit als je spirituele pad kiest, zul je merken dat de Cursus alleen van je vraagt dat je met zachtheid en geduld te werk gaat, stap voor stap, in een tempo dat alleen bepaald wordt door je eigen wensen en bereidwilligheid. Dit kan inhouden dat je de Cursus enige tijd met andere paden combineert. De Heilige Geest zal ze nooit van je wegnemen. Als we bereid zijn onze interpretatie van alle dingen in twijfel te trekken, en om hulp vragen, zal de Heilige Geest alles als leermiddel gebruiken en “…aan [de] minste uitnodiging ten volle gehoor geven” (T5.VII.6:6).