Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1143 Hoe kan ik een heel emotionele speciale relatie loslaten?

Ik heb een vraag over emotionaliteit en speciale relaties. Ik heb er een gehad die extreme liefde tot gevolg had en tegelijkertijd totale afwezigheid van gevoel. Kun jij me raad geven over hoe je moet omgaan met extreme emotionele banden terwijl je weet dat ze je niet verder helpen, maar je nog niet in staat bent ze los te laten? Ik ben wat in de war door het feit dat iemand zowel extreme liefde/haat kan opwekken en me tegelijkertijd een meer universele liefde in herinnering brengt. Ik veronderstel dat beide alleen maar in mij aanwezig zijn, maar het is moeilijk om ermee om te gaan. Ik heb geprobeerd hier met de hulp van een aantal psychologen aan te werken, maar eigenlijk zonder succes. De beslissing om weg te gaan lijkt de mijne te zijn, maar het lijkt een beetje koud. Ik denk dat mijn vraag neerkomt op: ‘wat is liefde?’ Hoe definieert Een cursus in wonderen liefde? Ik voel zoveel fysieke en emotionele pijn; het lijken bijna ontwenningsverschijnselen (speciale haat/liefde). Ik lees de Cursus en begrijp hem op een mentaal niveau, maar emotioneel voel ik alleen krenking en pijn. Genezing komt alleen met kleine (illusoire) stapjes. Waarom doen we onszelf dit aan? Indiase yoga-technieken gebruiken extreme emoties als middel om door te breken tot de meer universele liefde. Ik veronderstel dat Een cursus in wonderen zulke technieken niet goedkeurt?

Antwoord: Het kan nuttig zijn in gedachten te houden dat extreme emotionele gevoelens in werkelijkheid niet anders zijn dan mildere ervaringen van zulke gevoelens (bijvoorbeeld WdI.21.2:3-5; H17.4:3-8). En onze pogingen om hier iets zinnigs van te maken, ongeacht hun intensiteit, zijn alleen maar slimme afleidingsmanoeuvres van ons ego om ons ervan te weerhouden het werkelijke probleem te herkennen: alle pijn komt voort uit onze beslissing om onszelf als afgescheiden van liefde te zien (T28.III.5:1). De scenario’s van ons leven, met al hun verschillende relaties, zijn ego-symbolen die het ultieme ego-drama in de denkgeest uitspelen in de vorm. Een drama waarin we denken vast te zitten in een strijd van leven op dood met God, Die wraak zoekt voor onze aanval op Hem, toen we ons autonome individuele zelf ontworstelden aan Zijn Eenheid. En, zo zegt het ego ons, die strijd is er een die we uiteindelijk zullen verliezen, want we gaan allemaal dood.

Waarom lijken gevoelens – zowel positieve als negatieve – in de ene relatie intenser dan in een andere? Er is eigenlijk geen antwoord op die vraag behalve dat, toen het ego-scenario werd geschreven lang geleden, in sommige symbolen uit dat scenario, dat wil zeggen figuren binnen de droom, meer geprojecteerde schuld geïnvesteerd leek dan in andere. En die symbolen, die buiten ons lijken, weerspiegelen de verborgen inhoud van onze denkgeest, die we in onszelf niet willen aanvaarden. Intensere relaties bieden ons de gelegenheid om dieper in onszelf te kijken.

Zouden we ooit onszelf toestaan rustig voorbij de uiterlijke relatie te kijken naar het onderliggende conflict van binnen, zo verzekert Jezus ons, dan zouden we de innerlijke strijd met God slechts als dwaasheid zien en helemaal niet als iets ernstigs. Maar de wereld van de relaties houdt onze aandacht buiten onze denkgeest, zodat we alle intensiteit en emotionaliteit toeschrijven aan de interacties die we met andere personen lijken te hebben, die afgescheiden zijn van onszelf. Ja, zo ervaren we het conflict en er wordt niet van ons verwacht dat we onze gevoelens ontkennen. Maar we worden uitgenodigd een andere interpretatie van onze ervaringen in overweging te nemen, een interpretatie die ons leert inzien dat alleen wij verantwoordelijk zijn voor onze gevoelens (T21.II.2:3-5) en anderen niet meer zijn dan de voorwendsels die wij verzonnen hebben om de verantwoordelijkheid elders te leggen. En zolang we de verantwoordelijkheid voor onze gevoelens buiten onszelf projecteren, is er geen echte genezing mogelijk – alleen pseudo-genezing die speciale ruilhandeltjes en compromissen met zich meebrengt, waarbij we altijd het gevoel hebben dat we iets moeten opgeven om te krijgen wat we denken te willen.

Telkens wanneer we merken dat we iets willen van iemand anders, hebben we al een beslissing genomen om ons met het ego-denksysteem van afscheiding, verschillen, beperking en verlies te vereenzelvigen. En alleen al door de aard van deze beslissing, zal ze als pijnlijk worden ervaren, aangezien de keuze voor het ego, de keuze tegen liefde is. Hoe zou de beslissing om onszelf te zien als verstoken van liefde, verloren en helemaal op onszelf, anders dan als uiterst pijnlijk ervaren kunnen worden?

Wat de definitie van liefde in de Cursus betreft, zegt Jezus in de Inleiding tot het Tekstboek: “De cursus beoogt niet de betekenis van liefde te onderwijzen, want dat gaat wat onderwezen kan worden te boven. Hij beoogt echter wel de blokkades weg te nemen voor het bewustzijn van de aanwezigheid van liefde, die jouw natuurlijk erfgoed is” (T.In.1:6-7). Je zult in de Cursus dus geen definitie van liefde vinden, omdat liefde, die onze werkelijkheid is, buiten alle beperkingen, alle grenzen, alle concepten staat. Toch zegt de Cursus voldoende over liefde, en wat liefde niet is, om duidelijk te maken dat wat in deze wereld voor liefde doorgaat – wat de Cursus speciale liefde noemt – op z’n best “een armzalig surrogaat” (T16.IV.8:4) is en op z’n slechtst een tegenstrijdigheid van de werkelijkheid van liefde.

Liefde is alleen maar, ze heeft geen gradaties van diepte of intensiteit, en kan niet veranderen (WdI.127.1:3-6; 2:1-3). Wat er lijkt te veranderen of te variëren al naargelang de toestand en omstandigheden kan alleen maar een aspect zijn van de afscheidingsgedachte van het ego, en dus moet het haat zijn, want het ego werd gemaakt als tegendeel van liefde. In het omgaan met wat jij als extreme emoties ervaart die lijken te variëren van liefde naar haat, is het nuttig in te zien dat al deze gevoelens van het ego afkomstig zijn. De ‘liefde’ van het ego is vol ambivalentie (T4.III.4), aangezien het ego zelf niets anders is dan een ambivalente gedachte. En dus kunnen zijn projecties in een wereld van vorm alleen met ambivalentie ervaren worden, zolang het ego onze gids en leraar blijft. En dus kunnen onze gevoelens, geaard als ze zijn in de ambivalentie van de tegengestelde aard van het ego, alleen maar fluctueren tussen speciale liefde en speciale haat – dat is hun bereik. Maar toch ligt er altijd, onder de lagen van haat en speciale liefde en schuld, onze oprechte liefde voor onze Vader – en de herinnering van onze eenheid – wat deze lagen tot doel hadden te verbergen. Maar zolang we weigeren het werkelijke probleem te zien, zullen we antwoorden zoeken op blijkbaar belangrijke maar uiteindelijk niet ter zake doende vragen zoals: ‘Wat moet ik doen in verband met deze situatie of deze relatie? Moet ik ermee doorgaan of er een einde aanmaken? En hoe kan ik de pijn doen ophouden?’

Maar alle relaties kunnen ons helpen als we de juiste leraar hebben. Of ze al dan niet behulpzaam zijn, heeft niets te maken met onze keuze om al dan niet fysiek in een relatie met iemand te blijven. Het gaat er alleen maar om of we ervoor kiezen deze andere persoon te aanvaarden als een spiegel van ons eigen onbewuste, waarvoor ons nu de gelegenheid wordt gegeven om dat aan het licht te brengen en te onderzoeken. En dan beginnen we te begrijpen dat de enige vraag is: ‘Hoe kan ik op een andere manier naar mezelf kijken?’ Het doel is niet de andere persoon op een andere manier te zien, maar in te zien waarom ik ervoor gekozen heb die persoon te zien zoals ik hem zie. Het is altijd een verdediging tegen het kijken naar de zelfbeschuldigingen en de zelfhaat in mijn eigen denkgeest. Want daar kan ik iets doen aan mijn keuze voor het ego, met het ermee gepaard gaande conflict en lijden. En door hiernaar te kijken begin ik te begrijpen waarom ik mezelf dit aandoe: om mijn vals zelfgevoel te beschermen tegen de grenzeloze liefde van ons ware Zelf dat helemaal geen weet heeft van oordeel of beperking.

We kunnen in deze wereld liefde niet rechtstreeks ervaren, zolang we ons blijven vereenzelvigen met een afgescheiden, individueel zelf. Maar we kunnen de afspiegeling ervan ervaren: vergeving die “is stil en doet in alle rust niets. … Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet” (WdII.1.4:1,3). En de vergeving, hoewel die misschien ervaren lijkt te worden met betrekking tot een andere persoon, is in waarheid altijd alleen maar voor onszelf.

Andere spirituele denksystemen gebruiken misschien de intense emoties waarover jij spreekt als middel om door te breken tot de universele liefde, en de Cursus velt geen oordeel over zo’n aanpak. Maar voor degenen onder ons voor wie de Cursus het pad is, nodigt Jezus ons uit zijn zachtmoedige aanpak van vergeving te omarmen. Die brengt geen intense doorbraak met zich mee, maar alleen een vredig versmelten van binnen (T18.VI.13, 14). De vrede die ons altijd wacht komt op in ons gewaarzijn, wanneer we eenmaal bereid zijn te kijken naar onze eigen keuze voor en investering in alle verschillende uitdrukkingen van de intensiteit van het ego, en die los te laten.