Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1182 Waarom kan ik niet dezelfde visie delen als Jezus?

In het antwoord op V#107 staat: “Dus jouw conclusie klopt helemaal dat kijken met Jezus en kiezen tegen het ego, je automatisch dezelfde visie als Jezus geeft.” Dit geldt in de context dat je je aangevallen of beschaamd voelt – op het werk, thuis, of waar dan ook. Mijn ervaring is dat ik in ieder geval in staat ben op zijn minst een stap terug te doen en te beseffen dat het gevoel niet van buiten komt, dat wat iemand ook heeft gezegd of gedaan, het ego zich daaraan vastklampt voor zijn eigen doel. Maar ik voel me er zelden totaal van bevrijd. Het gevoel blijft en daarmee een terugkerende poging om er een stap terug van te doen. Het is niet simpelweg ‘over’. Is dit zinvol? Is het een proces om vervolgens nog meer los te laten? Is het mogelijk om naar het onbehagen te kijken terwijl dat onbehagen, dat draaiende gevoel in mijn maag, voortduurt? Of wens ik het nog steeds, ook al voelt het niet goed? Zelden ervaar ik “automatisch dezelfde visie als Jezus.”

Antwoord: Jouw ervaring is heel gewoon. Het feit dat je de omslag niet ervaart betekent niet dat je geen vooruitgang hebt geboekt. Je beseft tenminste dat je geen onvrede voelt om de reden die je denkt (WdI.5), wat betekent dat je minder geneigd bent je woede of schaamte te rechtvaardigen. Dat is een grote stap voorwaarts, hoewel je dat misschien niet op die manier ervaart. En het is inderdaad mogelijk naar het onbehagen te kijken terwijl je het ondergaat. Het klinkt vreemd, maar het laat zien dat je begint je te dis-identificeren met je ego. Het deel van jou dat kijkt is niet het ego (zolang er geen oordeel bij betrokken is). Maar omdat het onbehagen er nog steeds is, moet een deel van jou zich nog steeds aangetrokken voelen tot slachtofferschap. Dat is normaal. We houden lagen van verdedigingen voor ons bewustzijn verborgen, vanwege onze angst het ego ineens helemaal los te laten. We zijn veel te bang voor wat we denken dat er kan gebeuren, gegeven de geloften die we hebben afgelegd om trouw te zijn aan het ego en zijn ambassadeurs van zonde, schuld en angst (T21.IV; T19.IV.D.6).

In Een cursus in wonderen moedigt Jezus ons aan in ons oefenen en in onze verwachtingen geduldig te zijn terwijl we door de stadia van genezing heen gaan. Daarom gebruikt hij de metaforen van een reis en een ladder en spreekt hij over zijn leerplan als een proces. In les 284 schetst hij vier basisfasen die kenmerkend zijn voor het proces waar we doorheen gaan in onze beoefening van wat we leren: “Dit is de waarheid, die eerst alleen dient uitgesproken en dan veelvuldig herhaald, om vervolgens onder veel voorbehoud maar gedeeltelijk als waar te worden aanvaard. Om daarna steeds serieuzer te worden overwogen en uiteindelijk als de waarheid aangenomen” (WdII.284.1:5-6). Vertrouw erop dat jouw bereidwilligheid om Jezus als leraar te volgen tot de uitkomst zal leiden die jij volgens hem gegarandeerd bereiken zult. (T8.V.4)