Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1103 Als slechts één genezen denkgeest het hele Zoonschap geneest, waarom heeft Jezus ons dan niet allemaal genezen?

Als maar één denkgeest de waarheid hoeft te zien om het hele Zoonschap te genezen, als die ene denkgeest inziet dat de behoeften van een ander even belangrijk of belangrijker zijn dan die van zichzelf, waarom volstaat het duidelijke succes dat Jezus op dit gebied had dan niet om ons allemaal thuis te brengen? Hij spreekt over zichzelf als onze oudere broer, maar het feit dat zijn succes het Zoonschap niet heeft genezen, lijkt te zeggen dat hij dat niet werkelijk is – dat alleen iemand onder de illusoire ‘afgescheidenen’ degene moet zijn die zichzelf als genezen ziet om de Verzoening op gang te brengen.

Antwoord: Het Zoonschap is genezen. In feite was genezing nooit werkelijk nodig. In het Werkboek verduidelijkt Jezus dit voor ons: "Net zoals vergeving aan alle zonden voorbijziet, die nooit werden begaan, neemt genezing slechts illusies weg die niet hebben plaatsgevonden" (WdI.137.5:2). Genezing wordt dus opgevat als een proces dat de blokkades wegneemt voor het bewustzijn van wat nooit veranderd is (T.In.1:7). Het is de aanvaarding van wat waar is en de ontkenning van wat niet waar is. Omdat iedereen een juist gerichte denkgeest heeft waar de weerspiegeling van de onveranderlijke waarheid verblijft, en Jezus een symbool is van de juist gerichte denkgeest, is zijn genezing die van iedereen. Genezing betekent simpelweg kiezen voor de juist gerichte denkgeest. Tegen een juist gerichte denkgeest kiezen door voor het ego te kiezen maakt de waarheid niet ongeldig, noch doet het de herinnering aan de aanwezigheid van liefde teniet; die keuze trekt er alleen maar een sluier overheen. De sluier wordt opgetild en genezing wordt aanvaard door de keuze van de denkgeest hiervoor, en dat is alles.

Jezus deed dus niet echt iets, dat kon hij ook niet. Hij is noch een succes, noch een mislukking. Een cursus in wonderen beschouwt tijd niet als lineair, en evenmin onderwijst hij – zoals in het Christendom – de verwezenlijkingen van een historische Jezus die de verlossing heeft bereikt en de wereld heeft verlost. De naam Jezus is gegeven aan een symbolische figuur, die de juist gerichte denkgeest van het Zoonschap voorstelt. Hij heeft wat we allemaal hebben. Zoals hij ons zelf vertelt, is het enige verschil tussen ons, dat hij niets ánders heeft: "Er is niets aan mij wat jij niet kunt bereiken. Ik heb niets wat niet van God afkomstig is. Het huidige verschil tussen ons is dat ik niets ánders heb. Daardoor verkeer ik in een toestand die in jou alleen potentieel aanwezig is." (T1.II.3:10-13) Wat bij ons de genezing van het bewustzijn blokkeert is de overtuiging dat de illusie waar is. De wens dat een bepaalde vorm van speciaalheid de eenheid vervangt die de Zoon met de Vader deelt, houdt de waanzin van het ego-denksysteem levend en ‘ziek’. Jezus lijkt een mislukking zolang de denkgeest ervoor kiest zich af te keren van de gezondheid die waarheid is, terwijl genezing plaats vindt wanneer de denkgeest de beslissing neemt te aanvaarden, al is het maar gedeeltelijk, dat wat hij in de nachtmerrie van de afscheiding ziet niet waar is. Op dat moment deelt de denkgeest in de genezing van Jezus.

Jezus geeft ons een heel eenvoudige beschrijving van de staat van de denkgeest die wij met hem delen telkens wanneer wij daarvoor kiezen: "Wat is verlossing (genezing) toch eenvoudig! Al wat ze zegt is dat wat nooit waar was nu niet waar is, en dat nooit zal zijn. Het onmogelijke is niet gebeurd, en kan geen gevolgen hebben. En dat is alles."(T31.I.1:1-4) De ‘enige’ die nodig is om alles in het licht van dit ware perspectief te zien ben jijzelf. Daarom is er maar één leraar van God nodig om de wereld te genezen (H12). Telkens wanneer we bereid zijn de interpretatie van het ego van een of andere situatie (die moet bewijzen dat de afscheiding werkelijk is) in twijfel te trekken en het inzicht van de Heilige Geest (dat afscheiding niet werkelijk is) te aanvaarden, zetten we een stap dichter bij de genezing die we met Jezus delen. Het ene is waar, het andere onwaar. Het is aan ons om te kiezen.