Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1185 Moet ik proberen te ontkennen dat ik een lichaam ben?

Een vraag over niveauverwarring. Als ik me goed herinner wordt alle ziekte veroorzaakt door niveauverwarring. Ik zou denken dat identificatie met alle dingen van Niveau Twee ziekte veroorzaken. Wil je dit alsjeblieft uitleggen? Misschien kan jouw antwoord voor mij wat subtiliteiten van niveauverwarring verhelderen. Als ik me bedreigd voel moet ik ontkenning op de juiste manier gebruiken, dus: “niets in deze wereld kan mij schaden”, maar niet zeggen: “niets in deze wereld kan mij schaden omdat ik niet een lichaam ben”, aangezien ontkenning van het lichaam verkeerd is. Klopt dat?

Antwoord: Wanneer we over Niveau Twee spreken, spreken we niet over een niveau van werkelijkheid. We verwijzen naar een niveau van spreken in Een cursus in wonderen. Soms doet Jezus uitspraken op Niveau Een, zoals bijvoorbeeld: “Pijn is onmogelijk” (WdII.284.1:2). Maar omdat die uitspraak de meesten van ons niets zegt – we blijven pijn als werkelijk ervaren – moet Jezus tot ons spreken alsof pijn werkelijk is, hoewel hij weet dat ze dat niet is. Dit brengt ons op het andere niveau van uiteenzetting in Een cursus in wonderen. Dus besprekingen op Niveau Twee concentreren zich op ons helpen te leren dat er een juist gerichte en onjuist gerichte manieren van interpreteren van pijn is, om maar bij dat voorbeeld te blijven. Niveau Een zegt dat alle waarneming illusoir is. Niveau Twee stelt onjuist gerichte en juist gerichte waarneming tegenover elkaar.

Niveauverwarring met betrekking tot ziekte verwijst naar de ‘niveaus’ van denkgeest en lichaam, waarbij we geneigd zijn te denken dat ziekte op een of andere manier zijn oorsprong heeft in het lichaam, en niet in een beslissing die de denkgeest neemt. Het fundament hiervan is “ de overtuiging dat er in de materie een scheppend vermogen schuilt waarover de denkgeest geen zeggenschap heeft” (T2.IV.2:8). Deze vervorming wordt gecorrigeerd door te begrijpen dat het lichaam slechts een projectie van de denkgeest is; het is nooit iets anders dan een idee in de denkgeest. Een ziek lichaam is nog steeds een idee dat de denkgeest nooit verlaten heeft; een gezond lichaam is een idee dat de denkgeest nooit verlaten heeft. Het is een verwarring van niveaus te denken dat lichamelijke en psychologische symptomen veroorzaakt worden door iets anders dan een keuze die door iemands denkgeest is gemaakt.

Nu naar de kwestie van het juiste gebruik van ontkenning. Als je je bedreigd voelt is het goed om dat eerst te erkennen. En niet net doen alsof je je niet bedreigd voelt, door je gevoelens toe te dekken en te proberen jezelf ervan te overtuigen dat je geen lichaam bent, terwijl je je juist heel erg als lichaam voelt. Ontkennen wat je voelt helpt je spiritueel niet vooruit, zegt Jezus (T2.IV.3:8-12). Het zou behulpzamer zijn iets te doen wat je kan kalmeren of je uit de bedreigende situatie haalt. Vervolgens kun je een gesprek met jezelf houden: “Ik weet dat de Cursus leert dat niets in deze wereld mij kan schaden, maar ik voel me nu bedreigd en dus vraag ik de Heilige Geest mijn Leraar te zijn terwijl ik deze ervaring doormaak. Dat zal me helpen niet te oordelen of mijzelf of iemand anders de schuld te geven, en dat zal genezing naar mijn denkgeest brengen, ongeacht hoe mijn lichaam zich voelt.” Dit is de compromisbenadering die Jezus ons aanmoedigt te volgen en die ons tegemoet komt waar we zijn en ons voorzichtig naar de ervaring van ware onkwetsbaarheid en onschuld leidt (T2.IV.5). Op dit niveau oefenen we “ware ontkenning” door te leren dat we in vrede kunnen zijn, ongeacht de conditie van ons lichaam. Niets uiterlijks kan de vrede van God aan ons geven of van ons wegnemen.