Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1129 Moeten we opnieuw collectief geheugenverlies ondergaan om de illusie te vergeten?

Een cursus in wonderen zegt met zoveel woorden dat we vergaten te lachen toen we het idee koesterden ons van God af te scheiden, dat idee serieus namen, de Hemel verlieten, enzovoort. Dit impliceert dat de schepping over het afscheidingsidee heeft nagedacht, erom had kunnen lachen en het daarbij laten. Betekent dit dan dat er in het geschapene een idee bestaat van onvrede dat genegeerd of waarnaar gehandeld kan worden? Collectief geheugenverlies heeft ervoor gezorgd dat de schepping niet verantwoordelijk is voor de afscheiding. De schepping heeft al het specifieke gemaakt: de nuances van het pathos van een zorgdragende mensheid wanneer een kind wordt geslagen, gemarteld of verkracht. Een goede Cursusstudent beseft dat dit nooit heeft plaatsgevonden en mits hij goed begeleid wordt, zal hij zelfs zijn medeleven aanbieden. Maar wat een spontane uitbarsting van leed leek te zijn, was al bedacht en georkestreerd voor er sprake was van tijd. Uiteindelijk zal wat nooit heeft plaats gevonden, vergeten worden, het zal niet hebben bestaan. Moet de mensheid opnieuw een collectief geheugenverlies ondergaan om de illusie te vergeten?

Antwoord: Hoewel jouw interpretatie dat de afscheidingsgedachte zijn oorsprong vindt in Gods schepping algemeen verbreid is, is het kernonderricht van de Cursus dat God en Christus niets te maken hebben met het nietig dwaas idee van de afscheiding, de ogenschijnlijk afschuwelijke gevolgen ervan, en zelfs niet met de Correctie, ook al lijken sommige passages iets anders te suggereren. Het deel van de denkgeest dat in slaap gevallen lijkt te zijn en een afscheidingsdroom droomt, bestaat in werkelijkheid niet. De Schepping heeft het afscheidingsidee nooit overwogen en heeft ook geen idee over onvrede. Zelfs de Correctie bevindt zich buiten de ene Denkgeest en is alleen een afspiegeling van de Eenheid van de Hemel, want ze is in de illusoire gespleten denkgeest de herinnering Hiervan. Daarmee neemt onze ego-denkgeest geen genoegen, want die dringt er nog altijd op aan dat er iets heeft plaatsgevonden dat om uitleg vraagt. Maar Jezus zal ons die nooit geven, want vanuit zijn gezichtspunt kan er geen uitleg zijn over niets. Variaties op dit thema worden in een aantal vragen besproken waaronder V#350, V#568 en V#624, evenals in De meest gestelde vragen over Een cursus in wonderen.

Het is heel moeilijk om vanuit de wereld naar de wereld te kijken en er niet op te reageren, want de boodschappen die naar ons worden teruggebracht zijn precies de boodschappen die wij onszelf hebben gegeven om het door ons gekoesterde geloof in de werkelijkheid van de afscheiding en ons afgescheiden zelf te bevestigen (T18.IX.3). Het is op dit illusoire niveau dat we van een collectief geheugenverlies kunnen spreken dat ervoor gezorgd heeft dat we ons niet bewust zijn van de rol die onze denkgeest speelt in onze ervaring. De wereld lijkt zo werkelijk omdat het illusoire deel van ons dat werkelijk zo wil. Wanneer we de reeks ervaringen – zowel goede als slechte – overdenken die de wereld ons lijkt voor te schotelen, is het misschien nuttig ons in herinnering te brengen hoe levendig en zelfs tastbaar veel van onze droomervaringen lijken te zijn, wanneer we ’s nachts slapen. En we kunnen niemand anders dan onszelf verantwoordelijk houden voor de ervaringen van deze nachtelijke dromen, hoe wreed en harteloos ze misschien ook zijn. En toch verdwijnen ze gewoonlijk in het niets wanneer we wakker worden. We hebben enorme weerstand om te aanvaarden dat deze wereld die zo werkelijk voor ons lijkt, net zo min werkelijk is als de werelden van onze nachtelijke dromen.

Als iemand werkelijk een ‘goede Cursusstudent’ is, die geconfronteerd wordt met iets tragisch of een verschrikkelijke misdaad tegen een schijnbaar onschuldig slachtoffer, zoals een jong kind, dan zal er een innerlijke erkenning zijn van de pijn en de schuld die alle betrokkenen bij de situatie – dader, slachtoffer, familie, toeschouwers – delen, als zijnde een verdediging tegen de liefde in de denkgeest die ze ook delen, maar niet durven omarmen.
En ja, alles wat lijkt te gebeuren was al georkestreerd, en is al gebeurd, maar zo ervaren wij dat niet. En dus kiezen we er in het heden voor welke leraar we uitnodigen om samen met ons naar de gebeurtenissen te kijken die onze denkgeest nog altijd als werkelijk lijkt waar te nemen in onze ervaring. Als liefde onze gids is, zullen onze reacties niet onnatuurlijk, maar spontaan en oprecht vriendelijk en liefdevol zijn. Een onnatuurlijke reactie is het werk van een ego dat probeert de controle te houden over een situatie die hij op de een of andere manier als afgescheiden van hemzelf ziet.

Wat uiteindelijk nodig is, is niet nog een collectief geheugenverlies, maar een individuele herinnering van onze rol als de dromer van onze droom (T27.VII). Want met die herinnering hoeven we de droom niet langer serieus te nemen en kunnen we glimlachen om de collectieve waanzin, of dwaasheid van onze denkgeest die denkt dat we onze werkelijkheid kunnen beperken tot individuele lichamen, ten prooi aan krachten buiten onszelf. En die denkt dat we kwetsbaar zijn en zwak en dat we allemaal uiteindelijk ter ziele zullen gaan, in welke vorm ook, dood en fysiek verval en vernietiging. Dit is geen tragedie maar een kostelijke grap die we met onszelf uithalen.

En misschien is dit pad met zijn bijzondere reeks symbolen en theologie niet het pad dat jou aanspreekt, en is dit niet de zachtaardige weg naar huis die jouw denkgeest kan omarmen. Als het niet jouw pad is, dan is er een andere weg naar huis die voor jou zinniger zal zijn en je de vertroosting biedt die je zoekt, wanneer je je openstelt voor de liefde die binnenin jou wacht.