Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1039 Moet ik me schuldig voelen omdat ik geen geld weggeef ?

Als postbode ontmoet ik dagelijks mensen, en ik zit in een dilemma omdat mijn broeder elke dag geld van me vraagt. Ik weet dat er geen toevallige ontmoetingen zijn. Eerst zag ik dat hij geldelijke steun nodig had. Daarna OORDEELDE ik dat hij een profiteur was. Is het mijn les om hem steeds geld te geven (hij vraagt om vijfdollarbiljetten) omdat de Zoon van God alles heeft? Ik heb hem uiteindelijk gezegd dat ik niet langer geld kon geven omdat ik het me niet kan veroorloven. Ik heb me er een tijdje slecht bij gevoeld, tot ik heb toegegeven dat ik niet het nodige geloof heb om op die manier te geven, en in de wetenschap dat Degene die Weet met me blijft werken. Mijn broeder vraagt me nu niets meer maar ik weet dat ik dit dilemma weer ga tegenkomen.

Antwoord: Je beslissing om geen geld meer te geven als je je dat niet kunt veroorloven, lijkt een goede beslissing te zijn. Als er in Een cursus in wonderen wordt gezegd dat we alles hebben, wordt er verwezen naar de enige behoefte die we werkelijk hebben: onze behoefte aan de Heilige Geest, die het juiste denken vertegenwoordigt. Met andere woorden, een juist-gerichte denkgeest hebben dat de Godsherinnering bevat, is alles. Het is het enige dat we werkelijk nodig hebben. Dat heeft duidelijk niets te maken met het voorzien in fysieke behoeften van ons of van iemand anders. Maar zolang we ons met het lichaam vereenzelvigen, moet er in deze behoeften worden voorzien. Als we onze enige werkelijke behoefte hebben vervuld doordat de Heilige Geest aanwezig is, betekent dat nog niet dat we over een onbeperkte hoeveelheid fysieke dingen zoals geld, beschikken. Dus er is niets mis mee als je je gezonde verstand gebruikt bij het uitdelen van geld, terwijl je tegelijkertijd de leiding van de Heilige Geest vraagt om je denkgeest te doorzoeken naar gedachten die een afspiegeling zijn van de keuze voor afscheiding.

Telkens wanneer schuld het gewaarzijn binnensluipt, betekent dit dat de denkgeest al voor de afscheiding heeft gekozen, ongeacht welke externe factor het schuldgevoel teweeg heeft gebracht. Door te kiezen om afgescheiden van God te zijn, beslist de denkgeest dat het de auteur is van een afzonderlijke identiteit, en steelt daarbij het auteurschap van God. De krankzinnigheid van dit waanidee over creatieve macht is de bron van een enorme schuld die buiten de denkgeest geprojecteerd wordt op een situatie in de droom: bijvoorbeeld de ontmoeting met een broeder in geldnood. In de verwrongen manier van denken van het ego worden zijn behoeften gezien als gevolg van het feit dat hij min of meer beroofd is van zijn rechtmatige deel aan aardse goederen. Aan het denksysteem van het ego ligt het geloof ten grondslag dat als iemand wil winnen, iemand anders wel moet verliezen. Als deze broeder dus niet heeft wat ik heb, moet ik het wel van hem gestolen hebben. Aangezien de afscheiding zelf tot stand kwam door macht van God te stelen, heb ik wat ik ook heb, dus gestolen. Daarom is het zo gewoon dat we ons schuldig voelen wanneer we geconfronteerd worden met mensen die minder fortuinlijk lijken. Wanneer dit systeem eenmaal in gang is gezet, volgt de ene verkeerde waarneming op de andere. Weerstand omdat we uitgebuit zijn door een profiteur is het gevolg van de keuze om geld te geven; schuld omdat we egoïstisch en onwelwillend zijn, is het gevolg van de keuze geen geld te geven. Deze vicieuze cirkel ontstaat telkens wanneer we beslissen om naar het ego te luisteren. Je kunt niet winnen van het ego.

De enige manier om uit deze situatie te raken die je niet kunt winnen, is bereid zijn aandacht te geven aan je gevoelens en oordelen die in elke situatie optreden, en inzien dat ze het gevolg zijn van de beslissing van je denkgeest om afgescheiden te zijn. Het ego beoogt ten slotte de verwarring door de schuld die de denkgeest geworteld houdt in de dilemma’s van de wereld in plaats van in de rustige vrede van de juist-gerichte denkgeest. Iedere situatie kan getransformeerd worden wanneer de beslissing wordt genomen te kiezen voor de Heilige Geest in plaats van voor het ego. De vraag wordt dan: naar wie wil ik luisteren, het ego of de Heilige Geest? De specifieke handeling – geven of niet geven – is niet de zorg van de Heilige Geest. Hij houdt zich alleen bezig met de inhoud van de denkgeest die de macht heeft zich zijn identiteit als denkgeest te herinneren, of die te vergeten. Het kruispunt in elke situatie, bestaat uit een weg naar schuld in het ego-denken, en een naar vrede van de Heilige Geest. Of je nu al dan niet geeft, de weg van het ego is geplaveid met de schuld die in de denkgeest ontstaat die voor het ego heeft gekozen, niet of je geld geeft of in je zak houdt. Op dezelfde manier brengt de keuze voor de Heilige Geest vrede of je nu iets geeft of niets.

De vergissing ligt in de gedachte dat de uiterlijke omstandigheden schuld kunnen doen ontstaan of doen verdwijnen, of dat ze enige invloed op de denkgeest kunnen hebben:

“…alle uiterlijkheden zijn slechts de schaduw van een reeds genomen beslissing” (P2.IV.2:4). Dit feit berust op een heel fundamenteel principe van het onderricht van de Cursus: “Ideeën verlaten hun bron niet” (T26.VII.4:7). Daarom zijn er in de Cursus geen specifieke richtlijnen voor gedrag. Veeleer leert hij ons alles in ons leven te zien als een kans om de aandacht opnieuw op de denkgeest te richten door ons bewust te worden van onze gedachten en oordelen. Dit is de manier waarop we beginnen vergeving te beoefenen in elke situatie waarin we ons bevinden, en dat is het enige betekenisvolle dat we iemand anders kunnen geven. Wat we in waarheid allemaal nodig hebben is dat onze denkgeest genezen wordt van de afscheidingsgedachte, en zolang onze denkgeest niet genezen is, smeken we allemaal om vergeving. Als we dit in gedachten houden zijn we vrij om door de Heilige Geest geleid te worden om al dan niet wat dollars te geven, zonder de last van de schuld van het ego.