Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1122 Wat bedoelt het Handboek voor leraren met het ontwikkelen van ‘bovennatuurlijke’ krachten?

Het Handboek voor leraren spreekt over het ontwikkelen van bovennatuurlijke vermogens als gevolg van het spirituele proces. Welke ‘bovennatuurlijke’ krachten zijn onmiskenbaar ‘in overeenstemming met deze cursus’ (zie H25.2:1)? Zoals ik het begrijp zijn ‘bovennatuurlijke’ krachten uiteindelijk niet wenselijk en alleen een neveneffect van het spirituele pad. Zie ik dat juist?

Antwoord: Bovengenoemde paragraaf in het Handboek wijst erop dat alles wat demonstreert dat “communicatie niet beperkt is tot het kleine scala kanalen dat de wereld waarneemt” (H25.2:2), behulpzaam kan zijn voor het proces om ons te herinneren Wie we zijn. En dat is in lijn met de leer van de Cursus over de aard van de denkgeest en de wereld. Voor het ego is het van groot belang - onderdeel van hoe het ons op grote schaal misleidt - om het geloof in stand te houden dat we voor communicatie lichamen en hersens nodig hebben. In tegenstelling daarmee onderwijst de Cursus dat alle denkgeesten verbonden zijn en communicatie alleen plaatsvindt op het niveau van de denkgeest - het niveau van gedachten (bijv. T15.IV.6:5-7; T15.VI.8; T15.XI.7; T18.VI.8:3-11).

Vermogens die erop duiden dat er iets voorbij de wereld van de vijf zintuigen ligt, kunnen ertoe leiden dat we de fundamentele aannames van de wereld in twijfel gaan trekken – met name de veronderstelling dat we lichamen zijn, overgeleverd aan krachten buiten onze controle (bijv. WdI.151.2-5). Dit opent de deur voor de erkenning dat er iets is wat niet wordt begrensd door de basale ‘wetten’ van tijd en ruimte (T18.VIII.2:1,2; WdII.4:2). Het ego biedt hier weerstand tegen, want dat brengt een proces op gang dat kan leiden tot het inzicht dat we een denkgeest hebben die de macht heeft om te kiezen en verantwoordelijk is voor hoe we onze wereld lijken te ervaren.

De enige reden dat ‘bovennatuurlijke’ krachten als ongewenst gezien kunnen worden, heeft niets te maken met de vermogens zelf, maar alleen met het doel dat er aan gegeven wordt - “de enige overweging die telt is hoe ze worden benut” (H25.3:4). Want wanneer iemand vermogens ontwikkelt die uitstijgen boven de beperkte communicatie van de vijf zintuigen, dan is de verdediging van het ego om deze te gebruiken voor demonstraties van individuele speciaalheid. Dan worden de vermogens “als doel op zich opgevat”, en daardoor "zal de voortgang worden vertraagd” (H25.3:5), zoals de paragraaf waarnaar je verwijst benadrukt. Maar als de krachten aan de Heilige Geest worden gegeven voor Zijn doel - het ongedaan maken van onze investering in het ego en zijn eindeloze reeks van beperkingen - dan kunnen zij “heel nuttig zijn… [en] waardevolle leermiddelen” (H25.3:1,2).

Je kunt wellicht ook kijken naar andere antwoorden over dit onderwerp, met name V#589 die uitgebreid ingaat op het juiste gebruik van bovennatuurlijke krachten. (Zie ook V#167, V#497, V#623, V#644, en V#682.)