Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1024 Was Helens denkgeest genezen toen ze stierf?

Ik heb een vraag over Helen Schucman. Ik heb een hoop negatieve opmerkingen gehoord over haar laatste jaren. Die hielden impliciet in dat ze stierf met een ongenezen denkgeest. Mij lijkt het onmogelijk dat iemand nauwkeurig kan bepalen wat er in haar denkeest omging, aangezien we altijd oordelen aan de hand van uiterlijkheden. En Een cursus in wonderen zegt ons: "Niets zo verblindend als de waarneming van vorm" (T22.III.6:7). Kun je deze kwestie ophelderen, en je mening hierover geven?

Antwoord: Ja, het is meestal geen goed idee om over iemand – inclusief zichzelf – te oordelen op basis van vorm of uiterlijkheden. We kennen ons eigen of andermans pad echt niet, en weten niet op welk punt iemand zich bevindt. Een zeer ontroerend verslag van Helens laatste maanden en dagen is te vinden in Ken Wapnick's Absence from Felicity (in de Nederlandse vertaling verschenen als Een leven geen geluk), hoofdstuk 18, ‘Helen's Final Months and Requiem’ (‘Helens laatste maanden en Requiem’). De laatste acht jaar van haar leven bracht Ken aanzienlijk veel tijd met door met Helen en haar man Louis. Zo ook gedurende haar laatste dagen. Ken kende haar goed – vooral het interne conflict tussen wat ze zelf omschreef als de Hemel en Helen, en zelfs voorbij deze dimensie, haar transpersoonlijke priesteres-Zelf. Dit priesteres-Zelf is de sleutel om al het andere in haar leven te begrijpen. Ken zegt het zo: ‘En toch was ik er zeker van, ook al leek het niet zo te zijn, dat Helen op het eigenlijke moment van haar dood eindelijk een vreedzame oplossing vond voor haar levenslange strijd met God.’ (blz.511). Hij was bij Louis toen ze door het ziekenhuis werden opgebeld met de mededeling dat Helen overleden was. ‘We gingen terug naar het ziekenhuis waar Helen nog in haar bed lag. Haar gezicht vertoonde een opmerkelijk rustige en vredige uitdrukking, die zo anders was dan de gekwelde onrust waar we deze vele maanden zo aan gewend waren geraakt. Plotseling herinnerde ik me wat Helen me bij verschillende gelegenheden had verteld, een gedachte die haar altijd veel troost gaf. Jezus had haar gezegd dat hij haar op het moment van haar sterven persoonlijk zou komen halen. Wie kan werkelijk weten wat er in die laatste momenten in haar denkgeest omging? Toch was haar gelaat onmiskenbaar vredig en sprak het overtuigend van een ervaring van weten, op het allerlaatst, dat haar geliefde Jezus inderdaad zijn belofte was nagekomen, zoals zij de hare was nagekomen. De priesteres was naar huis teruggekeerd (blz. 512, 513).

Helen heeft van zichzelf nooit gedacht dat ze een voorbeeld was dat andere mensen zouden willen evenaren. Ze voelde zich nooit op haar gemak – op zijn zachtst gezegd – als mensen haar in dat licht benaderden. Ze is nooit een echte student van de Cursus geweest – ze kende die van binnenuit, zoals Ken heeft opgemerkt. Ze verwees de mensen altijd naar hun eigen innerlijke leiding als hun belangrijkste bron van kracht. En dat is wat Jezus eveneens benadrukt in al zijn onderricht. We kunnen hier en nu beslissen om in dit huidige moment de Verzoening te aanvaarden. Niets en niemand buiten ons kan ons daarvan afhouden, tenzij wij dat willen. In die zin maakt het geen verschil of Helen aan haar ego voorbij raakte of niet. Jezus zegt ons: "ons welslagen in het overstijgen van het ego wordt door God gegarandeerd…" (T8.V.4:4). Het ego grijpt elke gelegenheid aan om alles te weerleggen wat zijn leugens en misleidingen zou kunnen ontmaskeren. Wat ons tegenhoudt is niet de schijnbare mislukking van Helen of van iemand anders, maar onze eigen angst voor de kracht van onze denkgeest om volledige verantwoordelijkheid te aanvaarden voor onze afgescheiden toestand, om vervolgens onze verkeerde beslissing te corrigeren en huiswaarts te keren naar God. Wat andere mensen doen of niet doen zou onze eigen spirituele vooruitgang niet mogen beïnvloeden.