Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1000 Waarom zegt de Cursus dat de wereld ‘een feit’ is?

Van “Er is geen wereld!” (WdI.132.6:2) naar “Wat de wereld is, is slechts een feit” (H11.1:9). In de illusie lijkt de wereld voor ons inderdaad een feit en wij ervaren ze als een feit. Het verwonderde me dat ik deze verwijzing naar de wereld als een feit in het Handboek vond. Is dit alleen maar een verwijzing naar de natuur (gras, bergen, bomen, enz.)? Is dit, na alle verwijzingen in Een cursus in wonderen naar de wereld als een illusie, een voorbeeld van nog een tegenspraak in de woorden van de Cursus? Of wordt benadrukt dat wij met deze wereld die we hebben gemaakt als een feit moeten omgaan? Ik denk hieraan: “Er zijn hier beslissingen te nemen, en die moeten worden genomen, of het illusies zijn of niet” (L1.I.2:4). Toen ik de uitspraak in het Handboek las, was ik behoorlijk van streek en enigszins in de war.

Antwoord: Inderdaad spreekt Jezus zich op verschillende plaatsen in de Cursus op verschillende manieren uit over de wereld. Daarom leggen we de nadruk op de noodzaak onderscheid te maken tussen de twee niveaus waarop de Cursus is geschreven. Het eerste niveau zet waarheid en illusie tegenover elkaar, waarbij alleen God en de Hemel werkelijk zijn (met inbegrip van zijn Zoon, Christus en de scheppingen van Christus). Al het andere is illusoir en niet werkelijk: “Er is geen wereld!” Maar omdat we te bang zijn om dat te aanvaarden en ernaar te leven, spreekt Jezus ons over de wereld alsof ze werkelijk is – omdat wij denken dat dat zo is. Dat is eigenlijk niet tegenstrijdig, want in de zinnen voor en na degene die jij citeert over het nemen van beslissingen wordt dit uitgelegd: “Er is je gezegd de Heilige Geest een antwoord te vragen voor elk specifiek probleem, en dat je een specifiek antwoord ontvangen zult als dat jouw behoefte is. Er is je eveneens gezegd dat er maar één probleem en één antwoord is. In gebed is dit geen tegenspraak….Jou kan niet worden gevraagd antwoorden te aanvaarden die uitgaan boven het behoefteniveau dat je herkent” (L1.I.2:1-3;5). Jezus laat ons weten dat dit een proces is – zoals het beklimmen van een ladder. Hij helpt ons zo geleidelijk en met zachtheid onze gedachten over de werkelijkheid van de wereld te veranderen door ons te laten inzien dat onze waarnemingen in werkelijkheid interpretaties zijn die voortvloeien uit de voorafgaande keuze die we in onze denkgeest maken. De keuze om de hand van het ego of die van Jezus te nemen bij onze dagelijkse bezigheden. Dit is het andere niveau waarop de Cursus geschreven is – het tweede niveau, dat het kijken naar de wereld vanuit de onjuist-gerichte denkgeest (van het ego) en de juist-gerichte denkgeest (van de Heilige Geest) tegenover elkaar zet.

Het proces houdt in dat we onze onjuist gerichte waarnemingen naar de hemelse waarheid brengen die in onze juist-gerichte denkgeest weerspiegeld wordt. En als al onze waarnemingen tenslotte vanuit de juist-gerichte denkgeest plaatsvinden – wat betekent dat we alleen nog naar de Stem van de Heilige Geest luisteren – zal onze denkgeest niet langer gespleten zijn, en liefde zal dan simpelweg door ons heen vloeien en ons leiden in al ons denken en doen. In die staat van denken – wat de Cursus de werkelijke wereld noemt – weten we dat de wereld illusoir is en zien we dat iedereen ofwel om liefde roept of liefde tot uitdrukking brengt. In al zijn onderricht en lessen, leidt Jezus ons met zachtheid in die richting.