Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1105 Waarom is de denkgeest "het activerend beginsel van de geest'?

Wat betekent het als je zegt dat de denkgeest het "activerend beginsel van de geest [weergeeft], die deze van creatieve energie voorziet" (VvT1.1:1)? En hoe valt dit te rijmen met: "de geest behoudt de mogelijkheid om te scheppen, maar zijn Wil, welke die van God is, lijkt gekooid te zijn zolang de denkgeest niet is vereend" (VvT1.4: 2)? Is het bewuste het tegenovergestelde van de denkgeest die “het activerend beginsel van de geest” is, als “het bewuste het ontvangstmechanisme [is], dat boodschappen ontvangt van boven of van beneden, van de Heilige Geest of van het ego”? (VvT1.7:3)

Is het bewuste een andere term voor de waarnemer of keuzemaker?

Antwoord: In de eerste paragraaf van de Verklaring van termen waarnaar jij verwijst, is Jezus enigszins inconsistent in zijn gebruik van woorden, waar hij in de Inleiding al op zinspeelde. Hij gebruikt de woorden hier enigszins anders dan in de Cursus zelf; zo leert hij ons aandacht te besteden aan de inhoud (zijn boodschap) en niet aan de vorm (de woorden). Bij de beschrijving van de denkgeest als het "activerend beginsel van de geest" (VvT1.1:1), impliceert Jezus een verschil tussen de twee termen. Dat is natuurlijk niet zo in de Hemel, waar we geest en denkgeest zijn en de twee synoniem zijn. Om iets te begrijpen van wat Jezus hier bedoelt, denk aan een fontein: de denkgeest is de motor die de fontein aandrijft, en de geest is het water dat er doorheen stroomt. Toch zijn dit maar symbolen voor iets wat in onze afgescheiden staat ons begrip te boven gaat.

Wanneer de term denkgeest met een kleine letter wordt geschreven, verwijst die in Een cursus in wonderen, meestal, maar niet uitsluitend, naar de gespleten denkgeest; maar met een hoofdletter geschreven, verwijst de term altijd naar de Denkgeest van God of de Denkgeest van Christus, die het equivalent is van geest. Geest, in deze eerste alinea, is ons ware Zelf, de vereende geest die Gods enige Zoon is. In de volgende alinea gebruikt Jezus geest anders – als synoniem voor de juist gerichte denkgeest, en het ego voor de onjuist gerichte denkgeest: "Daarom wordt hij (de gespleten denkgeest) in de cursus beschreven alsof hij uit twee delen bestaat: geest en ego" (VvT1.2:4). Deze uitwisseling van betekenissen illustreert hoe dwaas het is te proberen de precieze betekenis van deze woorden en termen te analyseren. Aan het einde van de eerste alinea, spreekt Jezus dus over de vereende geest, die Christus is, en hier – en alleen hier, in deze paragraaf – wordt geest gelijkgesteld aan de juist gerichte denkgeest. Dit komt ook weer voor in de derde alinea: "De geest is dat deel dat nog steeds met God in contact staat door middel van de Heilige Geest, die in dit deel (de juist gerichte denkgeest) verblijft maar tevens het andere deel (de onjuist gerichte denkgeest) ziet" (VvT1.3:1). Het zou technisch correcter zijn om te zeggen dat de afspiegeling van of de herinnering aan de geest zich in de juist gerichte denkgeest bevindt.

"De geest behoudt de mogelijkheid om te scheppen, maar zijn Wil, welke die van God is, lijkt gekooid te zijn zolang de denkgeest niet is vereend" (VvT1.4:2). Aangezien de ware geest altijd schept, verwijst Jezus weer naar de juist gerichte denkgeest, want hij spreekt van de geest die de mogelijkheid heeft om te scheppen. Onze denkgeest heeft dit potentieel terwijl we slapen, want we zijn niet in contact met de macht van de Denkgeest om te scheppen. Het sleutelwoord in het tweede deel van de zin is lijkt. Het lijkt alsof ons ware Zelf als geest gekooid is. In werkelijkheid is er niets gebeurd.

Sommige van deze punten werden in V#065 besproken, waar je ook nadere uitleg over het bewuste vindt. Het bewuste behoort volledig tot de illusoire wereld van de afscheiding, want het houdt altijd dualiteit of een splitsing in: de waarnemer en wat wordt waargenomen. Het is een functie van de denkgeest die ontstond toen de afscheiding van God plaatsgevonden leek te hebben. Het is niet verkeerd als je over het bewuste denkt als de waarnemer of de keuzemaker.