Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1112 Ik kan me de Heilige Geest niet als een persoon voorstellen, hoe kan ik dan de Cursus volgen?

Ik weet dat het noodzakelijk is om over de Heilige Geest (of Jezus) te denken als een werkelijke persoon die van je houdt. Dit lijkt overeen te komen met de taal van de Cursus. Maar dit komt niet natuurlijk bij me over, op enkele uitzonderingen na, en er wordt ons ook geleerd dat de Heilige Geest en God in werkelijkheid metaforen zijn voor eenheid. Ook vind ik het taalgebruik verwarrend, want de Heilige Geest als een persoon bestempelen lijkt het gevoel van dualiteit (zelf versus niet-zelf) eerder te versterken dan te elimineren. Waarom kun je de Heilige Geest niet beschouwen als een hogere inspiratie, als onvoorwaardelijke liefde, als inzicht dat tot je komt wanneer je er open voor staat, via elk middel dat nuttig en natuurlijk voor je is? Door vol te houden dat Hij een persoon is, voel ik me dikwijls van de wijs gebracht, omdat ik denk: dit geloof ik niet, de Heilige Geest is geen persoon. Ik ben het ermee eens dat het troost biedt en heel krachtig is om Jezus’ aanwezigheid te voelen. Maar dat is bij mij een zeldzame ervaring. Ik leg de Cursus wekenlang weg.

Antwoord: Jezus of de Heilige Geest als een persoon waarnemen is bedoeld om hun aanwezigheid op een behulpzame manier werkelijk te maken voor ons. We zijn innig gehecht aan onze identiteit als lichaam, niet alleen als fysiek lichaam maar ook als emotioneel, psychologisch en intellectueel lichaam, waarin onze gedachten, verbeelding, fantasieën en overtuigingen van groot belang zijn. We weten dat Jezus en de Heilige Geest geen personen zijn. We weten dat overleden dierbaren niet langer het lichaam hebben dat ze hadden toen ze nog in ons midden waren. Dat weerhoudt ons er niet van ze ons te herinneren zoals ze voor ons waren. We bewaren in feite foto’s van hen om ons de liefde te herinneren die we met hen deelden. De foto’s zijn symbolen, Jezus en de Heilige Geest zijn als persoon symbolen. Het klopt, wij zijn geen lichaam, en Jezus spreekt niet tot het individu dat zich met een lichaam vereenzelvigt. Om zich tot de denkgeest van het Zoonschap te wenden, gebruikt de Cursus symbolen (woorden en beelden) om tegemoet te komen aan onze onjuiste overtuiging over onszelf. Hij verwijst naar de Heilige Geest als “Hij” (een persoon) die dat deel van de denkgeest vertegenwoordigt dat de herinnering aan Gods Liefde bevat. Jezus verwijst naar zichzelf als een persoon: “Ik zal met je onderwijzen en met je leven als jij met mij wilt denken…” (T4.I.6:3). Hij nodigt ons zelfs uit hem als een lichaam te zien: “Als het je helpt, denk dan dat ik jouw hand vasthoud en je leid. En ik verzeker je dat dit geen hersenschim zal zijn” (WdI.70.9:3-4). Het enige wat telt is dat we Jezus’ uitnodiging ter harte nemen in een vorm die ons het meest aanspreekt: “Laat mijn relatie tot jou werkelijk voor je zijn, en laat mij werkelijkheid brengen in jouw waarneming van je broeders” (T17.III.10:2).

Zoals altijd wanneer we de Cursus in praktijk brengen, kijken we naar alles wat we ervaren als de afspiegeling van de keuze van de denkgeest voor het ego of voor de herinnering van liefde (Heilige Geest). Elke ergernis, verwarring of irritatie kan alleen maar het gevolg zijn van de keuze om naar het denksysteem van het ego te luisteren. Uit weerstand tegen de boodschap van de Cursus, legt iedereen het boek van tijd tot tijd opzij. Het doet er niet toe of dat voor een paar minuten, voor weken of voor jaren is. Wat er wel toe doet is dat we hem opnieuw opnemen, wat de beslissing van de denkgeest weergeeft om naar de Heilige Geest te luisteren. Als je maar voor een ogenblik, of maar heel af en toe, Jezus’ aanwezigheid ervaart, volstaat dat om je te laten weten dat hij er is. Meer hoeven wij niet te weten, want liefde is gekomen omdat de denkgeest die zich herinnert ervoor gekozen heeft.