Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1069 Moet ik sterven en alles wat ik liefheb opgeven om de Verzoening te bereiken?

Ik ben met de Cursus op een punt waarop ik heel verdrietig en depressief ben. Ik denk dat als we willen terugkeren naar ons ware Zelf, dan moeten we overgaan, sterven, veranderen of wat dan ook, terug naar Gods armen. Ik wil deze wereld niet opgeven, alleen de verkeerde dingen zoals oorlog, ziekte enzovoort. Ik weet dat de Cursus zegt dat God onze goede scheppingen voor ons bewaard heeft, maar geldt dat ook voor mijn projecties van ego’s (lichamen) die ik liefheb, zoals mijn familie? Ik ben bang voor eenzaamheid. Begrijp ik het allemaal verkeerd? Ik blijf maar denken dat ik moet sterven om de Verzoening te bereiken.

Antwoord: Je hoeft niet te sterven om de Verzoening te bereiken. Verzoening is een omslag die plaatsvindt in je denkgeest, en dan kijk je met de visie van Christus, en niet met die van het ego. Dit betekent dat je iedereen als hetzelfde ziet in plaats van als anders met verschillende en concurrerende belangen en doelen. Je ziet duidelijk dat de afscheiding een illusie is. Je bent met een genezen denkgeest nog steeds hier, maar je beseft dat leven als lichaam in een stoffelijke wereld niet je ware identiteit is. En je beseft óók dat dit evengoed geldt voor je geliefden. Dat maakt eenzaamheid onmogelijk. Je hoeft niet te sterven om je dit te realiseren. Het is een staat van de denkgeest die Een cursus in wonderen de werkelijke wereld noemt. Je verdwijnt niet in het Hart van God op het moment dat je de Verzoening aanvaardt: “Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd”, verzekert Jezus ons (T16.VI.8:1). Het ontwakingsproces is mild: “God heeft gewild dat hij zachtjes en van vreugde vervuld wakker wordt, en hem het middel geschonken om zonder angst te ontwaken” (T27.VII.13:5). Alleen wanneer de wereld en alle vormen van afscheiding geen betekenis meer voor je hebben, zullen ze uit je denkgeest verdwijnen – maar niet eerder. Er wordt ons nooit gevraagd iets op te offeren wat we nog willen behouden. (T30.V.9:4-5)