Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#1018 Kan een genezen denkgeest wel schuld zien of de droom ervaren?

Ik heb een vraag over Gloria's ‘mythe’ die zij beschrijft in Awaken from the dream (‘Ontwaken uit de droom’). Ik zou graag wat meer begrijpen over een punt waar ze als vertegenwoordiger van de ‘middengroep’ naar de fysieke werkelijkheid kijkt en plechtig belooft dat ze elke hoeveelheid lijden zal doorstaan om in de droom terug te keren en anderen te helpen ontwaken. Dit lijkt me een heel belangrijk moment. Is het geen volstrekt bedrieglijk oordeel als we een oordeel vellen over de pijn en het lijden die we zien, en vinden dat die verholpen moeten worden, en dat wij dat moeten doen? Is die manier van kijken naar het wereldtoneel louter het gevolg van schuld (die altijd van het ego is)? Is voor mensen zoals wij schuld de sleutel tot het voortdurend opnieuw scheppen van de droom? Kan een terugkeer naar de droom door liefde worden ingegeven? Ooit? Deze vraag is voor mij werkelijk cruciaal en ik wil zeker weten dat ik het goed begrepen heb. Zou een bodhisattva of een gereïncarneerde lama, die plechtig beloofd heeft om eindeloos terug te keren tot iedereen bevrijd is, onder die categorie vallen? Of is het bij hen anders?

Antwoord: Terugkeren naar de droom kan zeker door liefde worden ingegeven. We moeten een onderscheid maken tussen een genezen en een ongenezen denkgeest om dit in het juiste perspectief te zien. En we mogen ook niet vergeten dat dit vanuit onze zeer beperkte menselijke zienswijze niet te begrijpen is. Onze menselijke ervaring is het gevolg van de keuze van de denkgeest om zijn leven als denkgeest buiten tijd en ruimte te verbergen, en daarom kan die nooit een betrouwbare schakel naar de waarheid zijn. We moeten van daaruit beginnen, want dat is het enige waar we gebruik van kunnen maken. Maar Jezus waarschuwt ons regelmatig over het gebruik van onze individuele ervaringen als criterium voor wat werkelijk is. Hij leidt ons daaraan voorbij naar het niveau van de denkgeest die we geprobeerd hebben te verloochenen.

De genezen denkgeest is volkomen vrij van schuld – hij is niet langer opgesplitst in een juist en een onjuist gerichte denkgeest met de macht beslissingen te nemen. De genezen denkgeest vereenzelvigt zich louter met liefde en weet dat heel de rest illusie is. Deze onbegrensde liefde verschijnt dan in de droom in een vorm die voor andere figuren in de droom, die verlossing zoeken, herkenbaar is. Maar deze uitbreiding van liefde – deze genezen denkgeest, deze Leraar der leraren (H26.2) – wordt niet ervaren als een ‘verschijning in de droom’. Het is gewoon de vorm die liefde aanneemt. Er is geen gevoel uitgezonden te zijn op een heilige missie om zielen te verlossen of te redden. Evenmin is er een gevoel van opoffering – of met tegenzin terugkeren naar een onheilige, zondige plaats, bijvoorbeeld. Deze denkgeest is vreugdevol en in vrede, in de wetenschap dat hij helemaal niet in de droom is, en hij ziet ook in dat dit voor iedereen de ware werkelijkheid is. Hij reageert niet alsof iets werkelijk is en ‘verholpen’ dient te worden, hoewel hij in de vorm op ieder ander lijkt. Het is belangrijk in te zien dat deze manier van zijn niet overeenkomt met welke beweegreden ook die wij kennen, wij die onszelf ervaren als begrensde individuen, met elkaar strijdend om te overleven in een wereld met een overweldigende hoeveelheid uiteenlopende problemen.

Een ongenezen denkgeest blijft in de droom een vorm aannemen om zijn door het ego gemotiveerde doel na te streven: bewijzen dat de afscheiding werkelijk is en de verantwoordelijkheid ervoor projecteren in een poging aan de straf te ontkomen die hij denkt te hebben verdiend. Een ongenezen denkgeest kan ook een vorm aannemen om verder te leren ontwaken uit de droom (de motivatie van een juist gerichte denkgeest). Nogmaals, we moeten op onze hoede zijn wanneer we ons hierbij een beeld proberen te vormen gebaseerd op onze ervaring als mens. We kunnen analogieën gebruiken, zoals Jezus dat doet, maar dit alles vindt alleen plaats binnen de denkgeest. Er is niet de een of andere niet-fysieke entiteit die ergens tijd en ruimte binnenkomt als een lichaam. Het gaat hier altijd om de dynamiek in een denkgeest die nooit ophoudt een denkgeest te zijn. We mogen ook niet vergeten dat we iets proberen voor te stellen dat inherent illusoir is.

Voor de ongenezen denkgeest – nog altijd beladen met schuld – wordt de wereld van de afscheiding gezien als een slagveld van tegenstellingen tussen degenen die de afscheiding beschermen en degenen die gevangen lijken te zitten en zich proberen te bevrijden. Als iemand zichzelf ziet als hier aanwezig om degenen die nog steeds gevangen zitten te bevrijden, of – om een andere metafoor te gebruiken – om degenen die nog altijd slapen wakker te maken, dan deel je de waarneming van het ego. Als iets ‘verholpen’ moet worden, dan wordt de afscheiding als werkelijk beoordeeld – het bedrieglijke oordeel waar jij op doelt. Jezus helpt ons beseffen dat onze enige verantwoordelijkheid is om de Verzoening voor onszelf te aanvaarden, wat betekent te beseffen dat er niets gebeurd is – "…niet één noot in het lied van de Hemel werd gemist" (T26.V.5:4) – de afscheiding van God is nooit gebeurd. Maar naarmate we hierin vooruitgang boeken, zullen we ieder ander op dezelfde manier beginnen te zien: dat hij hier uitsluitend is om dezelfde les te leren. Als we de afscheiding in onze denkgeest werkelijk ongedaan maken, kan het nauwelijks anders.