Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1056 Wat is de ‘enige vraag’ die we God moeten stellen?

Een cursus in wonderen spreekt vaak over de enige ‘vraag’ die we aan God moeten stellen, in plaats van de vele die onze ‘levens’ op aarde vormen. Wat is die vraag precies, als die niet in woorden gesteld kan worden? Een gevoel van directe 'communicatie', dat wil zeggen 'zijn'? Is de 'gemeenschap met God' waar de Cursus over spreekt niet net zo goed een illusie, omdat het impliceert dat het ene (afgescheiden) aspect van God spreekt tot een ander afgescheiden aspect?

Antwoord: Deze 'vraag' heeft altijd betrekking op inhoud, niet op vorm. Dus zal het altijd gaan over het aanvaarden van de Verzoening, of een variant daarop. Als voorbeeld vraagt Jezus ons twee keer dringend: “Waarom op de Hemel wachten?” (WdI.131.6:1; WdI.188.1:1), en ook zegt hij in het Werkboek dat we "duizend keer per dag" moeten vragen: “Wie vergezelt mij?” (WdI.156.8:1-2). En in het lieflijke prozagedicht “The Gifts of God”, leidt Jezus onze gedachten naar de geschenken die we God kunnen geven. In een van de vele prachtige, ontroerende pleidooien, roept hij uit: “Kind van Eeuwige Liefde, welk geschenk is er dat jouw Vader van jou wil, behalve jouzelf? En wat is er wat je liever wilt geven, want wat is er dat je liever wilt hebben? Welke onbeduidende geschenken, gemaakt uit ziekelijke angst en kwaadaardige dromen van lijden en dood, kunnen de vervanging zijn – die je werkelijk wilt – voor de herinnering van de Christus in jou?” (The Gifts of God blz.125).

Aangezien het afsmeken van Gods hulp voor onze wereld en ons leven het middelpunt van gebed is geweest in bijna alle religies, Oost en West, gebruikt Jezus die vorm in het proces waarin ons denken over wie wij zijn en Wie God is gecorrigeerd wordt. Maar vanzelfsprekend denkt hij niet dat werkelijke communicatie met God binnen de droom plaatsvindt; dat kan niet. Dit wordt duidelijk wanneer we het denksysteem van Een cursus in wonderen volledig gaan begrijpen. In werkelijkheid bidden we tot onszelf om ten eerste onze verbintenis met het ego – die we niet in twijfel trekken – te herkennen; vervolgens om naar binnen te keren naar de herinnering van de waarheid in onze juist gerichte denkgeest (gesymboliseerd door Jezus en de Heilige Geest) voor hulp bij het zien van onze vergissing. Dan kunnen we kiezen de onszelf opgelegde verbanning van Liefde te beëindigen, nu we beseffen dat dát is wat we gedaan hebben. Als onze denkgeest genezen is van alle gedachten van afscheiding van God en van elkaar, worden we eenvoudigweg opnieuw Liefde, Gods geschenk aan ons in onze schepping.