Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1115 De Cursus lijkt op een tunnel zonder licht aan het einde

Enige tijd geleden werd ik het langzaam eens met het antwoord in V#767.

Ik heb echter geen echt ‘dichten van de kloof’ ervaren, of een ‘heilig ogenblik’ van vreugde, geluk, of iets van positieve aard als alternatieve route voor het wereldse ego. Als ik de ideeën van Een cursus in wonderen aanvaard lijkt het resultaat een nutteloos voorbijgaan van het leven, zonder enige enthousiaste interesse in wat dan ook. Hoe kun je vreugde vinden in het denkbeeldige en het onwerkelijke? Je zou je ‘schuldig’ of op zijn minst teleurgesteld kunnen voelen omdat de beloften in het Tekstboek niet zijn vervuld. Ik voel me alsof we alleen maar watertrappelen totdat we uiteindelijk het lichaam verlaten. Dus wat moeten wij die in Een cursus in wonderen geloven, doen zo lang we hier in het lichaam zijn? Het idee dat er eens een verzoening zal zijn is fijn, maar hoe kunnen we ons goed over onszelf voelen, als we de komende 20, 30 jaar of langer nog altijd in ons lichaam zullen zijn? En – afgrijselijk – we kunnen terug komen voor nog meer ego-illusies!!! Na 16 jaar lezen voelt het als een labyrint zonder uitgang. De beloften lijken slechts meer illusies. Is er ooit ergens enig licht in deze tunnel waar ik al deze jaren doorheen reis?

Antwoord: Aangezien het onderricht van de Cursus ons gewone denken ondersteboven keert, moeten we misschien beginnen met jouw beeld ondersteboven te keren. De wereld is de tunnel, en het licht – zowel in de tunnel als aan het einde ervan – is de boodschap van de Cursus. Voor jou, en ontelbare andere studenten, lijkt dit niet altijd zo te zijn. Dat komt omdat, zoals het oude liedje gaat, we zo gewend zijn om ‘naar liefde [licht] te zoeken op de verkeerde plaats’. Als je op enig ogenblik een diepe weerklank en kalme zekerheid gevoeld hebt in de herkenning dat de boodschap van de Cursus waar is, heb je toegang gekregen tot je juist-gerichte denkgeest, en dat is het heilig ogenblik. Het is niet sensationeler dan dat, maar toch bepaald niet onbeduidend: “Een licht is de duisternis binnengegaan. Het kan een enkel licht zijn, maar dat volstaat” (H1.1:4-5). Eeuwen van leugens worden ongedaan gemaakt in een ogenblik van herkenning dat de waarheid waar is. Waardering van iedere kleine, maar werkelijk effectieve stap in het tot stand brengen van de Verzoening, is de enige bron van hoop zolang je met de Cursus onderweg bent. Het ego werkt met veel misbaar, het brult en krijst, maar het liegt. De stille, kleine Stem van de Heilige Geest fluistert, maar spreekt de waarheid; Hij spreekt namens God. Het lichaam de komende 20 of 30 jaar als instrument gebruiken om te leren naar die Stem te luisteren, met de wereld als klaslokaal, lijkt een waardig gebruik van het lichaam en de wereld.

Ongetwijfeld zullen de overtuigingen die je eerst had over God, over je zelf en de wereld, teniet gedaan zijn, of op zijn minst dodelijk verwond, gedurende je vele jaren studie van de Cursus. Hun ter ziele gaan is geen geringe prestatie, gezien de investering in het leren van onjuiste concepten. Als zo’n verandering mogelijk is door het leren van de principes van de Cursus, dan is het redelijk om te geloven dat al het andere wat beloofd wordt ook binnen bereik is. Vooruitgang naar de vervulling van zijn beloften, wordt vaak verduisterd door de tussenkomst van verwachtingen die niets met het doel van de Cursus te maken hebben. We willen niet altijd wat hij ons belooft; in plaats daarvan willen we denkbeeldige surrogaten voor ware spirituele vooruitgang. Dat is waarom Jezus ons zegt: “Sommige van je grootste vorderingen heb jij als mislukking aangemerkt, terwijl je sommige van je diepste inzinkingen als succes hebt bestempeld” (T18.V.1:6).

Met anderen woorden: we weten niet wat er gaande is en, zelfs al wisten we het wel, dan zijn we niet in staat om het te evalueren. En dus voegt hij er in zijn milde wijsheid aan toe: “Stel jezelf niet aan het hoofd hiervan, want jij kunt het onderscheid niet maken tussen vooruitgang en achteruitgang” (T18.V.1:5). Dit ter harte nemen, leidt onvermijdelijk tot enig gevoel van verlichting. We hoeven niet te weten wat er gaande is. Als 16 jaar je een lange tijd lijkt, kan het een troost zijn te weten, dat in een ogenblik van werkelijk niets doen door niet te oordelen, “jij voorbijglipt aan eeuwen van inspanning, en aan de tijd ontsnapt” (T18.VII.7:3). Dit is het licht dat we vinden in de tunnel van de egowaanzin, wanneer we bereid zijn onszelf niet aan het hoofd van de Verzoening te stellen. Het verlicht niet alleen ons pad, maar verlicht ook onze last.