Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1065 Mijn leven lijkt moeilijker te worden

Twintig jaar geleden ben ik spiritueel gezien flink aan mezelf gaan werken, waarbij ik de laatste tien jaar de Cursus gebruik. Mijn leven ontwikkelde zich van zeer moeilijk en pijnlijk naar een leven dat veel gemakkelijk was en ik dacht dat dit betekende dat ik op de goede weg was. Dat eindigde echter toen ik de meest geweldige baan die ik ooit heb gehad verloor, als gevolg van bezuiniging, zes jaar geleden. Sindsdien ben ik regelmatig zonder werk of heb de meest afschuwelijke baantjes. De laatste zes jaar zijn werkelijk een ‘donkere nacht van de ziel’ voor me geweest. Ik heb vreselijke dingen over mezelf gezien, erger nog dan ik me realiseerde. Mijn schuld lijkt zo onmetelijk groot, en mijn ego vooral zo vals. Ondanks mijn pogingen om een relatie met Jezus op te bouwen voel ik zijn hulp niet, noch van iemand anders. Terwijl ik me realiseer dat ik geen uiterlijke manifestatie van mijn spirituele inspanningen moet verwachten, zou ik toch minstens in staat moeten zijn om mezelf financieel te onderhouden. Ik zou alles willen geven om maar te begrijpen wat er in mijzelf gebeurd is waardoor mijn omstandigheden zo plotseling veranderden. Ik heb al het mogelijke gedaan om mezelf te helpen, maar ik voel me overgeleverd aan iets dat buiten mijn controle ligt.

Hoe kan ik een einde maken aan deze extreme omstandigheden, veroorzaakt doordat mijn ego (dat denk ik tenminste) investeert in slachtofferschap en martelaarschap? Ik voel dat ‘ik’ deze situatie niet voor mezelf heb uitgekozen, terwijl ik toch gedwongen ben ermee om te gaan. Is het genoeg om te zeggen: ”Ach, het is alleen maar mijn ego dat opspeelt en moeilijkheden veroorzaakt”, en dan gewoon alles te doen wat ik kan om me vredig te voelen? Vertel me alsjeblieft heel duidelijk, stap voor stap, hoe ik dit kan zien en hiermee om kan gaan.

Is het waar dat gevoelens van minderwaardigheid die het universum ingezonden worden een uitnodiging zijn om onrechtvaardig behandeld worden en zo de schuld te vermeerderen? Op welk concept, idee, of welke les van de Cursus zou ik me kunnen concentreren om dit voorgoed te veranderen? Hoe overtuig ik mezelf ervan dat Jezus wel degelijk om me geeft, zelfs als ik geen reden zie om dat te geloven of hem te vertrouwen?

Antwoord: Er is werkelijk geen enkel bevredigend antwoord op dit niveau om te verklaren waarom ons leven op een bepaalde manier vorm krijgt. Het zoeken naar specifieke oorzaken in onze gedachten, zoals bijvoorbeeld ‘de investering van het ego in slachtofferschap en martelaarschap’, versterkt alleen maar onze schuldgevoelens, zoals je hebt gemerkt. De Cursus heeft geen recept om onze levensomstandigheden te veranderen. In plaats daarvan biedt hij ons een manier om alle mogelijke gebeurtenissen in ons leven anders waar te nemen of te interpreteren. Daardoor zullen we steeds meer in vrede zijn en ons uiteindelijk losmaken van de identificatie van het zelf dat we geloven te zijn. Zoals Jezus in de tekst zegt: “Hoe kun je anders vreugde vinden in een vreugdeloos oord, dan door te beseffen dat jij daar niet bent?” (T6.II.6:1)

Je hebt gelijk: het zelf dat je gelooft te zijn neemt niet de beslissingen over wat er in je leven gebeurt. Hoewel er soms enige relatie lijkt te bestaan tussen onze bewuste gedachten en onze uiterlijke omstandigheden, is de overeenkomst in geen geval consistent of voorspelbaar. Het kan werkelijk een ego-valkuil zijn om te geloven dat er een verband moet zijn, zoals je gemerkt hebt toen je situatie leek te verbeteren en jij dacht dat dit kwam doordat er spiritualiteit in je leven was gekomen. Toch zijn we geen slachtoffer van de een of andere machtige denkgeest waar we geen controle over hebben. Het punt is dat we bang zijn om de verantwoordelijkheid te nemen voor het ego. Daarom is het deel van onze denkgeest dat keuzes maakt meestal, voor de meesten van ons, buiten ons bewustzijn, op een heel kort moment na (WdI.136.3-5). Het is dus niet waarschijnlijk, en ook niet nodig, dat we alle factoren begrijpen die onze ervaringen als lichaam in de wereld bepalen. Onszelf veroordelen en de schuld geven van wat we zien als onze moeilijke levensomstandigheden, is niet alleen misleidend, het werkt ook averechts. Hou daar onmiddellijk mee op.

Het idee dat gevoelens van minderwaardigheid een uitnodiging zijn voor het universum om ons onrechtvaardig te behandelen, is misschien een onderdeel van andere spirituele leringen, maar is niet wat de Cursus onderwijst. De Cursus zou zeggen dat we geloven dat schuld om straf vraagt (T26.VII.3:1,2) en dus zoeken we lijden als ‘verzoening’ voor onze zondigheid. Maar het lijden is altijd het resultaat van de keuze in de denkgeest voor afscheiding en niet de consequentie van iets buiten ons. Met andere woorden: een denkgeest die zichzelf identificeert met schuld zal een gebeurtenis of situatie interpreteren als een straf, terwijl een genezen denkgeest in dezelfde gebeurtenis niets bestraffends ziet. Deze twee verschillende manieren om naar dezelfde gebeurtenis te kijken, worden door Jezus helder naast elkaar gezet in zijn bespreking van de kruisiging (T6.I). Wat dus behulpzaam is, is om te zien dat schuld onze interpretatie dicteert van wat er met ons lijkt te gebeuren in de wereld, in plaats van te denken dat schuld de gebeurtenissen zelf, op het individuele niveau, dicteert.

Dit alles neemt niet weg dat uiterlijke omstandigheden gebruikt kunnen worden door de Heilige Geest. Als je jezelf tenminste toestaat om niet zozeer naar de gebeurtenissen op zichzelf te kijken, maar te kijken naar hoe je hierop reageert en dit te zien als een uitdrukking van je identificatie met het ego. Alleen daarin heb je een werkelijke keuze. Wat het meest uitdagend en moeilijk is in dit proces, is dat de uiterlijke situatie misschien niet verandert. En vaak willen we een positieve verandering in ons leven zien als bewijs dat we onze denkgeest aan het genezen zijn. Maar het doel van de Cursus is om ons te leiden naar een veel diepere ervaring van vrede (T8.I.1:1,2; T13.II.7:1), ongeacht wat er met ons lichaam lijkt te gebeuren.

Wat de grootte van je schuld betreft, dat is jouw waarneming omdat je met het ego naar de schuld kijkt, die deze als reusachtig en serieus móet zien om zijn eigen bestaan in jouw denkgeest in stand te houden. Het ego kan niet toestaan dat je de schuld als onbelangrijk en dwaas beschouwt. En dat is precies waar Jezus je mee kan helpen. Als je hem echter ziet als een hulp om je leven weer op de rails te krijgen, zul je bitter teleurgesteld raken. Maar als je ziet dat hij je eraan herinnert dat je schuld niet werkelijk is, en dat je in je denkgeest alles al hebt wat je nodig hebt om gelukkig te zijn ( je sluit het alleen af in je bewustzijn) staat hij altijd klaar om je te helpen. Je hoeft het alleen maar te vragen.

En dus zijn dit de specifieke stappen waar je om vraagt: ten eerste erkennen dat wanneer iets in je leven je van streek lijkt te maken, het werkelijke probleem is dat je het ego als leraar hebt gekozen om te interpreteren wat je lijkt te overkomen. En het enige leerdoel van het ego is om de verborgen schuld in je denkgeest te versterken, door de situatie te zien als een straf voor die schuld. De volgende stap is te herkennen dat, als het ego een keuze is, er een alternatieve leraar in je denkgeest beschikbaar moet zijn, en dat Jezus slechts wacht op jouw uitnodiging. Zijn doel is niet om de uiterlijke situatie te veranderen, maar je te helpen kijken naar de schuld in je denkgeest die je tot werkelijkheid hebt gemaakt en te zien dat hij betekenisloos is. Als je bereid bent je met Jezus te verbinden, is dit wat hij je zal helpen te zien, of liever: níet zien! Wanneer je dan opnieuw naar de uiterlijke situatie kijkt, kijk je niet langer door de bril van schuld en heb je het niet langer nodig de situatie als straf te beschouwen. Het vertrouwen waarom gevraagd wordt is niet zozeer in Jezus’ hulp, maar in je eigen macht om te kiezen. Vertrouwen dat je bereid bent naar de schuld te kijken die je als werkelijk bent gaan zien, en dan om hulp te vragen om het te doorzien en eraan voorbij te gaan, naar de liefde die er altijd was.

De paragraaf “Het werkelijke alternatief” (T31.IV) in het Tekstboek is wellicht behulpzaam voor je. Hier wordt helder de futiliteit van het zoeken naar antwoorden in de wereld behandeld, maar Jezus herinnert ons er ook aan waar het geluk waar we naar zoeken werkelijk gevonden kan worden.