Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1167 Hoe kan ik omgaan met een aanval op iemand van wie ik houd?

Wanneer iemand mij - vanuit het standpunt van de wereld - ‘aanvalt’, vind ik het vrij gemakkelijk om mezelf niet te verdedigen tegenover anderen, te zien dat zij vragen om liefde, er geen aanstoot aan te nemen en het niet persoonlijk op te vatten. Mensen hebben vaak tegen me gezegd dat ik zo ‘vergevend’ ben. Wanneer iemand echter mijn dierbaren ‘aanvalt’ komen al mijn verdedigingsmechanismen voor hen in het geweer. Wat ik ook probeer, wie mijn familie of vrienden ‘kwetst’ kan ik niet zien als vragend om liefde. Heb je een paar leestips uit Een cursus in wonderen die me hiermee kunnen helpen? Ik moet mijn dierbaren als net zo veilig zien als mezelf! Waarom kan ik dat niet?

Antwoord: De meeste studenten lopen aan tegen de ervaring die je beschrijft. Het lijkt erop dat je in de juiste richting gaat; je hoeft alleen maar door te gaan met het proces om te veralgemenen wat je hebt geleerd. Hou bij het oefenen de belangrijkste principes in gedachten: verschillen zijn niet werkelijk en er is geen hiërarchie in illusies of aanval. Wanneer je iemands aanval werkelijk kunt zien als een roep om liefde ben je niet langer jij; dan ben je de uitbreiding van liefde geworden en niet een persoon die een andere persoon vergeeft. En liefde is alomvattend. Dus wanneer jij je vereenzelvigt met liefde, wordt ook ieder ander, zonder uitzondering, opgenomen in die cirkel van onkwetsbaarheid en onschuld. Wanneer je je dierbaren waarneemt als kwetsbaar en als slachtoffer, komt dat doordat je jouw juist gerichte denkgeest verlaten hebt en jezelf opnieuw hebt vereenzelvigd met het denksysteem van kwetsbaarheid en slachtofferschap. Dat denksysteem laat jou je schuld projecteren, zodat je die ziet in de vorm van schuldige daders die onschuldige slachtoffers kwetsen. Verbonden met het ego zul je dan geloven in een hiërarchie van aanval, en zal vergeving in sommige situaties moeilijker zijn dan in andere (zie T12.VII.1).

Voor het ego vinden relaties plaats tussen personen, terwijl Jezus onderwijst dat relaties uitsluitend in de denkgeest zijn omdat er buiten de denkgeest niemand is. Dat is uitermate moeilijk te bevatten, maar het is essentieel om dit in de gaten te houden. Want zo voorkom je dat je verschillen belangrijk maakt en deze vervolgens gebruikt als manier om de werkelijkheid van de afscheiding in stand te houden, vaak onder het mom van liefdevol en beschermend zijn. Wanneer je tegen het ego kiest, kies je tegen de afscheiding in al zijn vormen. Terwijl je leert te veralgemenen, zul je geleidelijk iedereen op dezelfde manier waarnemen: als denkgeesten die voortdurend kiezen tussen illusie en waarheid (T12.VI.6:4,5,6) - zowel slachtoffers als daders roepen om liefde. Je zult dan steeds minder aandacht schenken aan het lichaam en iemands specifieke identiteit (als familielid, vriend, vreemde, enz.). Dit is niet gemakkelijk te doen, vanwege onze obsessie met vorm ten koste van inhoud ( zie T14.X.7-9; T22.III.6).

Probeer dus, wanneer je aan je dierbaren denkt, voorbij de vorm naar de inhoud te gaan. Ook voor hen geldt dat ze ofwel vragen om liefde, of liefde uitdrukken. Dat betekent op geen enkele manier dat je moet toelaten dat ze aangevallen worden zonder iets te doen. We hebben het alleen over je denken en niet over je gedrag. Een aanval als een roep om liefde zien betekent niet dat je nooit moet proberen om ervoor te zorgen dat iemand ophoudt jou of je dierbaren pijn te doen. Vanuit je juist gerichte denken kun je ertoe geleid worden iets te doen of te zeggen, of om niets te doen of te zeggen. Maar jij bent dan niet degene die dat beslist.

Naast bovengenoemde passages, is de paragraaf “Ware inleving” (T16.I) uit het Tekstboek altijd een hele goede om te lezen wanneer je geconfronteerd wordt met dit soort kwesties.