Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1104 Als ik Les 71 in praktijk breng, moet ik dan specifieke leiding verwachten?

Ik heb een vraag bij Les 71 van het Werkboek van Een cursus in wonderen: “Alleen Gods verlossingsplan zal werken”. Het stellen van de drie vragen: “Wat wilt U dat ik doe? Waarheen wilt U dat ik ga? Wat wilt U dat ik zeg, en tegen wie?” (WdI.71.9:3-5), heeft me niet tot handelen gebracht, maar wel naar veel plaatsen in het verleden waar ik de aanwezigheid van de Heilige Geest heb gevoeld, in het bijzonder op één plaats waar ik door dramatische levensomstandigheden ‘heen en weer geslingerd’ werd tussen een gevoel van paniek en vervolgens volledige vrede. Is er een ‘juist’ antwoord op deze vragen? Zou ik nu in mijn leven instructies moeten krijgen om op een specifieke manier te handelen? Ik vraag me dit af, vooral omdat Kenneth er zo vaak over spreekt dat Jezus geen investering heeft in wat er in ons leven gebeurt, dat de verandering in de denkgeest plaatsvindt. Ik weet dat de herinneringen en de geest die ze afdwongen mijn normale dagelijkse beslommeringen te boven gingen.

Antwoord: In deze les onderwijst Jezus dat de denkgeest of voor Gods plan kiest, of voor dat van het ego, wat dan in de vorm weerspiegeld wordt door wat we doen, waarheen we gaan, wat we zeggen en tegen wie. Je hebt gelijk dat Jezus zich niet met vorm bezighoudt, maar met de inhoud van de denkgeest. Maar omdat onze aandacht meestal op vorm is gericht, heeft zijn woordkeuze betrekking op gedrag en dient als geheugensteuntje om onze aandacht van de vorm weg te leiden naar de denkgeest, waar we kiezen wiens plan we willen volgen. Aangezien dat Jezus’ enige belang is, is dat het doel van het gebed dat hij in deze les onderwijst.

Een ervaring zoals jij die beschrijft is het gevolg van de keuze van de denkgeest voor de Heilige Geest (Gods plan) en niet voor het ego. Jezus zegt ons: “Iedereen heeft wel eens iets ervaren wat hij een gevoel zou kunnen noemen alsof hij boven zichzelf werd uitgetild” (T18.VI.11:1). Met andere woorden: iedereen heeft toegang gehad tot de juist-gerichte denkgeest. Wat het onderricht van de Cursus onderscheidt in de manier waarop je deze ervaringen vanuit de juist-gerichte denkgeest kunt bereiken, is dat hij ons vraagt bereid te zijn naar de obstakels van het ego te kijken door aandacht te schenken aan de gedachten en verwachtingen die Gods plan in de weg staan. In principe is dat alles wat we denken. Een belangrijke zin in de tiende alinea van de les zegt ons: “Wees op je hoede voor elke verleiding om vandaag grieven te koesteren” … (WdI.71.10:2). De sleutel voor het in praktijk brengen van deze les wordt gevonden in de woorden: “Wees op je hoede”. De herhalingen zijn niet bedoeld als mantras om grieven te onderdrukken, maar als geheugensteuntje om er zonder oordeel naar te kijken en zonder te proberen ze te veranderen. Samen met de bereidwilligheid een ander gezichtspunt in te nemen, verzwakt dit het geloof in het plan van het ego dat verlossing uit ons gewaarzijn wil houden door middel van zijn beste vrienden: ontkenning en schuld.

Alleen Gods plan (de keuze voor de Heilige Geest) zal werken omdat alleen de waarheid waar is, en alleen door de ware Identiteit te aanvaarden die God ons als Zijn Zoon heeft gegeven, zullen we het geluk vinden dat we zoeken. We leren Zijn plan te aanvaarden door de rotsvaste overtuigingen van het ego bloot te leggen over waar verlossing te vinden is. Zijn versie van wat we moeten zeggen, of doen of waarheen we moeten gaan ondersteunt de afscheiding en het geloof in de identiteit van het lichaam. Ons herinneren dat we God vragen om ons in elke situatie Zijn plan te onthullen, is de manier waarop de Heilige Geest ons uitnodigt de keuze te herkennen die we al gemaakt hebben met het ego, en een andere keuze te maken. Zolang het plan van het ego niet is blootgelegd en losgelaten, kan het niet vervangen worden door de inhoud van de juist-gerichte denkgeest (Gods plan). Er zijn dus geen specifieke antwoorden op deze vragen. De keuze van de denkgeest voor de Heilige Geest in plaats van voor het ego wordt in de droom weerspiegeld in welke vorm ook die liefdevol en behulpzaam is, zonder dat wij plannen hoeven maken of bedenken. Al wat er vereist wordt is: “ …in jezelf alle hindernissen te zoeken die jij ertegen opgeworpen hebt [tegen liefde/Gods plan], en die te vinden” (T16.IV.6:1). Dan wachten we geduldig en dankbaar op de momenten dat de liefdevolle goedheid van de Heilige Geest onze woorden en handelingen leidt.