Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1145 Hebben bepaalde getallen in de Cursus een speciale betekenis?

Hebben de cijfers ‘5’, ‘50’, enz. in Een cursus in wonderen, vooral in het Werkboek, een speciale betekenis? Van sommige christelijke/gnostische sekten en dergelijke organisaties wordt gezegd dat ze bepaalde symbolen zoals misschien het pentagram, gebruikt hebben als symbool van Christus. Ik vond het interessant dat het ‘centrum van ons wezen’, het heilige ogenblik, zich zo precies in het midden van de 31 hoofdstukken van het Tekstboek bevindt. En verwijst 1+5=6 misschien heimelijk naar de ‘innerlijke Christus’ of in ieder geval de Zoon van God (het cijfer 6 wordt in de kabbala gesymboliseerd door Tiphareth/Zoon van God)? Gaat er een ‘reden’ schuil achter de structuur van het Werkboek, omdat sommige lessen op een bepaalde ‘symfonische’ manier spiraalsgewijs opgebouwd worden? Kan Een cursus in wonderen als geheel wat structuur en inhoud betreft, misschien als ‘holografisch’ beschouwd worden?

Antwoord: Voorzover wij er ons van bewust zijn, is er geen speciale betekenis verbonden aan de nummering en de symbolen die in de Cursus gebruikt zijn. Maar hij is op een zodanige manier geschreven, dat je er allerlei dingen in kunt vinden in de lijn van wat jij noemt. Daar hielden Helen Schucman en Bill Thetford zich echter nooit mee bezig, en wij bij de Foundation ook niet.

De structuur van Een cursus in wonderen is heel gemakkelijk inpasbaar in een symfonisch of holografisch model. Kenneth spreekt hier dikwijls over en heeft dat heel duidelijk en uitgebreid beschreven in zijn inleiding tot zijn lessenreeks over elk van de drie Cursusboeken. In de introductie van zijn lessen over het Handboek voor leraren zegt hij bijvoorbeeld: “Bij het presenteren van het Tekstboek… heb ik een muziekvorm gevolgd, waarbij natuurlijk niet alleen Jezus mijn inspiratiebron was, maar ook Beethoven. Onze reis was als een symfonie in een symfonie, elke lezing wordt uitgebouwd rond de verschillende thema’s van de 31 hoofdstukken van het Tekstboek, die een afspiegeling zijn van de symfonische aard van het Tekstboek zelf. Hoewel de vorm lichtjes verschilt, heb ik hetzelfde gedaan bij deze lezingen over het Handboek voor leraren, waarbij ik muziek gebruik als inspiratiebron voor hun structuur en Beethoven opnieuw als model gebruik, in het bijzonder de derde beweging van zijn Negende symfonie. … Toen ik over de structuur voor deze workshops nadacht, kwam deze beweging in me op, omdat het Handboek zelf is opgebouwd rond twee thema’s en variaties van deze twee thema’s, vooral van de eerste,”

Het holografische model kun je herkennen in het gegeven dat als we welke uitspraak van de Cursus ook volledig zouden begrijpen, we de boodschap van de Cursus in zijn geheel zouden begrijpen. Als we het eerste principe van wonderen – dat wonderen geen rangorde naar moeilijkheid kennen – volledig zouden begrijpen, zouden we de Cursus niet verder hoeven te lezen of te bestuderen. Hetzelfde kun je zeggen van de allereerste les, of elke andere les. Maar omdat er in onze denkgeest zo’n angst heerst, leidt Jezus ons geleidelijk verder. Hij zei tegen Helen en Bill dat ze de ‘aantekeningen’ moesten bestuderen, zodat ze voorbereid zouden zijn voor wat er zou volgen: een boodschap die gedeeltelijk aan het einde van het eerste hoofdstuk van het Tekstboek (T1.VII.4) is opgenomen. De eerste lessen van het Werkboek zijn het startpunt voor het trainen van onze denkgeest, en ze bevatten een zekere hoeveelheid structuur en discipline die in de latere stadia van het proces niet meer nodig zullen zijn. De Inleiding tot het Werkboek bespreekt deze dimensie van de Cursus. Het Werkboek heeft een zorgvuldige en welbewuste structuur om een maximum resultaat te bereiken, gezien de toestand van de overtuigingen en angsten in onze denkgeest.