Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1031 Kunnen we werkelijk gedachten hebben die losstaan van God?

Deze vraag verwijst naar vraag V#724. Veel religieuze overtuigingen en spirituele paden zeggen dat God deze wereld heeft geschapen of ze voortdurend schept via ons. De Cursus zegt het anders, en ik denk dat hij zich daardoor onderscheidt van andere geloofssystemen. Maar als je zegt dat we los van God niet kunnen denken, dan moeten de ‘kleine’ dingen waarvan we in deze wereld getuige zijn ook deel uitmaken, niet alleen van ons als dromende Zonen van God, maar ook van God Zelf, van Wie we ons nooit hebben afgescheiden. Dus kun je geneigd zijn te zeggen dat de wereld gemaakt is van (een deel van) God die in slaap is gevallen, en niet ‘alleen maar’ van de slapende Zoon van God. Zou je kunnen zeggen dat God ‘het canvas’ is waarop al wat er zich in de wereld afspeelt, plaats vindt? Een soort achtergrondbeeld dat nooit verandert? God is Liefde, en dan spreken we niet meer?

Antwoord: Als de wereld op enige manier een deel was van God, dan zou de wereld werkelijk zijn. En de Cursus zegt ondubbelzinnig dat ze niet werkelijk is. “Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen” (WdI.132.6:2-3). De leringen van Een cursus in wonderen worden op twee niveaus gepresenteerd. De leringen van het eerste niveau maken de absolute waarheid kenbaar: alleen de wereld van de Hemel is werkelijk – God, Christus, en Zijn scheppingen – al het andere is illusoir en niet werkelijk: al wat grenzen heeft, en dat houdt alles in dat stoffelijk, tijdelijk en ruimtelijk is. We denken dat we als lichaam werkelijk zijn en in een fysieke wereld bestaan, dus spreekt Jezus ons toe op dat niveau (het tweede niveau). Maar dat doet hij alleen omdat hij ons zo kan helpen te beseffen dat onze identiteit als individueel zelf deel uitmaakt van het waandenksysteem dat bedoeld is om de waarheid over onszelf verborgen te houden. God zou God niet zijn als een waansysteem op een of andere manier deel van Hem zou uitmaken of zelfs door Hem gekend zou zijn, en Hij zou zeker niet volmaakt zijn als God, als een deel van Hem in slaap zou zijn gevallen.

Als we dus zeggen dat ‘we niet los van God kunnen denken’, zeggen we dat alleen onze werkelijkheid als Christus werkelijk is, en dat alle gedachten die we als autonome personen lijken te hebben dan ook niet onze werkelijke gedachten kunnen zijn. Hier wordt in twee lessen van het Werkboek op gewezen: “Mijn denkgeest is deel van Die van God. Ik ben heel heilig” (WdI.35) en “God is de Denkgeest waarmee ik denk” (WdI.45), waar Jezus op het eerste niveau tot ons spreekt: “Er is geen verband tussen wat werkelijk is en wat jij denkt dat werkelijk is. Niets wat jij denkt dat je werkelijke gedachten zijn, lijkt ook maar enigszins op jouw werkelijke gedachten. Niets wat jij denkt te zien, vertoont enige gelijkenis met wat visie jou zal tonen” (WdI.45.1:3-5). De “jij” tot wie Jezus zich richt, is het aspect in onze denkgeest dat beslissingen neemt en dat onze ware Identiteit ontkend heeft en een andere identiteit heeft verzonnen: het individuele zelf in deze wereld. In de oefeningen helpt Jezus ons dan ook terug te keren naar die beslissingsmacht in onze denkgeest, zodat we inzien dat er een andere keuze tot onze beschikking staat: wij kunnen ervoor kiezen ons te vereenzelvigen met ons juiste denken waar de Heilige Geest de herinnering van onze ware Identiteit voor ons bewaart. Dus onze gedachten van dit moment kunnen een afspiegeling zijn van het denksysteem van afscheiding van het ego, of van het denksysteem van eenheid van de Heilige Geest. Dat onderscheid weerspiegelt in de Cursus de leringen van het tweede niveau. Wanneer we niet langer kiezen voor afscheidingsgedachten, wat betekent dat we geen geloof hechten aan de verschillen in vorm onder ons, wordt onze denkgeest één met die van de Heilige Geest en dan weerspiegelen onze gedachten alleen maar de volmaakte Eenheid van Gods Liefde.

Kortom: we kunnen in waarheid niet los van God denken, omdat er geen ‘wij’ is, los van God. Als we denken dat we losstaan van God, dan zijn onze gedachten geen werkelijke gedachten.