Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1163 Wat zijn de risico’s van het bestuderen van de Cursus in een andere volgorde?

In het eerste hoofdstuk van Een cursus in wonderen spreekt Jezus over een traumatische ervaring die ons kan overkomen als we in een later stadium van de Cursus beginnen, zonder de voorbereiding die zorgvuldige bestudering van de eerdere paragrafen zou geven, omdat ontzag dan waarschijnlijk met angst wordt verward (T1.VII.4,5). Hoe precies kan bestudering van de Cursus tot een traumatische ervaring leiden? Wat in het bijzonder zijn de eerdere paragrafen en wat de latere, waarnaar Jezus in het Tekstboek verwijst?

Antwoord: Jezus zegt verder niet welke paragrafen van het Tekstboek de eerdere en welke de latere zijn. Maar in essentie heeft hij het erover dat je niet direct van de onderkant van de spirituele ladder naar de top moet springen zonder de tussenliggende treden te nemen. Veel mensen willen onmiddellijke verlichting en hebben geen zin in het vaak onplezierige en ongemakkelijke werk van kijken naar hun ego en zien hoe hun leven richting heeft gekregen door het ego in plaats van de Heilige Geest als leraar te kiezen. Dat is geen fraai inkijkje in onze denkgeest. Maar we zullen nooit in staat zijn om werkelijk voorbij het ego met al z’n haat en egoïsme te komen, als we het niet onder ogen willen zien en nederig toegeven dat we er ongelijk in hadden de speciale identiteit te willen die het ego ons aanbood in de plaats van onze ware Identiteit als Christus. We moeten leren hoe we dat moeten doen, daarbij steeds meer op het woord van Jezus vertrouwend dat we niet gestraft worden voor het maken van een vervanging voor Gods Liefde – of zelfs vernietigd, zoals het ego ons waarschuwt. We dienen iedere dag te oefenen hoe we het doel van ons leven en onze relaties kunnen verschuiven van dat van het ego naar dat van de Heilige Geest. Maar dat kunnen we niet doen zonder de omvang te zien – en dat is soms shockerend – van onze investering in het ego, en in te zien hoe we gewoonlijk 24 uur per dag de waanzin van de afscheiding van het ego tentoonspreiden.

Het punt is dat we dat alles geheel bedekt hebben omdat we ervan overtuigd waren dat er onzegbaar vreselijke dingen zouden gebeuren als we ons ooit zouden herinneren dat we een denkgeest hebben en daar vervolgens naar zouden teruggaan om te zien waarvoor we gekozen hebben. Er ligt daar zo’n angst begraven dat, als we God direct zouden benaderen, we zeker in een verlammende paniek zouden raken. We moeten God eerst indirect benaderen, via vergeving en een relatie met Jezus of de Heilige Geest, vanwege alle verwrongen ideeën die wij ons ingeprent hebben in onze denkgeest over Wie God is en wat we van Hem kunnen verwachten wanneer we oog in oog met Hem staan. Jezus bespreekt deze indirecte benadering in Hoofdstuk 14 van het Tekstboek in de paragraaf getiteld: “De voorwaarden om te kunnen leren” (T14.I.). Eerder, in hoofdstuk 12 laat hij ons weten: “Je kunt de beletselen voor ware visie niet opzijschuiven zonder ernaar te kijken, want opzijschuiven betekent ertegen oordelen. Als jij wilt kijken zal de Heilige Geest oordelen, en Hij zal waarlijk oordelen. Maar wat jij verborgen houdt, kan Hij niet met Zijn licht doen verdwijnen, want je hebt het Hem niet gegeven, en Hij kan het niet van jou wegnemen.

Wij beginnen dan ook aan een georganiseerd, goed gestructureerd en zorgvuldig gepland programma, dat erop gericht is te leren hoe je de Heilige Geest alles kunt geven wat jij niet hebben wilt. Hij weet er raad mee. Jij begrijpt niet hoe je kunt benutten wat Hij weet. Alles wat Hem gegeven wordt wat niet van God afkomstig is, is verdwenen. Jij moet er echter zelf wel met volmaakte bereidwilligheid naar kijken, want anders blijft Zijn kennis nutteloos voor jou. Hij zal beslist niet nalaten jou te helpen, aangezien hulp Zijn enige doel is. Heb je niet meer reden om de wereld zoals jij die ziet te vrezen, dan om naar de oorzaak van angst te kijken, en die voorgoed los te laten?” (T12.II.9:6-8; 10).

Jezus wil dat we ons op dít proces concentreren, en er niet langs glippen met de gedachte dat we om zulk werk te doen spiritueel al te ver gevorderd zijn en geen enkele hulp nodig hebben.