Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1137 Moet ik eerst de 'fouten' die ik ooit begaan heb 'goedmaken' voordat ik verder kan gaan naar de Verzoening?

Ik las onlangs een Christelijk boek waarin staat dat als je liegt of bedriegt, je tot inkeer moet komen. Er werden verschillende voorbeelden gegeven die me erg van streek maakten, vanwege de implicaties die het voor mijn leven heeft. Is God werkelijk de bron van alle morele codes waarin we geloven, en moet ik ze naar de letter nakomen? Ik denk dat iedereen in zekere mate liegt en steelt. Zou iemand die de Verzoening aanvaard heeft deze dingen helemaal niet meer doen? Het is wellicht makkelijker voor me om me aan een morele code te houden terwijl ik mijn weg vervolg, maar de gedachte aan het offer om voor mijn daden uit het verleden te moeten boeten is overweldigend – zoals mijn baan opgeven, teruggeven aan mensen wat ik volgens mijn eigen beschuldiging van ze heb weggenomen, de dingen goedmaken die ik denk verkeerd te hebben gedaan. Geloven dat ik iets op de juiste manier moet 'overdoen', vervult me met angst, en ik weet dat ik nooit daadwerkelijk zal opvolgen wat mijn angst van mij eist. Dus zal ik ooit verlost zijn?

Antwoord: Alle moraal is van het ego, aangezien het gebaseerd is op voorgeschreven normen voor gedrag of optreden, gericht op wat het lichaam wel of niet doet… Net zoals 'een universele theologie onmogelijk is' (VvT.In.2:5), is ook een universele moraal onmogelijk, omdat waarden van cultuur tot cultuur verschillen, en na verloop van tijd binnen deze culturen zelf veranderen. Deze relatieve aard van moraliteit is het bewijs dat geen enkel ethisch systeem van God kan zijn, in Wie alleen de onveranderlijke en universele werkelijkheid van de non-dualistische waarheid kan bestaan. Dit wordt aangehaald in Ken Wapnick’s boek: All Are Called, Deel 1 van The Message of ‘A Course in Miracles’, waar je een uitgebreide uiteenzetting vindt over ethiek en moraliteit, in de context van het onderricht van de Cursus, tegenover andere systemen. Een tweede bespreking van dit onderwerp is te vinden in hoofdstuk 17 van het boek Love Does Not Condemn, eveneens van Ken Wapnick. Ook ons antwoord op V#637, deel 2, behandelt diverse belangrijke passages uit de Cursus met betrekking tot moraal en gedrag. Bestudering hiervan helpt je ernstig misverstaan en verkeerde toepassing van de Cursusprincipes te vermijden.

Een cursus in wonderen leert je dat het lichaam geen onafhankelijk bestaan heeft; het is simpelweg een projectie van de denkgeest, als onderdeel van de egostrategie om de afscheiding werkelijk te maken. Het lichaam geeft uitdrukking aan het denksysteem dat de denkgeest wil handhaven: dat van het ego of dat van de Heilige Geest. Daarom staan er in de Cursus geen richtlijnen voor gedrag. Hij focust exclusief op de macht van de denkgeest om te kiezen, en op de gevolgen van de keuze die hij maakt. Aldus is het een cursus in het trainen van de denkgeest, en niet in hoe we ons in de wereld moeten gedragen. Ons gedrag vloeit rechtstreeks voort uit het denksysteem waarmee we ons identificeren, en daarop moet dus onze aandacht gericht zijn. Volgens Een cursus in wonderen komt het gevoel van zonde en schuld voort uit onze beslissing om de waarheid over de werkelijkheid en over onszelf af te wijzen, en te vervangen door iets anders. Dit wordt allemaal ontkend en vervolgens geprojecteerd op ons lichaam en op de wereld. Uiteindelijk denken we dat onze problemen en de oplossingen ervan zich in het lichaam (gedrag) en in de wereld bevinden.

Aangezien het ego geboren is uit zelfzucht, moord, misleiding en diefstal – het kent niets anders – is, als we ervoor kiezen ons met het ego te vereenzelvigen, de inhoud van onze denkgeest dezelfde als die van het ego. Zolang we bij deze keuze blijven, kunnen we niet anders dan conform die inhoud in de wereld handelen. We beseffen echter niet dat dit ons leven bestuurt; daarom hebben we hulp nodig van een bron die zich geheel buiten ons denksysteem bevindt: Jezus of de Heilige Geest. Dit is de kern van het onderricht en de oefeningen van de Cursus. Het begrijpen van het onderscheid tussen vorm en inhoud staat centraal bij de toepassing van Een cursus in wonderen.

Verlossing in Een cursus in wonderen heeft te maken met veranderen van leraar: het ego vervangen door Jezus of de Heilige Geest – of elke andere ego-vrije aanwezigheid waarbij we ons op ons gemak voelen. Als we dit doen, en dit doen we als onze pijn en wanhoop ons noodzaken te vragen naar ‘een andere manier’ dan begint het proces van de omkeer van denken (H24.4:1) – dan gaan we terug naar onze denkgeest, geleid door deze liefdevolle aanwezigheid, en kijken we zonder oordeel naar alle manifestaties van onze verkeerde keuze: oordelen, speciaalheid, zelfzucht, autoriteitskwesties, het denken in termen van 'de een of de ander' en 'doden of gedood worden', enzovoort. Als student van deze cursus leren we dat het kiezen voor dit waanzinnige denksysteem simpelweg een vergissing is die correctie behoeft, en niet een zonde die straf verdient. We beseffen ook dat het ons niet de vrede en het geluk gebracht heeft, die we dachten te vinden. Nu laten we, gelukkig en dankbaar, onze nieuwe leraar ons denken leiden.

Wanneer we voor eens en voor altijd het ego loslaten, dan is de enige inhoud van onze denkgeest liefde; wat we afgesplitst en verborgen hadden is dan in ons bewustzijn hersteld: de herinnering van onze ware Identiteit als Christus. Dit is de aanvaarding van de Verzoening, waarvoor geen offer vereist is (WdI.192.6:1). Alleen door liefde geleid, is alles wat we dan doen liefdevol. Het is onmogelijk iets te doen wat onszelf of anderen kwetst. Hoe dat er specifiek uitziet (vorm) kan niet worden geformuleerd. Hetzelfde gedrag (vorm) kan zijn oorsprong hebben in iemands onjuist-gerichte of juist-gerichte denkgeest (inhoud). Of je, in jouw geval, nu al dan niet terug moet geven wat je claimt gestolen te hebben is daarom een zaak tussen jou en de Heilige Geest. Wanneer je in een heilig ogenblik vrij bent van de tussenkomst van het ego, dan weet je dat gewoon. En als er geen helderheid is, wees dan voor een ogenblik zo vrij mogelijk van het ego, en doe dan wat je het meest liefdevol lijkt voor jezelf en de betrokkenen. We zullen nooit kansen tekort komen om onze lessen in vergeving te leren! (T31.VIII.3).

Tot slot: God heeft met dit alles niets te maken, omdat de afscheiding – het ego en zijn dynamiek en het ongedaan maken van dat alles – inherent onwerkelijk is. Daarom gebruikt Jezus verschillende metaforen en beelden om erover te spreken: een nachtmerrie over de afscheiding, een reis, een ladder. Door het corrigeren van verschillende religieuze tradities maakt hij ook onmiskenbaar duidelijk dat God, als Liefde, alleen kan liefhebben en die Liefde voor eeuwig uitbreiden. Veroordeling en liefde sluiten elkaar wederzijds uit: “God vergeeft niet, omdat Hij nooit veroordeeld heeft” (WdI.60.1:2; zie ook WdI.198).