Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1173 Vormt het simpele feit dat we in het vlees geïncarneerd zijn een aanval op onszelf?

Onlangs bezocht ik verscheidene internetforums over verschillende onderwerpen. Mensen schenen zo ‘uit te vallen’ naar elkaar en ze maakten zo veel ruzie, dat het me heel erg deed denken aan de uitspraak van de Cursus dat deze wereld reeds een aanval is op de Zoon van God, die hij zelf maakt. Aangezien we de wereld waarin we leven als ons ‘leven’ beschouwen, betekent het dan, in de waarneming van de wereld volgens de Cursus, dat het enkele feit dat we in deze wereld ‘leven’ al een aanval op onszelf is? Met andere woorden: zijn we, door te incarneren in vlees en lichaam, ‘auto-agressief’?

Antwoord: Ja. De aanval op de Zoon van God is de beslissing van de denkgeest om afgescheiden te zijn, en zich te identificeren met een lichaam dat in de wereld leeft. De denkgeest verdedigt zijn keuze door zijn schuld naar buiten te projecteren in talloze scenario’s voor oppositieoorlogen, waaronder niet de minste: de vele gevechten tussen Cursusstudenten. Niets slaat de plank overduidelijker mis dan de dwang om een bepaalde positie betreffende de leringen van Een cursus in wonderen te verdedigen. Het bewijst dat er niets is wat het ego niet kan gebruiken om afscheiding te verdedigen. Maar evenzo is er niets wat de Heilige Geest niet kan gebruiken om de denkgeest te genezen van zijn geloof in afscheiding. En dus kan de wereld die door het ego gemaakt werd als een aanval (WdII.3.2:1), een klaslokaal worden voor de vergevingslessen van de Heilige Geest. Het doel van het klaslokaal is leren dat noch de aanval, noch de daaruit voortkomende gevechten tussen tegengestelde krachten van enige soort, enig werkelijk effect hebben op de mogelijkheid van de denkgeest om voor vrede te kiezen. Wat de kracht uit de aanval wegneemt is hem niet als zondig te beoordelen, want hij heeft geen gevolg: een illusoire aanval heeft een illusoire wereld voortgebracht.

De lessen van vergeving beginnen met de bereidheid om naar de vele vormen van aanval en oordeel te kijken die zich voordoen in de loop van het leven in deze wereld, en daarin de weerspiegeling te zien van de keuze van de denkgeest om de afscheiding te verdedigen. In het geval van ‘strijdende studenten’ kun je oordelen vinden gebaseerd op de waarneming van deze studenten als zondige boosdoeners. Maar de plank misslaan is geen reden voor veroordeling en uitsluiting, hoezeer het ego er ook op gebrand is om er een halszaak van te maken. Het is een roep om liefde, uitgedrukt in onenigheid tussen studenten, en die verschilt niet van de roep om liefde van degene die over hen oordeelt. Het is belangrijk om de roep in jezelf te horen, samen met die van iemand anders, zonder een van beide te veroordelen. Dit brengt de denkgeest op één lijn met de Heilige Geest, transformeert het slagveld in een klaslokaal en de aanval in een kans. Op deze manier oefenen met iedere situatie die zich voordoet, is hoe de denkgeest genezen wordt van het onjuiste geloof in de ogenschijnlijk verwoestende gevolgen van de aanval van de Zoon van God op zichzelf.