Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1183 Wat bedoelt de Cursus met “geef alles aan allen”?

Kun je me uitleggen wat de Cursus bedoelt wanneer hij stelt: “Geef alles aan allen”?

Antwoord: Om deze uitdrukking te begrijpen moeten we het eerste deel van de uitspraak erbij nemen: “Wil je hebben, geef alles aan allen” (T6.V.A). Het betekent dat om alles te hebben wat de Heilige Geest aanbiedt, we alle leugens van het ego aan Hem moeten overdragen om getransformeerd te worden. Ook moeten we bereid zijn iedereen in de zegeningen die we ontvangen te laten delen, anders zullen deze niet van ons zijn. De lessen van de Heilige Geest zijn tegenovergesteld aan de wetten van het ego. In deze lessen vinden we een correctie voor het geloof van het ego in schaarste: “Voor het ego betekent iets geven dat jij het zonder moet stellen. Wanneer jij geven met offeren associeert, geef je alleen omdat je gelooft dat jij ergens iets beters krijgt, en daarom kunt missen wat je geeft. ‘Geven om te krijgen’ is een onontkoombare wet van het ego […] (T4.II.6:3-5).

In de Cursus plaatst Jezus het ‘geven om te krijgen’ van het ego tegenover het “geven en ontvangen zijn hetzelfde” (T26.I.3:6) van de Heilige Geest. Jezus spreekt tot de gespleten denkgeest van het Zoonschap die twee gedachten bevat: de herinnering van de waarheid van Gods Liefde (juist-gerichte denkgeest), en het illusoire geloof in de afscheiding (onjuist-gerichte denkgeest). Alleen de inhoud van de juist-gerichte denkgeest kan werkelijk gegeven of ontvangen worden, omdat alleen deze de waarheid weerspiegelt. Al het andere is een of andere vorm van de wet van het ego van ‘geven om te krijgen’, of zijn andere favoriet – opoffering. De inhoud van de juist-gerichte denkgeest die kan worden gecommuniceerd – gegeven en ontvangen – is een of andere vorm van de uitbreiding van liefde: “Je kunt in wezen aan iets of iemand niets anders dan liefde geven, en evenmin kun je in wezen iets anders dan liefde van ze ontvangen” (T12.VII.9:4). Wanneer liefde wordt gegeven, vermindert het nooit in de gever. Zoals waar is voor alles van de Heilige Geest: “Het groeit in jou wanneer jij het aan jouw broeder schenkt” (T5.III.2:7).

Bereidheid om zonder oordelen naar je broeder te kijken bevrijdt jou van oordelen. Evenzo is het vasthouden aan een grief tegen één enkele persoon genoeg om vrede weg te houden. Zolang er nog een enkele aanvalsgedachte gekoesterd en van liefde weggehouden wordt, is vrede onmogelijk. Om vrij van schuld te zijn en de schoonheid van de juist-gerichte denkgeest ten volle te ervaren, moeten wij iedereen vrij laten. Daarom kunnen we de uitdrukking die je citeert als volgt herformuleren: wil je vrede/liefde/onschuld/waar geluk hebben, geef dan iedere aanvalsgedachte aan de Heilige Geest, en terwijl je dit doet zal dit alles door jezelf ontvangen en aan iedereen gegeven worden. “Wees dan ook bereid al wat je buiten de waarheid hebt gehouden aan Hem te geven die de waarheid kent, en in wie alles tot waarheid wordt gebracht.” (T17.I.6:1)