Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1181 Waarom is het zo moeilijk om God te vertrouwen?

Sinds midden jaren tachtig ben ik student van Een cursus in wonderen. Het is een zeer moeilijke Cursus. De uiteindelijke reden voor mijn moeite met de Cursus in m’n leven is, geloof ik, dat ik God-Jezus niet vertrouw. In les 71 staat dat we God moeten vragen: “Wat wilt U dat ik doe? Waarheen wilt U dat ik ga? Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie?” Mijn angst is dat Hij me zal vragen een fysieke of psychologische ‘kruisiging’ te verdragen, en poef, dan ben ik er geweest. Telkens weer zie ik mijzelf duidelijk bij Jezus zitten terwijl hij mijn vertrouwen vraagt en zijn hand uitstrekt. Ik klap dicht. Ik geef het vertrouwen niet. Ik hum wat en aarzel. Ik geloof werkelijk dat als ik gewoon de hand die hij me aanbiedt zou aanvaarden, mijn zogenaamde moeilijkheden zouden verdwijnen.

Antwoord: Ons ervan bewust worden hoezeer we Jezus niet geloven, laat staan hem vertrouwen, is een belangrijke mijlpaal op de reis met de Cursus. Dit besef doorsnijdt lagen van ontkenning, doen alsof, spirituele arrogantie en speciaalheid. Er zitten twee belangrijke factoren in jouw zorgen verscholen en deze bevatten de hoop op jouw bevrijding ervan: je weet dat Jezus er is, en je weet dat hij niet weggaat ondanks de capriolen van het ego. Dat maakt alle verschil. Je hoeft hem niet te vertrouwen. Als jouw vertrouwen inderdaad compleet zou zijn en je alles geloofde wat hij zegt, zou je hem niet nodig hebben. Jezus is niet gekomen omdat we hem vertrouwen; hij is gekomen omdat we hem nodig hebben. Bovendien komt hij juist omdat we hem niet vertrouwen. Als Jezus het symbool is voor de juist-gerichte denkgeest, en wij zijn er niet zeker van dat we daadwerkelijk een juist-gerichte denkgeest hebben, laat staan die gebruiken, hoe kunnen we hem dan in ‘s hemelsnaam vertrouwen? Vertrouwen in het vermogen van de denkgeest om te kiezen voor identificatie met de herinnering van Gods Liefde, en om terug te keren naar de Eenheid die we met hem delen, gaat verloren wanneer de denkgeest afdwaalt in het najagen van de lol en de spelletjes van het ego. Dit uit zich in de angst voor kruisiging die je schetst, die claimt: ‘als ik Jezus hand neem – dan geen pret en spelletjes meer.’ En dan is er dat andere deel van de denkgeest dat fluistert: ‘geen Jezus, geen vrede.’ Dit is de ervaring van de gespleten denkgeest die zijn dans danst. De vraag is naar wie je luistert.

Je hebt een van de geniepigste trucs ontsluierd die het ego voor studenten van de Cursus heeft bedacht: de Cursus gebruiken als excuus om zijn boodschap niet echt voor jezelf te aanvaarden. Dit inzicht op zich pelt verdedigingslagen af. Alles wat de duistere geheimen van het ego ontmaskert, die verborgen liggen in de gewelven van ontkenning, is een stap het licht in. Deze stappen kunnen niet door het ego worden genomen en dus moeten ze genomen worden met degene die ons leidt, wat betekent dat er een deel van je denkgeest is dat zijn hand genomen heeft. Zo simpel is het. De Heilige Geest vraagt niet meer: “De Heilige Geest vraagt slechts dit van jou: breng Hem ieder geheim dat jij voor hem hebt weggesloten. Open iedere deur voor Hem, en nodig Hem uit de duisternis binnen te komen en die door Zijn licht te laten verdwijnen. Op jouw verzoek komt Hij graag binnen. Hij brengt het licht naar de duisternis als jij de duisternis voor Hem openstelt. Maar wat jij verborgen houdt, kan Hij niet zien. […] Breng dan ook al je duistere en geheime gedachten bij Hem, en bekijk ze samen met Hem. Hij houdt het licht vast, jij het duister. Ze kunnen niet naast elkaar bestaan wanneer Jullie beiden er samen naar kijken. Zijn oordeel moet wel zegevieren, en Hij zal jou dit geven wanneer jij jouw waarneming met de Zijne verbindt” (T14.VII.6:1-5, 8-11).

Jezus weet dat zijn leerlingen hem niet vertrouwen noch zijn boodschap geloven: “We begrijpen dat je dit allemaal niet gelooft. Hoe zou je ook, wanneer de waarheid diep in jou verborgen ligt, onder een zware wolk van waanzinnige gedachten, dicht en verhullend, die niettemin alles vertegenwoordigt wat jij ziet?” (WdI.41.5:1-2). Daarom is de kern van vergeving het blootleggen van wat het ego verborgen houdt: “Ze kijkt alleen, en wacht, en oordeelt niet” (WdII.1.4:3). Je hoeft niets te doen tegen de weerstand die je voor jezelf hebt onthuld, behalve er niet over oordelen. Wanneer je bereid bent de pijn van het ego op te geven voor de vrede die Jezus heeft beloofd, en waarin je wel degelijk gelooft, dan doe je dat.