Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1013 Hoe staat de Cursus tegenover voorspellingen van rampen en de ondergang van de wereld?

Ik hoor steeds maar weer akelige voorspellingen en profetieën over grote veranderingen op aarde. Sommige voorspellingen zeggen dat de wereldpopulatie als gevolg van deze komende veranderingen met twee derde zal afnemen. Sommigen zeggen dat de Derde Wereldoorlog volgend jaar zal uitbreken. Sommigen hebben het over een planeet die ons zonnestelsel zal passeren en grote veranderingen in de zon teweeg zal brengen, wat weer tot grote veranderingen in de kern van de aarde zal leiden, met een verwoesting zoals die van Atlantis tot gevolg. Onze regering lijkt de strop om onze nek aan te halen met al de nieuwe wetten… en er komen er zelfs nog meer aan. Wat moet de houding van een student van Een cursus in wonderen zijn tegenover al deze veranderingen?

Antwoord: Jezus, die zichzelf als voorbeeld stelt voor hoe wij kunnen leren naar de wereld en naar onszelf te kijken (T5.II.9:6; 12:3; T6.I.8:6-7), zou met een milde glimlach naar al deze voorspellingen van dreigende ondergang kijken. Want hij staat buiten de droom en weet dat al zulke gedachten eenvoudig de identificatie van de Zoon met de ego denkgeest weerspiegelen. Deze blaast zichzelf op met dreiging over rampspoed, chaos en crises in de wereld, zodat we het ego zélf in onze denkgeest niet zien als de bron van deze zogenaamde gevaren. Want als we naar deze bron keken, hoefden we niet veel verder te kijken om in te zien dat we een heel nietig klein muisje van een idee zien dat ineenkrimpt in zwakte en onbestendigheid, en tegelijkertijd probeert te brullen, als dekmantel voor zijn kwetsbaarheid (T22.V.4). En dan konden we alleen zelf maar glimlachen, samen met Jezus.

Maar, zolang we nog steeds willen dat de wereld en ons onbeduidende afgescheiden zelf waar zijn, reageren we met oordelen, woede en angst. Jezus vraagt ons niet te ontkennen hoe we ons voelen, maar onze reacties te gebruiken als middel om onze voortdurende identificatie met het ego te herkennen en erkennen. Want het ego heeft ons diep van binnen overtuigd van onze eigen zonde en schuld, die straf vereisen. Maar bij voorkeur moeten de rampen anderen overkomen in plaats van onszelf, als bewijs dat de schuld elders ligt en niet bij onszelf. Het is een heel venijnig denksysteem en het lijden dat we bereid zijn te verduren en te zien alsof het aan anderen toegebracht wordt, getuigt alleen maar van onze eigen waanzin. Maar door onze bereidwilligheid om eerlijk te kijken naar wat we geloven dat we tot werkelijkheid kunnen maken kan onze motivatie worden versterkt om ons tot Jezus te wenden en hem te vragen om een andere manier van kijken naar de waanzin van de wereld: met een glimlach in plaats van met een frons of een grijns.