Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1109 Leven we allemaal een vooraf geschreven draaiboek over aanval uit?

Een student van Een cursus in wonderen vertelde me dat elke keer als aanval op het niveau van vorm plaatsvindt, dit het resultaat is van een vergeten overeenkomst tussen mij en die andere persoon om mij precies dat aan te doen. Is dat waar? Zijn de mensen in mijn leven personages die altijd de rol spelen in het draaiboek dat ik voor hen schreef? Of handelen ze volgens hun eigen draaiboek, en wanneer ze een ‘zondebok’ nodig hebben, wordt dan iedereen die op dat specifieke moment voorhanden is – ik of iemand anders – als zodanig gebruikt?

Antwoord: De geheime, vergeten overeenkomst (T28.VI.4) bestaat nooit tussen de figuren in de droom – het kleine zelf dat we denken te zijn – maar vindt plaats op het niveau van de denkgeest, gewoonlijk buiten je bewustzijn, tussen de fragmenten die geloven dat ze afgescheiden dromers zijn. En dus ben ik, als de dromer van mijn droom, inderdaad verantwoordelijk voor alles wat lijkt te gebeuren met de figuur waarmee ik mij binnen de droom vereenzelvig (T27.VIII.10). Maar dat is niet het niveau waarvan de meesten van ons zich gewaar zijn, noch is het bijzonder behulpzaam voor de aanpak van onze dagelijkse ervaringen en interacties. Zolang ik me nog identificeer met de figuur die ik mijzelf noem, is het behulpzamer om het niveau te overwegen waarop ik verantwoordelijk ben voor mijn interpretatie van en reactie op de verschillende gebeurtenissen in mijn leven.

Nu schuilt er enige waarheid in je observatie dat, wanneer we onze schuld willen projecteren, ieder geschikt doelwit voldoet. Maar niemand kan werkelijk een slachtoffer worden van de ogenschijnlijke aanval van iemand anders. Het is altijd uitsluitend mijn eigen interpretatie die ertoe leid dat ik iemand anders zie die mij aanvalt, en vooral, die mij van mijn vrede berooft (T12.I.3). Ongeacht wat die andere persoon zegt of doet, het is het mijn eigen keuze of ik die acties persoonlijk opvat en, als ik dat doe, is dat alleen omdat ik mezelf als slachtoffer wil zien. En dat weerspiegelt altijd de geheime overeenkomst (zie V#037 voor verdere bespreking van deze verborgen overeenkomst) om schijnbaar door de ander gekwetst te worden.

Vereenzelvigd met het ego, zijn we allemaal overeengekomen om anderen verantwoordelijk te houden voor onze gevoelens van onvrede en slachtofferschap. En we hebben allemaal speciale partners met wie de dans van de dood bijzonder intiem wordt gearrangeerd. Maar wanneer we bereid zijn om het ego af te wijzen en ons te wenden tot een andere Vertolker van onze ervaringen, herkennen we onze eigen verborgen schuld in al onze reacties op wat anderen ons lijken aan te doen. En met die herkenning kunnen we de keuze maken of we vast willen houden aan die schuld, of hem laten oplossen in het milde licht van ware vergeving. En dat leidt er altijd toe dat we onze eigen projecties van onze eigen schuld vergeven. Dan kunnen we de woorden en acties van anderen alleen zien als de roep om hulp en liefde, de liefde die ze in werkelijkheid zijn (T12.I.3,4).