Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1144 Kun je uitleggen hoe projectie werkt?

Ik begrijp niet goed hoe projectie werkt en wat de betekenis van het volgende is: “Zoals de wereld deze zaken beoordeelt, maar niet zoals God ze kent, werd ik verraden, verlaten, geslagen, uiteengereten en tenslotte gedood. Het was duidelijk dat dit alleen geschiedde op grond van de projectie van anderen op mij, aangezien ik niemand kwaad had gedaan en velen had genezen (T6.I.9:2-3). Zoals ik projectie begrijp, zie ik in mijn denkgeest liefde en die wil ik niet; en dus verzin ik een menselijke vorm, Jezus, die ik aanval en vernietig. Jezus of liefde daarentegen, ziet en begrijpt mijn reactie als een roep om liefde, en hij geeft deze liefde terug, die ik op een heleboel manieren interpreteer. Eén mogelijkheid is dat ik zie dat hij zich niet verzet of verdedigt. Deze projectie is nogal een blokkade voor mij.

Antwoord: De paragraaf van Een cursus in wonderen waarin het citaat voorkomt heeft als titel: “De boodschap van de kruisiging”. Hier verwijst Jezus naar wat er meer dan 2000 jaar geleden plaatsvond. De mensen voelden zich enorm bedreigd door de liefde die hij uitdrukte en die hij was. Zoals je zelf zegt: we beschuldigen onszelf er allemaal van liefde te verwerpen, en onze schuld hierover is zo overweldigend dat de enige uitweg die we denken te hebben is die schuld op iemand anders projecteren en die persoon aanvallen (T31.III.1). Dat, zegt Jezus, is toen gebeurd. De mensen moesten iets vinden waarvan ze hem konden beschuldigen en dat ze gerechtvaardigd vonden; anders was de pijn van hun schuld ondraaglijk. Maar hij heeft niet ervaren dat hij verraden, verlaten, gemarteld en gedood werd, zoals de wereld dat zag. Zonder ego kon Jezus dit alles niet ervaren hebben; hij wist dat hij zijn lichaam niet was. Hij kon alleen maar liefhebben, en zag in de kwaadaardigheid van deze mensen hun roep om hulp. Zijn boodschap is dus: “Van jou wordt alleen gevraagd mijn voorbeeld te volgen wanneer je geconfronteerd wordt met veel minder extreme verleidingen om verkeerd waar te nemen, en ze niet te accepteren als valse rechtvaardiging voor woede” (T6.I.6:7).

Telkens als je voelt dat jouw woede gerechtvaardigd is, heb je jouw onbewuste schuld op de persoon geprojecteerd op wie je boos bent. Dat betekent niet dat die persoon niet iets gezegd of gedaan kan hebben dat niet liefdevol is. Zonder schuld is het echter onmogelijk je woede te rechtvaardigen, ongeacht wat er gebeurd is. Als je bovenaan de ladder zou staan, zou je helemaal niet boos worden, want dan zou je de pijn en de angst achter iemands kwaadaardigheid zien en alleen maar mededogen voelen. Deze inhoud in je denkgeest komt dan tot uitdrukking in een vorm die past bij de situatie.