Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1116 Waarom zou Jezus de mensen die hem kruisigden moeten vergeven?

In het antwoord op V#771 staat: “Jezus hoefde diegenen die zijn lichaam kruisigden niet te vergeven, omdat hij zich niet met zijn lichaam identificeerde”. Als we in een lichaam zijn moeten we leren anderen te vergeven. De Jezus die in de Bijbel verschijnt, doet de meest belangrijke uitspraak van zijn carrière door te zeggen: “Vergeef hen want ze weten niet wat ze doen.” Als hij geen vergeving hoefde te verlenen aan degenen die zijn lichaam aanvielen, waarom vroeg hij dan om vergeving voor hen? Als iemand beweert dat deze Jezus uit de Bijbel, met zijn verzoek voor vergeving, niets te maken heeft met de Jezus in Een cursus in wonderen, dan hebben we de baby met het badwater weggegooid.

Terwijl het gemakkelijk is om de waanzin van deze wereld te herkennen, kan men alleen maar verbaasd zijn over het gebrek aan consistentie in elkaar tegensprekende verklaringen, die door de hele tekst heen gemaakt worden. Als ze vergissingen waren of louter figuurlijk bedoeld, is het onderscheid niet altijd helder aangegeven voor de lezer. Hoe kan inconsistentie consistent zijn met de waarheid? Als iets waar is moet het altijd waar zijn.

Antwoord: Ja, het kan allemaal erg verwarrend worden, wanneer we proberen te begrijpen wie werkelijk wat zei en wanneer, of als we niet helder hebben hoe we onderscheiden wat letterlijk en wat metaforisch bedoeld wordt in geschriften als de Cursus, die meer als een gedicht is dan een wetenschappelijke verhandeling.

Misschien is de eenvoudigste manier om je vragen te beantwoorden als volgt. De inhoud van de boodschap van de figuur die we Jezus noemen en die tweeduizend jaar geleden leefde, is dezelfde als de inhoud van de boodschap van de Jezus die nu tot ons spreekt van buiten tijd en ruimte via de Cursus. De vormen zijn overduidelijk verschillend, om diverse redenen, waaronder verschillen in de psychologische inzichten van toen en nu. Het is echter een totaal andere vraag of de volgelingen van Jezus, in het bijzonder degenen die geprobeerd hebben om zijn goede nieuws tweeduizend jaar geleden op te tekenen, werkelijk zijn boodschap van liefde en vergeving hebben begrepen. Vanuit het perspectief van de Cursus - als we zijn woorden aanvaarden als afkomstig van dezelfde bron als de Jezus die tweeduizend jaar geleden verscheen in Palestina - zou de nauwkeurigheid van het Nieuwe Testament en zijn evangeliën als weergave van Jezus’ woorden en onderwijs, twijfelachtig zijn. Hoe de ‘volgelingen’ van Jezus zich zijn boodschap herinnerden, of wat ze uit de tweede en derde hand gehoord hadden van anderen - ken je het kinderspel ‘telefoontje’? – (waarbij je in een kring een zin doorfluistert, waarbij er altijd een volkomen andere zin uitkomt – vert), was ongetwijfeld vervormd door de projecties van hun eigen ego.

Jezus maakt heel expliciet opmerkingen over deze vervormingen in het Tekstboek:

“De boodschap van de kruisiging is volmaakt duidelijk: Onderwijs louter liefde, want dat is wat jij bent” (T6.I.13).

“Als je de kruisiging op enige andere manier interpreteert, gebruik je haar eerder als een aanvalswapen dan als de roep tot vrede waarvoor ze was bedoeld. De apostelen hebben haar vaak verkeerd begrepen, en wel om dezelfde reden waarom wie dan ook haar verkeerd begrijpt. Hun eigen onvolmaakte liefde maakte hen vatbaar voor projectie, en vanuit hun eigen angst spraken ze van ‘de toorn Gods’ als Zijn vergeldingswapen. Ook konden ze niet geheel zonder kwaadheid over de kruisiging spreken, omdat hun schuldgevoel hen kwaad had gemaakt” (T6.I.14).

“Hier volgen enkele voorbeelden van op-z’n-kop-staand denken in het Nieuwe Testament, hoewel het evangelie dat het verkondigt in werkelijkheid alleen de boodschap van liefde is. Als de apostelen zich niet schuldig hadden gevoeld, zouden ze me nooit uitspraken in de mond hebben kunnen leggen als: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’ Dit is duidelijk het tegenovergestelde van alles wat ik onderwezen heb. En evenmin zouden ze mijn reacties tegenover Judas zo beschreven kunnen hebben als ze deden, als ze mij werkelijk hadden begrepen. Ik zou alleen gezegd kunnen hebben: ‘Verraadt gij de Zoon des mensen met een kus?’ als ik in verraad geloofde. De hele boodschap van de kruisiging was eenvoudig dat ik dat niet deed. De ‘straf’ die ik over Judas zou hebben afgeroepen was een soortgelijke vergissing. Judas was mijn broeder en een Zoon van God, en evenzeer een deel van het Zoonschap als ikzelf. Is het aannemelijk dat ik hem zou veroordelen wanneer ik op het punt stond aan te tonen dat veroordeling onmogelijk is?” (T6.I.15)

“Houd in gedachten, wanneer je de leringen van de apostelen leest, dat ik hun zelf gezegd heb dat er veel was dat ze pas later zouden begrijpen, omdat ze er destijds nog niet geheel klaar voor waren mij te volgen” (T6.I.16:1).

Dus je maakt jezelf gek als je het onderwijs van de Cursus probeert te rijmen met wat de volgelingen van Jezus tweeduizend jaar geleden schreven over wat zij dachten dat hij gezegd, onderwezen en gedaan had. De verklaring die je hierboven aanhaalt, die door de schrijvers van de evangeliën is toegeschreven aan Jezus bij zijn kruisiging, zou - letterlijk genomen - de hele fundering van vergeving, waarop het onderwijs van de Cursus rust, ondermijnen. Als Jezus geloofd had dat er iets te vergeven viel, zou hij zonde tot werkelijkheid hebben gemaakt. Zijn verzoek aan de Vader zou dan zijn wat Jezus in “Het lied van gebed” beschrijft als ‘vergeving-ter-vernietiging’ (L2.I,II). Jezus voorziet ons in de Cursus van een alternatieve interpretatie van deze evangelische verklaring, die duidelijk een correctie geeft voor zijn oorspronkelijke bedoeling: “Wondergerichte vergeving is louter correctie. Ze draagt geen enkel element van veroordeling in zich. De uitspraak ‘Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’ beoordeelt op geen enkele wijze wat ze doen. Het is een bede tot God om hun denkgeest te genezen. Er wordt geen zinspeling gemaakt op waar de vergissing in uitmondt. Dat is van geen belang” (T2.V.A.16).

Als je je meer aangetrokken voelt tot de verhalen en uitspraken die aan Jezus toegeschreven worden in het Nieuwe Testament dan tot zijn woorden in de Cursus, dan is de Cursus misschien niet jouw pad. Jij bent de enige die daarover kan beslissen. Maar als de Cursus wel je pad is, is het beter gefocust te blijven op zijn inhoud en je niet te verliezen in de haarkloverij van het ego over discrepanties en tegenstellingen. Jezus legt hier de nadruk op aan het einde van de Cursus:

“Dit is geen cursus in filosofische bespiegelingen, en evenmin bekommert hij zich om een precieze terminologie. Het enige waar hij zich mee bezighoudt is de Verzoening, of de correctie van de waarneming” (VvT.In.1:1,2)

“Alle termen zijn in aanleg controversieel, en zij die de controverse zoeken zullen die vinden. Maar zij die verheldering en verklaring zoeken zullen die eveneens vinden. Zij dienen echter bereid te zijn aan controversen voorbij te zien in het besef dat die een verweer zijn tegen de waarheid in de vorm van een vertragingsmanoeuvre” (VvT.In.2:1-3).

Een universele theologie is onmogelijk, maar een universele ervaring is niet alleen mogelijk, maar zelfs noodzakelijk. Het is deze ervaring waarop de cursus aanstuurt. Alleen hier is consistentie mogelijk, want alleen hier komt aan onzekerheid een eind” (VvT.In.2:5-7)

“Deze cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij ook nodig is … Daartoe gebruikt hij woorden, die symbolisch zijn en niet kunnen uitdrukken wat achter symbolen schuilgaat… De cursus is eenvoudig. Hij heeft één functie [vergeving] en één doel [vrede]. Alleen daarin blijft hij geheel consistent, want alleen dat kan consistent zijn” (VvT.In.3:1,3,8,9,10).

In antwoord op je concluderende opmerking: een ding, inclusief zowel de Cursus als de Bijbel, kan nooit waar zijn. De inhoud die achter de woorden ligt kan de waarheid weerspiegelen, maar de woorden op zichzelf zijn niet de waarheid. Leringen kunnen alleen wijzen naar de waarheid, die voorbij alle woorden en symbolen is.

Voor een verdere bespreking over het gebruik van symbolen in de Cursus, kunnen twee van onze uitgaven in het bijzonder behulpzaam zijn. Het boek: The Message of A Course in Miracles, Part II: Few Choose to Listen, en de CD set: Duality as Metaphor.